Commentaar

Nieuwe hoogste militair heeft nog een lange weg te gaan

Dat bewindslieden van Defensie voortijdig aftreden is vaker voorgekomen. Maar dat de hoogste militair tot de collateral damage behoort is uniek. Het vertrek van Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp, tegelijk met zijn politieke baas minister Jeanine Hennis (VVD) viel enigszins weg door het opstappen van de laatste. Toch is het signaal dat generaal Middendorp deze week met zijn ontslag heeft afgegeven aanzienlijk groter dan de onvermijdelijke politieke verantwoordelijkheid die de minister heeft genomen.

Middendorp stapte twee dagen eerder op dan zijn officiële vertrek. Maar dat doet niets af aan de boodschap die hij hier mee heeft willen afgeven. In de dagorder waarmee de Commandant der Strijdkrachten zijn vertrek aankondigde leverde hij in niet mis te verstane bewoordingen kritiek op de wijze hoe Defensie de afgelopen kwart eeuw is behandeld. De grens was volgens hem al lang bereikt. Na 25 jaar „afbraak” loopt de organisatie „op haar tandvlees en ondertussen neemt het beroep op de krijgsmacht alleen maar toe”, zei hij.

Middendorp gaf direct toe dat het mortierongeval in Mali, de aanleiding voor de laatste stoelendans op Defensie, geen direct gevolg was van de bezuinigingen maar schetste wel de moeilijke omgeving waarin de krijgsmacht moet opereren. De politiek wil dat de expeditionaire Nederlandse krijgsmacht volop aanwezig is in de wereld en ook nog op het hoogste niveau, maar diezelfde politiek heeft wel laten gebeuren dat de uitgaven voor Defensie inmiddels een kwart lager liggen dan andere Europese landen.

Maar tegelijk kan geconstateerd worden dat op dit punt de roep van de militairen is gehoord. Sinds vorig jaar krijgt Defensie er weer geld bij. Niet veel en het aanstaande regeerakkoord zal dan ook duidelijk moeten maken of er sprake is van een echte kentering. Overigens is het extra geld dat naar Defensie gaat een direct uitvloeisel van de NAVO-top in Wales in 2014. Daar zegde Nederland toe de uitgaven binnen 10 jaar dichter naar de NAVO-norm van 2 procent van het bruto binnenlands product te brengen. Op dat moment zat Nederland met een defensiebegroting van 7,7 miljard euro op een percentage van 1,2.

Meer geld is echter niet het hele verhaal. Het gaat er allereerst om hoe dat geld besteed wordt. De klassieke rol van de krijgsmacht als verdedigingsmacht van het nationale grondgebied is na beëindiging van de Koude Oorlog getransformeerd in een krijgsmacht die wereldwijd inzetbaar is. Het bracht Nederlandse militairen de voorbije jaren op diverse plaatsen met Afghanistan en Mali als in het oog springende missies.

In het eerder dit jaar verschenen rapport ‘Veiligheid in een wereld van verbindingen’ stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dat de opgedane ervaringen in het buitenland „niet onverdeeld positief” zijn. Vandaar ook de terechte aanbeveling van de Raad het noodzakelijke achterstallig onderhoud gepaard te laten gaan met een „duidelijke focus”. Hierdoor wordt hopelijk voorkomen dat het extra geld ongericht wordt verspreid over degenen die hun vinger het eerst opsteken.

Maar ook extra geld én een visie op de primaire taken van de krijgsmacht zal het aangeslagen defensieapparaat er niet bovenop helpen. De aanleiding voor het opstappen van minister Hennis en Commandant der Strijdkrachten Middendorp was het vernietigende rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar het ongeval in Mali waarbij twee militairen om het leven kwamen en één zwaar gewond raakte. Defensie is de afgelopen jaren geplaagd door diverse kleinere en grotere incidenten. Daarnaast was er de jarenlange kritiek van de Rekenkamer op de financiële verantwoording van het departement.

Op het ministerie van Defensie heerst niet alleen een ‘can-do-mentaliteit’ zoals de Onderzoeksraad constateert maar ook een ‘wij-weten-het-beter-mentaliteit’. De nieuwe Commandant der Strijdkrachten, Rob Bauer, beloofde donderdag bij zijn aantreden beterschap. Hij wil op alle fronten het vertrouwen herstellen; vertrouwen van de politiek en de samenleving in Defensie maar ook het vertrouwen van de militairen in de eigen organisatie. Hij zal het nog druk krijgen.