Column

Onbekende Kamerleden die ineens de Haagse agenda kunnen bepalen

Deze week: hoe de klassieke Haagse machtsbalans verstoord raakte in de formatie.

Ofwel: een nieuw kabinet als lanceerbasis voor politieke onbekenden.

Ze zijn er nu echt bijna: volgende week rond deze tijd is Mark Rutte normaal gesproken formateur, en zijn eerste nieuwe bewindslieden bij hem op de thee geweest. Politieke vreugde is stille vreugde.

Nu de opluchting overheerst, zou je haast vergeten waarom die hele formatie zo ontzettend traag was: politici en partijen wilden wel aandacht maar trokken hun neus op als er verplichtingen uit voortvloeiden.

Bekende Nederlanders-politiek.

Zo ontstond de samenwerking van VVD, CDA, D66 en CU: niet omdat ze samen wilden, maar omdat zij de enigen waren die nog samen konden.

Het is de erfenis van het premierschap van Mark Rutte. De man die zo vaardig akkoorden met andere partijen kan sluiten, de man die eerder in kabinetten samenwerkte met PVV, CDA én PvdA, ontwikkelde een reputatie van fatale minnaar: als de samenwerking met Rutte erop zit, dumpt eerst de kiezer Ruttes partner(s) – daarna doet Rutte het zelf.

Dus deze keer dachten de meesten: geen geweldig idee om met dat handige Haagse heertje in zee te gaan.

Zo werd het een formatie van remmen, afwachten en aarzelen. Een formatie zonder innerlijke overtuiging, een formatie zonder verlangen, een formatie van noeste werkers en zware verplichtingen: een calvinistisch project in een ambiance van jaren vijftig-beslotenheid.

En los van alle beleidsafspraken – die vaak al uitlekten – meende ik deze week ook te zien dat de balans in het circuit van Haagse beïnvloeders verstoord is geraakt.

Oude politieke reputaties en klassieke lobby’s bleken niet bij machte publieksgevoelige dossiers naar hun hand te zetten.

Evengoed zal deze formatie talrijke nieuwe politieke gezichten opleveren. Niet zozeer onder bewindslieden: veel verrassingen zullen daar niet bij zitten.

Neen, het zijn vooral Kamerleden die zich, als lid van een coalitiefractie, de komende tijd vanuit het niets kunnen lanceren: met één zetel meerderheid in beide Kamers hebben erg veel parlementariërs kans Rutte III hun wil op te leggen.

Zo werd ik vorige week in de Eerste Kamer, tijdens een avonddebat over het eigen risico in de zorgverzekering, getipt over afwijkend stemgedrag, de laatste jaren, van een D66-senator.

Het ging om de politiek onbeschreven econoom Henriëtte Prast, hoogleraar in Tilburg en oud-WRR-lid – een vrouw met een fraai cv. Op de website MeJudice schetste ze in september met collega Harry van Dalen nog dat de duur van een formatie de houdbaarheid van een kabinet mogelijk positief beïnvloedt, en zeker niet negatief.

Sinds 2015 is ze senator, en volgens de Parlementaire Monitor stemde ze op twee terreinen geregeld tegen haar eigen fractie in. Ze was tegen wetgeving inzake natuurbeheer en dierenwelzijn c.q. de bio-industrie: de Wet natuurbescherming (2015); de Wet grondgebonden groei melkveehouderij (2017); de Wet invoering stelsel fosfaatrechten (2017).

Nogal interessant als je weet dat de nieuwe coalitie twee partijen met een landbouwachterban kent: CDA en CU. Achterbannen van wie je weet dat ze al niet juichen bij nieuwe wetgeving wegens het Parijse klimaatakkoord. Daarbij begreep ik deze week dat ze in de CDA-top niet wisten van haar stemgedrag.

Een belrondje langs collega-senatoren leerde me dat haar betrokkenheid bij dierenwelzijn geen zeker geen geheim is: ze bleek zelfs een rolletje te hebben bij een recente rel in de senaat.

Eind juni diende de Partij voor de Dieren een motie in met als doel dat alle maaltijden in de Eerste Kamer voortaan „vrij van vlees en vis zijn”. De indienster, PvdD-senator Christine Teunissen, benadrukte het belang van de voorbeeldfunctie van de senaat, en baseerde zich daarbij op een eerdere toespraak van Prast over dierenwelzijn en gedragsverandering, hoewel de D66-senator de motie niet openlijk steunde. Na heftig protest in de senaat was de motie later aangehouden.

