In roerig ‘Steenbergistan’ is de rust weergekeerd

Vluchtelingen

Steenbergen is weer rustig, na fel verzet tegen de komst van asielzoekers. Wantrouwen is er nog wel, én dubbel zoveel hulpvaardige vrijwilligers.

Commotie op en rondom een gemeentelijke informatieavond over de komst van asielzoekers naar Steenbergen, oktober 2015. Foto David van Dam

Zelden werd in Nederland zo hard geageerd tegen de komst van asielzoekers als in Steenbergen. Honderden bezoekers van een gemeentelijke informatieavond scandeerden leuzen tegen „gelukzoekers” en „onverdraagzame” moslims. Wie het waagde een lans te breken voor althans de opvang van een klein groepje „echte vluchtelingen” kon maar beter „oprotten”. Een vrouw werd het spreken onmogelijk gemaakt: „Daar moet een piemel in!” Toenmalig burgemeester Joseph Vos werd uitgemaakt voor „leugenaar” en „zakkenvuller” en werd vocaal bedreigd: „We gaan op vossenjacht!”

Een kleine twee jaar later is de rust in het West-Brabantse dorp weergekeerd. Het asielzoekerscentrum, waar de menigte destijds faliekant tegen was, is er niet gekomen. Er zijn geen asielzoekers geplaatst in een gebouw dat misschien naast de ‘brede school’ Het Podium zou worden neergezet. Weg is de agressieve angst voor met name alleenstaande mannen, die het op de schoolkinderen zouden hebben gemunt. Er worden geen ruiten bij asielzoekers meer ingeslagen. Er worden geen eieren meer gegooid naar voorstanders van opvang.

„Het is rustig. De situatie wijkt niet af van welke andere gemeente in Nederland ook”, zegt Ruud van den Belt (VVD), sinds anderhalf jaar burgemeester. „We zien veel positieve ontwikkelingen. We werken aan een Steenbergen waar het goed wonen en werken is.”

Steenbergen protesteerde tegen de komst van een azc. Sander Booij probeerde het protest te leiden op een nette manier. Spandoeken oké, maar geweld – dat niet

Gratis zwemmen

Pure woede is alleen nog te vinden op een Facebookpagina, ‘Geen azc in Stb’, waar weerzin tegen vreemdelingen, de overheid en „linkse gekkies” om voorrang strijden. Alles komt voorbij: een sarcastisch lied tegen asielzoekers: „Ben jij een terrorist, en hou je wel van maagden, kom dan maar naar hier”; woede over gratis zwemmen en fitness voor vluchtelingen; waarschuwingen tegen hoofddoekjes: „Als het zo door gaat zoals het er nu aan toe gaat bestaat onze trots Steenbergen over een paar jaar niet meer maar heet het dan Steenbergistan”. Vragen van deze krant om een toelichting, vier dagen lang, worden niet beantwoord.

Er is sinds de vluchtelingencrisis óók veel sympathie met onfortuinlijke asielzoekers. In heel het land kreeg VluchtelingenWerk Nederland, vooral na de publicatie van de foto’s van het verdronken Syrische jongetje Aylan Kurdi, een golf van aanmeldingen van vrijwilligers. In september, oktober en november 2015 meldden ruim tienduizend mensen zich aan voor vrijwilligerswerk. Inmiddels ligt het aantal op ongeveer dertienduizend, ongeveer dubbel zoveel als vóór de vluchtelingencrisis. „De foto van het verdronken jongetje was een kantelpunt”, zegt directeur Dorine Manson van VluchtelingenWerk. Fel debat tijdens de toestroom van asielzoekers is „van alle tijden”, zegt ze. „Het debat is beladen, en in de media zie je vooral de uitersten. Dat was in de jaren negentig zo, en dat was twee jaar geleden niet anders.” Toch is er verschil. „Er is meer ongerustheid over moslims en de islam. En de sociale media zijn erbij gekomen. Je wil niet weten wat ik op Twitter allemaal naar mijn hoofd geslingerd heb gekregen.”

