Column

Verdriet

Weinig kijkers hielden het deze zomer droog toen de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan in Zomergasten beelden liet zien van de veelbelovende voetballer Abdelhak Nouri, die op het veld ineenzakte en blijvende hersenschade opliep – de burgemeester zelf ook niet. „Het is een onwaarschijnlijk verdriet dat iemand met zoveel perspectief zoveel pech heeft en afgesneden wordt van dat perspectief.”

Die woorden sloegen natuurlijk ook op Van der Laan zelf. Hier sprak een man over zijn naderende dood, een bijzondere man die de publieke zaak hartstochtelijk was toegedaan, doorwerkte toen dat eigenlijk niet meer kon, duidelijk nog lang niet klaar was. Wat hem zo populair maakte, ook toen hij niet ziek was, is de combinatie van nuchterheid en gedrevenheid – twee eigenschappen die niet zo vaak samen gaan. Dat was zijn bindmiddel voor Amsterdam: betrokkenheid zonder sentimentaliteit.

De uitzinnige bewondering die Van der Laan in de laatste maanden van zijn leven ten deel viel, staat daar haaks op, maar ik begrijp het wel. Het ‘onwaarschijnlijk verdriet’ over Nouri waar hij tijdens Zomergasten over sprak, ging over het naakte besef dat het leven niet te besturen valt. De mens is een kwetsbaar wezen, en juist met die kwetsbaarheid weten we ons publiekelijk steeds minder raad.

Ons nationale verdriet over het zieke jongetje Tijn met zijn nagellak, de bescheiden blijmoedige ‘Appie’, en de empathische burgemeester van Amsterdam, gaat denk ik ook nog over iets anders. Ze hebben gemeen dat ze werkelijk in iets geloofden, hun ego ondergeschikt maakten aan iets dat groter was dan henzelf. De ontroering die je voelt, gaat zeker over de onrechtvaardigheid van hun lot, maar niet alleen. Het gaat ook over hun, ouderwets woord, goedertierenheid – bevlogenheid, iets willen betekenen voor anderen, een vanzelfsprekende betrokkenheid bij groep, omgeving en gemeenschap.

Sentimenteel? Alleen als de rouw zich uit als gratuite dweepzucht, tot niets verplichtende persoonsverheerlijking, gemeenzame tweets van aandachthongerige BN’ers. Eberhard van der Laan was een goede en geliefde burgemeester, maar je bewijst zijn nagedachtenis, denk ik, geen eer door hem op een onaantastbaar voetstuk te plaatsen. De principes die hij huldigde, waren niet uitzonderlijk, maar gewoon voorwaarden voor goed bestuur. Zijn betrokkenheid en hartstocht zouden eigenlijk vanzelf moeten spreken voor iemand met ambities als de zijne. Dat ze in deze tijd als uitzonderlijk worden ervaren, zegt misschien meer over onze tijd dan over hem.

Ach ja, onze tijd: vrijdag berichtte de Volkskrant over het verkwistende gedrag van Wim van Limpt, directeur van Buma/Stemra. Bij zijn aantreden had de directeur van de auteursrechtenorganisatie met een diepe buiging naar de tijdgeest beloofd de excessen van zijn wanbestuurlijke voorgangers te vermijden – hij beloofde zuinigheid, zodat er zoveel mogelijk geld voor de aangesloten leden zou overblijven.

Een jaar na zijn aantreden: zijn kantoor geheel opnieuw ingericht, een golfabonnement van 42.500 euro, businessclass tickets, opzichtige vriendjespolitiek, en zucht, daar is de fles wijn van 198 euro. Bovendien bleek bij een weggemoffeld faillissement Buma zelf een van zijn schuldeisers: „Het zou best kunnen dat ik nog een rekening bij Buma heb openstaan.”

In een interview dat Van Limpt aan de Volkskrant na de onthullingen gaf, zag je een bestuurder die voor de vlucht naar voren kiest – hij vloog steeds businessclass omdat je daar geen buren hebt die in je papieren kunnen kijken – dat is gewoon goed bestuur. Ook die dure wijn was daar een voorbeeld van: „Als je met partijen zit die voor ons van belang zijn, een goede relatie wilt hebben, dan maak ik die afweging.”

De rest laat ik maar, het is die bekende, droevig makende mengeling van stoerheid en angstaanjagende leegte die we inmiddels zo goed kennen van bestuurders uit de publieke en semipublieke sector, de ego’s die hun eigenwaarde ontlenen aan een Maserati, businessclass, skybox, de duurste fles wijn van de kaart of 198 flessen prosecco voor moeder de vrouw, alles op naam van de zaak – de publieke zaak. Van enige betrokkenheid bij de auteurs die Van Limpt vertegenwoordigt valt geen spoor te bekennen.

In een land waarin dit soort bestuurder nog steeds de toon aangeeft, waar de politiek het zoekt in doorzichtig effectbejag en theatrale vlerkerigheid, is een oprecht betrokken politicus als Eberhard van der Laan een witte raaf. Zijn dood is ook een verlies voor wie hem niet kende. Maar je zou hopen dat ons verdriet niet blijft steken in het eren van zijn uitzonderlijkheid. Waar hij voor stond, zou gewoon moeten zijn, voor iedereen. Dát is zijn erfenis.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plaats