Ik zocht contact met Prast. „Ik zeg niets”, zei ze. Een D66-parlementariër die haar openbare stemgedrag niet wil toelichten – politiek kan mensen tot de vreemdste redeneringen brengen.

Op zich is het natuurlijk mogelijk dat Prast tijdens Rutte III alsnog de buigzaamheid ontwikkelt die de coalitie uit de problemen houdt. Evengoed laat haar voorbeeld zien hoe kwetsbaar dit nieuwe kabinet is: Prast is lang niet het enige Eerste Kamerlid uit de coalitiefracties met sterke principes.

Een senator wees me er bijvoorbeeld op dat de Eerste Kamer 25 gepromoveerde academici kent, van wie twaalf hoogleraren. Geen mensen, zei hij, die gewend zijn te gehoorzamen. „Zes van de twaalf zitten in de D66-fractie.”

Ook in de Tweede Kamer kent de coalitie trouwens genoeg eigengereide parlementariërs – al zou het niemand verrassen als zij in het kabinet terechtkomen.

Intussen hadden professionele beïnvloeders het de laatste maanden erg moeilijk een voet tussen de deur te krijgen.

Ik sprak er donderdag lobbyhoogleraar Arco Timmermans over, die tijdens de formatie begon lobbyisten te interviewen over hun ervaringen.

Zijn bevindingen zijn voorlopig, maar hij vertelde dat lobbyisten die contact hadden met leden van de ‘Studiegroep Begrotingsruimte’ – topambtenaren die ruim vóór de verkiezingen de macro-economische ruimte in de nieuwe regeerperiode verkennen – de beste resultaten boekten.

Ook Defensie en onderwijzers waren effectief, maar dat was vooral dankzij onverwacht nieuws. „Navrant genoeg heeft Defensie ook voordeel van de val van Hennis”, zei hij.

Hij vertelde klachten over een partijkartel te begrijpen. „Spelers met een klein belang hebben nog steeds nul toegang als ze niet samenwerken”, zei hij.

Hij raadde het kabinet daarom zo veel mogelijk akkoorden aan, zoals eerder het energieakkoord. „Outsiders krijgen dan alsnog een kans, daar is enorme behoefte aan.”

Het herinnerde me aan een van de zichtbaarste lobby’s bij het begin van de formatie: de pogingen van werkgevers om de wettelijke beperkingen op bankiersbonussen op te schorten om Britse banken aan te trekken.

Een lobby met een fantastische positie. Premier Rutte steunde de lobby, informateur Zalm komt uit de sector, directeur Oudshoorn van VNO-NCW werkte ooit op EZ voor Zalm, directeur Buijink van de bankenlobby was eerder de hoogste ambtenaar op EZ, en de Amsterdamse wethouder Ollongren, die de lobby ook steunde, is kandidaat-minister voor D66 en was eerder Ruttes hoogste ambtenaar.

En ik zeg het onder voorbehoud, want teksten heb ik niet gezien, maar drie betrokkenen bij de formatie vertelden me deze week dat het regeerakkoord geen passage over versoepeling van de bonuswetgeving bevat.

Het onderstreept hoezeer het circuit van Haagse beïnvloeders deze formatie is opgeschud. De angst voor een nieuwe populistische revolte is zo groot dat zelfs een perfect gepositioneerde bankenlobby niets bereikte – terwijl elk onbekend Kamerlid vanaf eind oktober de regering kan gijzelen.

Uit democratisch oogpunt natuurlijk vooruitgang – maar voor het circuit van Haagse beïnvloeders een ontluisterend feit.

Intussen groeien in de politiek de speculaties over Rutte. Hij is een man van aanpakken, van ongeduld en actie, dus mensen die hem kennen weten: de traagheid van deze formatie was hem een gruwel.

Tegelijk ziet hij de ene vertrouweling na de andere vertrekken – Schippers, Hennis, Samsom, Kamp, Blok, Schultz – en wordt hij nu in zijn partij én in de nieuwe coalitie omringd door politici die zich afstandelijk opstellen, omdat ze het risico van samenwerken met Rutte kennen.

Het is vermoedelijk het voornaamste verhaal van deze formatie: sommige van de politici met wie de premier nu moet werken, zijn al bezig met de politiek ná Mark Rutte. Voor iemand die zeven jaar soepeltjes deals met Jan en alleman bij elkaar praatte, moet dat bij momenten een hard gelag zijn.