Ook in Steenbergen stroomden de vrijwilligers bij VluchtelingenWerk toe, van twintig naar veertig nu. „Ik zag de beelden van gezinnen die over land en over water de zware reis naar Europa maakten. Schrijnend. Daarom heb ik me gemeld”, zegt vrijwilliger Anne Kampert. „Er zijn veel mensen in Steenbergen die de vluchtelingen willen helpen.” De vrijwilligers staan statushouders bij met formulieren invullen, de Nederlandse taal leren en werk zoeken. Teamleider Monirah Schep: „Ik ben blij en dankbaar dat we veel steun krijgen.” Een voorbeeld: de actie om moslims aan het einde van de ramadan een pakketje met lokale producten te bezorgen. „Zoiets had ik twee jaar geleden niet verwacht.”

Kringloopwinkel

Andere inwoners van Steenbergen hebben het niet op asielzoekers begrepen, ook als die een permanente verblijfsvergunning hebben gekregen. „Het zit veel mensen hier dwars dat veel asielzoekers niet werken”, zegt beeldend kunstenaar en timmerman Peter de Koning, onder meer bekend als maker van metershoge houten beelden van piemels en opgestoken middelvingers. „Er wonen veel Polen en andere Oost-Europeanen die hard werken. Met die mensen hebben ze hier niet veel moeite. Maar asielzoekers zien ze nooit werken.” Hij verklaart de volkswoede van destijds ook uit een weerzin tegen autoriteiten. „Mensen houden zich liever aan hun eigen regels dan aan die van de gemeente.”

Dat asielzoekers niet willen werken, is een van de grootste misverstanden in Steenbergen, zegt Anne Kampert van VluchtelingenWerk. „Dat hoor ik soms op verjaardagen wel zeggen. Dat klopt niet. Ik kan dat weerleggen.” Monirah Schep: „Statushouders willen graag de taal leren. Ze willen graag werken. Maar vaak lukt het niet. Ze spreken de Nederlandse taal nog niet en hebben vaak niet het gewenste opleidingsniveau.” Er zijn ook voorbeelden van het tegendeel. „Een interieurdesigner uit Syrië werkt hier in de kringloopwinkel. Het is niet z’n echte beroep, maar zo kan hij toch z’n ei kwijt.”

Wel is er in Steenbergen nog steeds ongerustheid en wantrouwen. Zo begrijpen veel burgers dat Steenbergen de plicht heeft, net als andere gemeenten, jaarlijks tientallen asielzoekers onderdak te bieden die een verblijfsvergunning hebben gekregen. Maar toen er een jaar geleden sprake van was een deel van deze statushouders onder te brengen in eenvoudige houten huizen die naast de school zouden komen, laaiden de emoties weer op. Burgemeester Van den Belt bezocht het schoolplein van Het Podium, „in de stromende regen”, sprak met ouders en plaatste een verklaring op de gemeentelijke website, na signalen dat een raadsvergadering zou worden verstoord. Zulke verstoringen, stelde de burgemeester, zou hij „op geen enkel moment en in geen enkel geval tolereren”.

Ook nu, een jaar later, lijken omwonenden in Steenbergen nog steeds te vrezen dat in de houten huizen uitsluitend statushouders komen te wonen, ook al heeft de gemeente meermaals laten weten dat deze semipermanente huisjes onder reguliere sociale huisvesting vallen, „waar geboren én niet-geboren Steenbergenaren veilig en prettig naast elkaar kunnen wonen”, aldus burgemeester Van den Belt. Omwonenden storen zich bovendien aan de weinig luxe uitstraling van de woningen, die in de buurt van dure villa’s komen te liggen. „Dat is gewoon niet leuk”, zegt Sven Meertens. Hij had juist een nieuwbouwhuis gekocht, toen de commotie over de asielzoekers twee jaar geleden losbrandde. Een jonge moeder, die recht tegenover het terrein woont waar de houten huisjes komen, is ook weinig enthousiast over het plan, en over hoe de gemeente communiceert. „Er was laatst een inloopavond over het plan. Tijdens de vakantie. Heel sneaky allemaal.” Commentaar van de gemeente: „We betreuren dat dit gevoel leeft dat het tijdens de vakantie was. Het was een maand ervoor.”