Column

Waarom Brexit de EU minder flexibel maakt

Altijd als er een diep, gecompliceerd probleem opduikt in Europa, roepen mensen: waar blijft de Europese Unie? Geen wonder dat dit ook gebeurt in het escalerende conflict tussen Catalonië en Spanje. Iedereen weet dat de EU weinig kan doen om de angel eruit te halen, behalve iedereen oproepen de regels van de rechtsstaat te respecteren en een oplossing te zoeken via de dialoog. Brussel mag zich niet met binnenlandse politieke aangelegenheden bemoeien. Soms wel, zoals bij begrotingen in de eurozone en dan is de wereld meteen te klein. Toen de Europese Commissie Nederland eens waarschuwde dat files in de Randstad economische groei belemmerden, en dat Nederland hier iets aan moest doen, reageerde Den Haag als door een wesp gestoken.

Toch is de vraag ‘waar blijft de EU?’ een essentiële vraag. De EU is, als structurele poging om oorlogen op het continent te voorkomen, altijd een waardengemeenschap geweest. Landen met de doodstraf, bijvoorbeeld, kunnen geen lid worden. Komende jaren wordt het accent op Europese waarden waarschijnlijk sterker. Om twee redenen.

De eerste reden is dat die waarden overal onder druk staan. Europa raakt omringd door illiberale regimes, bestuurd door autocraten. De gevolgen, zoals migratie en terrorisme, raken ons direct. Als wij niet willen dat de Trumps en Poetins de wereldorde naar hun hand zetten, moeten wij daar iets tegenover stellen. Als Europa niet vecht voor politiek pluralisme, vrijheid van meningsuiting en multilateraal overleg, wie dan wel? Daarom heeft de EU hard getrokken aan de nucleaire deal met Iran en het vredesakkoord in Colombia. Hoge buitenlandvertegenwoordiger Federica Mogherini was terecht (mede-)genomineerd voor de Nobelprijs dit jaar. De Irandeal is een compromis, verre van ideaal. Maar het alternatief, een nucleaire wedloop in het tijdperk-Trump, is veel erger.

Ander voorbeeld: laten wij Rusland stoken tot de Balkan weer ontploft, of proberen wij Balkanlanden, búúrlanden, enigszins stabiel te houden? De vertrekkende EU-ambassadeur in Moskou, Vigaudas Usackas, pleitte deze week in diverse Europese kranten voor het laatste: Europa moet juist nu „de westerse waarden verdedigen”.

De tweede reden dat de Europese waarden meer benadrukt zullen worden is, paradoxaal genoeg, de Brexit. Europa heeft jaren geprobeerd de Britten met speciale arrangementen, zoals extra kortingen op de begroting, binnenboord te houden. In 2016 boden we hun een vergaande, en juridisch discutabele, deal over vrij personenverkeer. Premier Cameron jubelde dat hij meer soevereiniteit kreeg en concessies die „geen ander land heeft”. Vier maanden later wezen de kiezers dit aanbod af en stemden ze voor de Brexit. Het gevolg is waarschijnlijk dat met de Britten ook flexibiliteit de EU verlaat.

Brexit dwingt de Europeanen om de rijen te sluiten en meer verwatering en afbrokkeling te voorkomen. In het grimmige internationale klimaat van nu leidt dit onherroepelijk tot de vraag: gaan we elk ons weegs, of staan we gezamenlijk voor de rechtsstaat en de democratie? Die herbevestiging van dit soort basisbeginselen maakt de EU minder flexibel, als het om fundamentele zaken gaat. Voor wie alleen de kersen van de taart wil, is in de EU geen plek. Er ligt nu een precedent, de EU zal nu sneller zeggen: tot hier en niet verder, gebruik artikel 50 maar. Alle aandacht zal zich nu richten op de democratische rot in Polen en Hongarije, die we al die tijd getolereerd hebben. Na de Brexit moeten we daar iets mee. Dat zal in etappes gaan. En het zal nieuwe crises geven, ook na Catalonië. Maar het is onvermijdelijk.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa