Column

Linschoten eindigde met hoofd in het zand

Over oud-staatssecretaris Robin Linschoten en zijn strafzaak verbaas ik me. Hij werd eerder deze maand de eerste oud-bewindsman ooit die een deels onvoorwaardelijke celstraf moet uitzitten. Linschoten probeerde de fiscus voor ongeveer een ton aan omzetbelasting op te lichten.

Hij lijkt naar de rechtbank te zijn gewankeld met een verdediging die zo ongeloofwaardig was, dat ik twijfel aan zijn beoordelingsvermogen. Zo beweerde hij dat het allemaal de schuld was van zijn boekhouder. En dat hij nu eenmaal zo weinig benul had van, en belangstelling voor fiscale kwesties dat foutieve aangiften hem niet verweten kunnen worden. Meer dan onoplettendheid was het niet geweest. He can’t be bothered. Zou hij op klassenjustitie hebben gerekend? Edelachtbare, de butler heeft gefaald, u weet hoe moeilijk het is om goed personeel te vinden?

Intussen bleek Linschoten juist herhaaldelijk gewaarschuwd – door zijn eigen boekhouder, door de fiscus, door de officier van het justitie, die, prachtige term, een ‘normoverdragend gesprek’ met hem voerde. Het lijkt er eerder op dat het gezag z’n uiterste best deed om Linschoten vervolging te besparen.

Maar de norm drong dus niet door – de man dacht dat het niet zo’n vaart zou lopen, dat het allemaal uiteindelijk niet écht voor hem gold. Tenslotte opende hij zijn post niet meer, zowel die van de fiscus als van zijn boekhouder. Linschoten eindigde dus met het hoofd in het zand, een voormalige hoge boom in een bos waar de VVD kennelijk vaker personeel rekruteert. De ‘politieke integriteitsindex’ van het weekblad VN telde sinds 2007 21 strafzaken tegen VVD politici. Voor andere partijen niet meer dan een handvol, wat verklaard wordt doordat de VVD als grootste partij de meeste bestuurders heeft. Daarnaast is de partij meer geassocieerd met het bedrijfsleven, waar geld en dus verlokkingen meer aanwezig zijn. En minder moreel kapitaal? Ik vraag het maar.

Hoe dan ook maakte de rechtbank Amsterdam er korte metten mee, in een repeterend salvo oorvijgen. Die zagen een arrogante politicus met nul inzicht in het eigen gedrag noch besef van zijn probleem. Van zo’n tik herstel je als publiek persoon niet zo makkelijk, ook niet als er in hoger beroep misschien nog iets aan wordt veranderd. De rechtbank motiveert met een beroep op de publieke rol die de verdachte „had én heeft”. Door te volharden in het niet ‘opschonen’ van zijn administratie toonde Linschoten „disrespect” voor de burger en de fiscus. Een voormalig staatssecretaris en commissaris heeft een voorbeeldfunctie. Volhardt hij in z’n wangedrag, dan ondermijnt hij de belastingmoraal en betalen uiteindelijk anderen de rekening.

Tamelijk opvallend is dat de rechtbank de publicitaire druk niet in mindering brengt op de straf. Dat gebeurt namelijk vaak wel. Denk aan de Utrechtse lokale politicus die 26.000 euro stal van de Daklozenkrant – de rechter vond een werkstraf voldoende, mede door de publiciteit. Vastgoedhandelaar Paarlberg kreeg een lagere celstraf, mede vanwege de mediadruk. Voor Linschoten geldt dat niet. Dat de man er onder geleden zal hebben, neemt de rechtbank aan. Maar publiciteit is „evenwel [..] een kennelijk onvermijdelijk en bovendien van een eigen dynamiek voorzien fenomeen dat zich bij uitstek in zaken met een zekere impact voordoet.” Die aandacht wordt ‘om begrijpelijke redenen’ veroorzaakt door zijn maatschappelijke positie. Geen strafvermindering dus.

Hier worden de deuren van de weeromstuit wijd open gezet voor toekomstige politici die de ‘eigen dynamiek’ van de publiciteit mogen ondervinden, kennelijk op eigen kosten. Rechters mogen van mij in het vervolg scherp op blijven letten wat er in die publiciteit gebeurt. Die dynamiek is veelvormig, onvoorspelbaar, lang niet altijd louter journalistiek van aard – noch wordt er veel of vaak verantwoording afgelegd. Zelfregulering in de vorm van deelname aan de Raad voor de Journalistiek is voor veel media, nieuw en oud, nog altijd een brug te ver. Dus ik zou even wachten met publiciteit maar ‘kennelijk onvermijdelijk’ te gaan vinden. Ook publicitaire druk mag meegewogen worden, zeker als media komen helpen met opsporen en berechten. Ook dat komt voor.

De auteur is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht