Dikke vrienden

Als je ze naast elkaar zag op de Erasmus Universiteit, dacht je: wat hebben die twee gemeen? Uiterlijk al weinig. Imposante Bram, kleine Frits. Dromerige oogopslag tegen blik recht vooruit. PvdA en VVD. De één zoon van een communistische metaalbewerker, de ander van een Amsterdamse patriciër. Toch dikke vrienden.

In zijn magnum opus Zeven politieke levens beschrijft advocaat Frits Korthals Altes hoe dik. Een taai boek. Zelfs het vriendschapshoofdstuk munt uit in juridische precisie: „Op 18 maart 1982 werd Bram Peper benoemd tot burgemeester van Rotterdam”, zo begint Korthals. Om te vervolgen met: „Op 24 maart 1986 biedt Peper een tussenbericht genaamd ‘Plannen met de politie’ aan.”

Tja, het tussenbericht, wie herinnert het zich niet? Er volgt iets over voetbalvandalisme, Ogem, Stokvis & Zonen en de Nieuwe Afrikaansche Handels-Vennootschap, en dan, jaja, de eerste blijk van vriendschap: Korthals vraagt in 1985 of Peper zijn huwelijk wil voltrekken. Later zet hij zich in voor de rehabilitatie van Rotterdams oud-burgemeester.

Peper interviewde zijn stadsgenoot over zijn pil van 600 pagina’s. Een avond van oude heren, en dingen die soms net iets te langzaam voorbij gingen. Maar gaandeweg begreep je wel wat hen bond. Natuurlijk de liefde voor de politiek en het staatsbestel, maar ook hun sarcasme. Peper: „Waarom ik nog bij de PvdA zit? Nou, omdat zich bij die partij altijd een nóg betere gelegenheid kan voordoen om je lidmaatschap op te zeggen.” En Korthals: „Moord en doodslag zijn ernstige misdrijven, waar de meeste mensen gelukkig maar een paar keer in hun leven slachtoffer van zijn.”

Maar het is ook een intellectuele kruisbestuiving. De socioloog Peper die geïnteresseerd is in groepen (‘hoe wist de VVD nieuwe kiezers aan zich te binden?’) en de jurist Korthals die wil weten waar groepen de wet overtreden (‘kleine criminaliteit noem ik liever veel voorkomende criminaliteit’). En passant noemde hij het bannen van de koning bij de formatie ongrondwettelijk.

Een autobiografie wil Korthals zijn pennenvrucht niet noemen. „Het is een verzameling van 28 dossiers.” Bij het signeren: „Weet u dat er nog acht extra dossiers op internet staan?”