Een prijs voor Jan Timman

RL

Simon Vestdijk (1898-1971) publiceerde 52 romans en meer dan honderd andere boeken met gedichten, essays, verhalen en kritieken. Toen hem eens gevraagd werd of hij er niet moe van werd, altijd maar schrijven, reageerde hij verbaasd: „Je kunt er toch bij blijven zitten?”

Dat kan tijdens een schaakpartij ook, maar wat daar niet kan is even een half uurtje wandelen om een frisse blik te krijgen, iets nalezen wat je vergeten bent of een domme fout die je hebt gemaakt verbeteren. Er zijn makkelijk nog andere dingen te noemen die een schrijver wel mag en een schaker niet.

In het toernooi op het Isle of Man waarover ik vorige week schreef, begon Jan Timman goed met 4½ punt uit zeven partijen. Onder zijn tegenstanders waren de grote schakers Rapport, Gelfand, Vallejo en Leko. Maar daarna verloor hij de laatste twee partijen en beide keren was het na een kort moment van verblinding. Tegen het eind van een toernooi wordt hij tegenwoordig moe, dat zag je de afgelopen jaren ook in het Tatatoernooi.

Tijdens het toernooi op Man werd bekendgemaakt dat Timman de Book of the Year Award van de Engelse schaakbond had gewonnen. Het gaat om het inderdaad erg mooie boek Timman’s Titans, een serie portretten van wereldkampioenen zoals hij die persoonlijk kende en op het bord bestreed.

Timman schaakt minder sterk dan vroeger, maar hij schrijft minstens zo goed als toen. Ik denk dat hij het liever omgekeerd had.

Voor Magnus Carlsen was het een vakantietoernooi. Hij kwam naar Isle of Man zonder zijn vaste staf – vader, manager, secondanten, soms zelfs een kok – en had alleen zijn vriendin meegenomen. Soms zag je de lichtzinnige vakantiestemming aan zijn partijen af, maar hij won het toernooi wel, een half punt voor op Nakamura en Anand.

Magnus Carlsen - Jeffery Xiong, Isle of Man Masters 2017

1. Pf3 c5 2. c3 Pf6 3. d4 e6 4. Lg5 d5 5. e3 h6 6. Lh4 Pc6 7. Pbd2 a6 8. Ld3 Le7 9. 0-0 Pd7 10. Lxe7 Pxe7 11. Pe5 Dit kan goed beantwoord worden met 11...Pxe5 12. dxe5 Pd7. Dan heeft wit na 13. Pf3 Dc7 een probleem met zijn e-pion, 13. f4 c4 14. Lc2 Db6 is goed voor zwart en na 13. Dg4 Dg5 staat zwart comfortabel. 11...cxd4 12. exd4 Pxe5 13. dxe5 Nu staat wit beter. 13...Ld7 14. Te1 Tc8 15. Pf3 b5 16. h4 a5 17. a3 Db6 18. Dd2 b4 19. cxb4 axb4 20. a4 Ta8 21. b3 0-0 22. Tac1 Tfc8 23. h5 Nauwkeuriger was 23. Pd4, want nu had zwart met 23...Tc3 een goede tegenkans, omdat hij na 24. Txc3 bxc3 25. Dxc3 Tc8 zijn pion terugwint. 23...Kf8 24. g4 Rustig en sterk was 24. Lb5 Lxb5 25. Dxb4, maar Carlsen pakt het harder aan. 24...Tc3 25. g5 hxg5 26. Txc3 bxc3 27. Dxg5 Pf5 28. Lxf5 exf5 29. e6 Lxe6 30. h6 gxh6 31. Df6

Zie diagram

Zwart zit in het nauw, maar hij kan zich verdedigen met 31...Ta6 of 31...Dd8. Na die laatste zet levert 32. Txe6 Dxf6 33. Txf6 Tc8 wit weinig op, maar na simpel 32. Dxc3 heeft zwart het nog steeds moeilijk. 31...Kg8 Hij stort in. Dit is net de kant waar zwarts koning niet moet zijn. 32. Dxh6 Db4 33. Kh1 Zwart gaf op wegens de dreiging 34. Tg1+.