Topambtenaar met de voeten in de klei

Elly van Kooten (1961-2017), lang een hoge ambtenaar op ministeries, wilde weten hoe Haagse ideeën uitpakten in de praktijk.

Elly van Kooten nam geen blad voor de mond, ook niet tegenover bestuurders.

Haar eerste onderzoekje als student ging over de vrouwenactiviteiten in buurthuizen in Amsterdam. In haar laatste baan, directeur Publieke Gezondheid in Rotterdam, sprak ze ontevreden bewoners in buurthuizen in Rotterdam. In de tussentijd bekleedde Elly van Kooten decennialang hoge posten op ministeries.

Ze was een atypische ambtenaar. „Ze was sterk bezig met: werken de dingen die wij bedenken”, zegt oud-minister Ella Vogelaar, die haar aantrok als directeur Wijken. „Ze was altijd te vinden met de voeten in de klei”, zegt haar laatste baas Winfried Houtman, concerndirecteur maatschappelijke ontwikkeling van Rotterdam. Werkgeversvoorzitter Hans de Boer, met wie ze de Taskforce Jeugdwerkloosheid trok: „Goed mens. Doel voorop. Geen flauwekul.”

Achter de schermen had Van Kooten invloed op de sociale vormgeving van Nederland, zeker ook toen ze de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) maakte, die de verantwoordelijkheid voor veel zorg overhevelde naar de gemeenten. Zo hield ze het als doener vol in de ambtelijke wereld, denkt vriendin Marijke Spronk: „Ze had steeds het gevoel dat ze wat kon bereiken. Al kon ze ook stevig foeteren op de bureaucratie.”

Elly van Kooten groeide op in Wormerveer, haar ouders kwamen uit grote boerengezinnen. Haar moeder had de basisschool niet afgemaakt, maar deed later een opleiding tot bejaardenverzorgster. Haar vader ging na vele cursussen werken bij zoutjesfabriek Duyvis, als laborant. „Ze wilden vooruit”, zegt broer Ton van Kooten. „Dat inspireerde ons wel.” De kinderen gingen vaak ’s ochtends vroeg met hun vader zwemmen in het buitenbad. Op het St. Michaël College in Zaandam was Van Kooten al snel mede-organisator van de jaarlijkse ‘trektocht’ per fiets.

Nadat ze was uitgeloot voor medicijnen, schreef ze zich in voor andragologie, vorming van volwassenen. Een studie die eind jaren 80 werd opgeheven „omdat het welzijnswerk zo’n beetje was wegbezuinigd”, zegt studiegenoot Spronk. Van Kooten vond werk op het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Haar man leerde ze kennen bij de cursus Beleidskunde 1. Hij werkte bij VROM, zij toen bij Sociale Zaken. „Ze was bezig met het recht van vrouwen om op het werk te mogen kolven.” Bert van Rangelrooij, meer bourgondisch van aard, moest wennen aan de soberheid die zij van huis uit had meegekregen. Niets mocht worden weggegooid. „Toen we gingen samenwonen had ze nog de aftandse tv van haar vader. Die heb ik naast de plant ook een tijdje water gegeven.”

In 2003 kwam ze in het talentenklasje van de Algemene Bestuursdienst. En toen Hans de Boer in 2004 voorzitter werd van de Taskforce Jeugdwerkloosheid, werd Van Kooten hem door de secretaris-generaal van Sociale Zaken aanbevolen als projectdirecteur. „Hij zei: Dat is een nuchtere vrouw en ook niet te beroerd om je de waarheid te zeggen.” De Taskforce werd een groot succes. „Wij pakten het niet ambtelijk aan van ‘we zouden een minister in de problemen kunnen brengen’, maar: hoe kunnen we het doel bereiken.”

Voor de aanpak van probleemwijken door Ella Vogelaar moesten zeven ministeries samenwerken – Van Kooten bracht ze bij elkaar. Om bewoners invloed te geven op de besteding van het extra geld bedacht ze de stoplichtmethode, waarbij bewoners wethouders een rode, gele of groene kaart konden geven.

Haar werk was haar passie, maar ze liep ook hard, nam pianoles, ging vaak naar de sportschool. Op de middelbare school hielp ze haar jongste dochter met haar schoolwerk; beide dochters gingen geneeskunde doen. Sinds begin dit jaar was ze bestuursvoorzitter van Resto van Harte, waar buurtbewoners samen kunnen eten voor weinig geld. Eerder werkte ze als vrijwilliger in een van de restaurants.

Twee jaar geleden liet ze Den Haag achter zich. Haar nog licht aanwezige Zaanse accent, ook wel aan te zien voor ‘Amsterdams’, bleek geen obstakel bij haar nieuwe baan in Rotterdam. „Ze was in haar element tussen bestuurders, maar ook in een wijkcentrum met ongeruste bewoners”, zegt Winfried Houtman. Ze kreeg in Rotterdam te maken met de uitvoering van de WMO, de wet die ze in Den Haag had opgesteld. „Zij kon de bedoeling van de wet uitleggen. Dat hielp ons.”

Na een reis in Namibië deze zomer bleek Elly van Kooten kanker te hebben. Ze overleed op 17 september.