Opinie

Sociale huur? Nu maar eens in de rijke wijken

Sociale huurwoningen zijn in Amsterdam onevenredig verdeeld over de stadsdelen. Die fout uit de 20ste eeuw dreigt nu opnieuw gemaakt te worden en zal leiden tot verdere segregatie, stelt Bas Kok.

Foto Wikimedia

Voor de zomer sloten de Amsterdamse VVD, D66 en SP een woonakkoord. Vanaf nu is tachtig procent van de nieuw te bouwen huizen bestemd voor lagere en middeninkomens. Veertig procent hiervan moet ‘echte’ sociale huur zijn, bestemd voor de laagste inkomens. Deze Woonagenda 2025 bepaalt dat er de komende zeven jaar maar liefst 20.000 nieuwe sociale huurwoningen (huur maximaal 711 euro) bijgebouwd worden. Al eerder werd de verkoop van sociale huurwoningen op een laag pitje gezet.

Persoonlijk vind ik het best positief als de woningmarkt van Amsterdam ‘geen Londen of Parijs’ wordt. Amsterdam is een plek waar arm en rijk naast elkaar wonen. Maar waar kunnen die 20.000 sociale huurwoningen (goed voor de huisvesting van ongeveer 70.000 minder draagkrachtige inwoners) het beste gebouwd worden? En waar bouwen we die 10.000 dure koopwoningen?

Best een relevante vraag. Tijdens de research voor mijn boek Oerknal aan het IJ ontdekte ik dat Amsterdam in de 20ste eeuw de welvaart scheef over de stad heeft verdeeld. Vanuit het toenmalige mensbeeld is toegewerkt naar een opdeling in arme en rijke wijken. Vooral in Noord, Nieuw-West en Zuidoost zijn overwegend sociale huurwoningen neergezet. Gentrificatie transformeerde de enige pure arbeiderswijken van het centrum en Zuid – de Jordaan en De Pijp – evenzo tot een domein van de rijken. In delen van Centrum, Zuid, West en Oost is het percentage sociale huur inmiddels onder de twintig gezakt. In Noord, Zuidoost en Nieuw-West bleef het aandeel sociale huur hoog.

Vicieuze cirkel van armoede

Noord spant de kroon met buurten die boven de zeventig procent sociale huur kennen. De armoedeproblematiek van dit stadsdeel kreeg landelijke bekendheid met de tv-serie Schuldig. Daarin zien we hoe arme buurtbewoners niet genoeg kunnen besteden om de omringende middenstand overeind te houden. Ergo: een overschot aan sociale huurwoningen brengt een stadsdeel in een vicieuze cirkel van armoede. Aan de vooravond van de geplande explosie van sociale huurwoningen is het daarom cruciaal te bepalen in welke stadsdelen we die nieuwe groep minder draagkrachtige inwoners huisvesten. Mijn idee: grijp de huidige bouwspurt aan om de tweedeling die in de 20ste eeuw is gecreëerd, recht te trekken. Zo’n correctie kan eigenlijk maar op één manier: door herverdeling van de sociale woningvoorraad. Bouw die 20.000 nieuwe sociale huurwoningen zo veel mogelijk in de rijke stadsdelen en buurten. Bouw de 10.000 koopwoningen overwegend in de arme wijken. Stop de sloopplannen van sociale huurblokken in rijke wijken, zoals de 270 huurwoningen in de Van der Kunbuurt naast het Amstelstation. En ten slotte: verkoop uitsluitend nog corporatiehuizen in stadsdelen met een hoog percentage sociale woningen.

Over nieuwbouw hoor ik steevast: ‘Het centrum en Zuid zijn vol, daar is nauwelijks ruimte’. Maar dat betwijfel ik. Er is in het centrum wel degelijk plaats, bijvoorbeeld op het Marineterrein en in de publieksgebouwen en kantoren die van functie wisselen. Ook kunnen sociale huurwoningen worden terug gekocht. Hetzelfde geldt voor Zuid en Oost, waar de Zuidas en het Bajes- en Amstelkwartier veel ruimte bieden. In het razendsnel ‘veryupte’ Oud-West is veel bouwgrond in de Houthaven.

Wíllen we tweedeling opheffen?

Maar wíllen we de tweedeling wel opheffen? Direct na de zomer was er al een schot voor de boeg. Die droomlocatie voor wonen in het centrum, het Marineterrein, is door de plannenmakers uit de woningbouwplannen verwijderd. Er komt voornamelijk hoogwaardige werkgelegenheid voor kennisintensieve bedrijven. Voor de slechte verstaander: dus geen sociale huurwoningen. Wedden dat deze slimmigheidjes straks ook worden bedacht voor de Zuidas en andere toplocaties?

Waar komen die 20.000 sociale huurwoningen dan wél? Nou, boven ’t IJ verschijnen de laatste maanden grote bouwblokken met honderd procent sociale huurwoningen. De Key bouwt op de NDSM-werf drie blokken met uitsluitend sociale huur (totaal 309 appartementen). Dit als voltooiing van een groot kavel met 380 wooneenheden goedkope huur. Bijna 700 goedkope woningen op één kavel, het roept associaties op uit de tijd van de beruchte Noordse studentenflat Zilverberg. Of aan het IJplein dat in de jaren tachtig volledig met sociale huurwoningen werd gevuld. Ook in arme wijken als Tuindorp-Oostzaan en Waterlandplein zijn recent grote sociale huurblokken opgeleverd. Als klap op de vuurpijl besloot de gemeente onlangs dat het fraaie schoolgebouw naast de dierenwinkel van ‘Dennis’– het epicentrum van Schuldig – volledig wordt omgebouwd tot sociale huisvesting – de yogaschool moet eruit. Wat in Centrum en Zuid niet gaat, lukt in de stadsdelen met een overschot aan sociale huur wel: het uitbreiden van sociale woningvoorraad. Want ook Zuidoost en Nieuw-West kunnen zich opmaken voor extra sociale woningbouw. Havenstad, de immense stadsuitbreiding van de nabije toekomst, zit ingeklemd tussen Geuzenveld-Sloterdijk, Tuindorp-Oostzaan en de beruchte Zaanse probleemwijk Poelenburg. Met zo’n concentratie van sociale huurflats wordt Noordwest straks het nieuwe Zuidoost.

Zo bouwen we in de arme stadsdelen op volle kracht aan verdere segregatie. Alle politieke partijen in de raad zeggen bezorgd te zijn over tweedeling, maar het woonbeleid vertelt een tegenovergesteld verhaal. Zonder expliciete, bindende afspraken over in welk stadsdeel sociale huurwoningen worden bijgebouwd, verkocht of gesloopt, is de Woonagenda een ‘segregatie-versneller’.

Amsterdam maakt de fout uit de 20ste eeuw de komende jaren opnieuw. Of ís het misschien geen fout? Vinden we het eigenlijk wel prima: de rijken die ongehinderd in hun dure buurten wonen, terwijl de hangjongeren in de banlieus nog wat extra ‘matties’ begroeten? Want dat is waar het op neer gaat komen. En als dat zo is, waarom zeggen we dat dan niet eerlijk? Doen ze in Parijs en Londen ook.