Opinie

Voor Kim Jong-un is vernietiging beter dan overgave

Kim Jong-un wordt voorgesteld als de goddelijke verdediger van zijn volk. En over een heilige missie kun je niet onderhandelen. Laat Trump daarom oppassen met zijn gebluf, schrijft .

Dictatuur is niet alleen wreed maar haast altijd belachelijk; het gebral van Mussolini, de gelakte rijlaarzen van de kreupele Goebbels. De Noord-Koreaanse variant is een van de potsierlijkste. Kim Jong-un wordt als een god aanbeden; alles wat hij doet wordt afgeschilderd als absoluut geniaal. Hij verschijnt nooit zonder een entourage van generaals met opschrijfboekjes in de hand, die uitbundig juichen en hysterisch lachen om elke kwinkslag van de almachtige despoot. Het maakt een sinistere en tevens absurde indruk.

Het leven in Noord-Korea is allesbehalve vermakelijk. Hongersnoden hebben honderdduizenden mensen doen creperen, minstens tweehonderdduizend politieke gevangenen verrichten slavenarbeid in concentratiekampen, vrijheid van denken bestaat niet. Niet alleen mogen de Noord-Koreanen geen twijfels uiten over de goddelijke status van de Leider; om te overleven moeten ze iedere dag weer hun devotie betuigen.

Sommigen doen dit omdat ze ertoe worden gedwongen. Anderen doen mee omdat ze niet beter weten. Er zijn vast ook mensen die echt geloven in de cultus die de Kim-dynastie omringt.

Zoals elk geloof is ook deze cultus een samenraapsel van allerlei tradities en religies. Hij heeft veel weg van Stalinisme, maar is ook beïnvloed door Confuciaanse voorouderverering, bepaalde vormen van het christendom, Koreaanse shamanistische gebruiken, en zelfs door de vooroorlogse keizerverering van de Japanners die bijna een halve eeuw over de Koreanen hebben geheerst.

Kim Jong-il, de vader van Jong-un, die ook bekend stond als de Geliefde Leider (zijn vader, Kim Il-sung, was de Grote Leider), zou geboren zijn op een heilige berg, waar vierduizend jaar geleden de legendarische oprichter van het eerste Koreaanse koninkrijk werd geboren uit een moederbeer. De geboorte van Kim werd bovendien opgeluisterd door een ster die plots aan de hemel verscheen. De winter maakte terstond plaats voor de lente.

Bespottelijk, wellicht. Maar voor ongelovigen klinken de mirakelverhalen van alle godsdiensten enigszins bespottelijk. De Noord-Koreanen vormen daarop geen uitzondering. De aantrekkingskracht van sommige religies valt goed te verklaren. Verschoppelingen lieten zich vaak bekeren tot de islam of het christendom in de hoop op gelijkheid – tenminste in de ogen van God. De Kim-cultus is minder inclusief. Integendeel: het draait om een geloof in de puurheid van het Koreaanse volk en de heilige taak om dit te verdedigen tegen allerlei vijanden.

Net als Polen, die hun land graag vergelijken met Christus aan het kruis, gaan Koreanen gebukt onder een geschiedenis van buitenlandse overheersing: door China in de eerste plaats, door Rusland, door Japan. De Amerikaanse vijand is laat ten tonele verschenen. Maar de haat tegen het ‘Amerikaanse imperialisme’ is niet alleen het resultaat van de Koreaanse oorlog, toen Amerikaanse bommen de Noord-Koreaanse hoofdstad geheel verwoestten, maar vloeit ook voort uit de lange collectieve herinnering aan vreemde heerschappij.

De twee constante thema’s in de Koreaanse geschiedenis zijn collaboratie en verzet. Sommige Koreanen zochten hun heil in samenwerking met buitenlandse heersers, anderen in het verzet. De haat tussen Koreanen onderling is daarom haast even groot als die tegen buitenlanders. Kim Il-sung begon zijn loopbaan als een typische collaborateur. Hij werd in 1945 door Stalin aan de macht geholpen, een pion van de Sovjet Unie. Daarom was het zo belangrijk om hem in de Noord Koreaanse propaganda af te schilderen als de heroïsche leider van het verzet tegen de Japanners, en later tegen de Amerikanen en hun Zuid-Koreaanse ‘handlangers’.

De Noord-Koreaanse vorm van nationalisme, en de officiële obsessie met absolute onafhankelijkheid (in het Koreaans ‘Juche’), is niet alleen politiek maar ook sterk religieus getint. Het is een heilige plicht om de Kim-dynastie, als symbool van Koreaans verzet tegen buitenlandse overheersing, te verdedigen. Zodra politiek draait om een sacraal principe, om religie, wordt het haast onmogelijk om een compromis te sluiten. Over belangen kun je onderhandelen – over een heilige missie niet.

President Trump is een louche zakenman in onroerend goed. In zijn wereld is alles een kwestie van onderhandelen. Zijn manier van marchanderen is om de tegenstander te overbluffen, vandaar zijn dreiging om Noord Korea „met de grond gelijk te maken”. Het is moeilijk voor te stellen hoe Kim Jong-un, die wordt voorgesteld als de goddelijke verdediger van zijn volk, hierdoor kan worden overgehaald om te gaan sjacheren met Trump.

Kim zelf heeft weinig speelruimte. Voor hem is het waarschijnlijk een zaak van alles of niets; vernietiging is beter dan overgave. Wellicht denken sommige Noord-Koreanen, vooral in de partij en militaire elite, er net zo over. Het gebeurt vaker dat een fanatiek geloof eindigt in collectieve zelfmoord.

Maar er bestaat nog een ander, meer plausibel risico. Op Trumps blaaskaakerij via Twitter en in speeches volgen meestal gematigder uitlatingen van zijn naaste medewerkers, die volkomen in strijd zijn met de dreigingen van Trump. Hierdoor kan gemakkelijk de indruk worden gewekt dat men Trumps bluf nooit serieus hoeft te nemen.

Kim zou wel eens in de verleiding kunnen komen iets roekeloos te doen, zoals het afschieten van een raket naar Amerikaans grondgebied. De Amerikanen moeten dan wel reageren met geweld. Dit zal tot een catastrofe leiden, niet alleen voor de Noord-Koreanen, maar voor miljoenen Koreanen die even ten zuiden van Noord-Korea wonen en part noch deel hebben aan de cultus van Kim.