De NCRV-presentator met de huiselijke toon

Vorige week vrijdag stierf Dick Passchier aan een hartstilstand, 84 jaar oud.

Foto ANP

De televisie was altijd zijn hobby gebleven – en werd nooit zijn beroep. In dagelijkse doen was Dick Passchier eigenaar van een winkel in oosterse snuisterijen en riet- en bamboemeubilair, in een winkelcentrum in Zwijndrecht. Van jongs af aan organiseerde en presenteerde hij echter ook tal van lokale evenementen. Eigenlijk wilde hij naar de omroep. In 1965 stuurde hij bandopnamen van een door hem gepresenteerde afscheidsavond voor de rector van het Dordrechts lyceum naar de NCRV. En hij werd prompt geëngageerd.

Dick Passchier maakte zijn televisie-debuut op 15 oktober 1965 met het spelprogramma Interland en bleef tot eind jaren tachtig in beeld met sportief getinte successhows als Zeskamp, Spel zonder grenzen. en de Mini-Voetbalshow. Ook was hij jarenlang de vaste commentaarstem bij de tv-reportages van het défilé bij paleis Soestdijk op Koninginnedag, en bij diverse bloemencorso’s. Maar de winkel bleef al die jaren zijn basis.

„Hij had een ongelooflijk druk bestaan”, vertelt zoon Paul Passchier. „Hij was geen socialist en ook geen praktiserend christen, maar hij was wel met heel veel mensen begaan. Hij zat in allerlei welzijns- en bijstandscommissies en is ook tien jaar voorzitter van de voetbalvereniging FC Dordrecht geweest. Mijn moeder was meestal degene die in de winkel stond.”

Passchier trok een miljoenenpubliek met zijn huiselijke uitstraling en zijn montere toon. Tot de NCRV begin jaren negentig op hem uitgekeken raakte. „Dat stelde hem wel teleur”, aldus zoon Paul. „Maar hij zag toen kans zich met mijn moeder in Noorwegen te vestigen – een lang gekoesterde wens. Ze hebben het daar heerlijk gehad. In 2004, toen mijn moeder ziekelijk werd, kwamen ze terug.” Het echtpaar woonde sindsdien in het Friese dorp Kollum.

Vorige week vrijdag stierf Dick Passchier aan een hartstilstand, 84 jaar oud. „Hij had die ochtend nog een liedje gezongen voor de thuishulp”, zegt zijn zoon, „en op weg naar zijn stoel zijn dagelijkse kuitenflikker gemaakt. Daarna ging hij naar beneden om de krant van de deurmat te halen en viel dood neer. Hij was dus vrolijk tot het allerlaatst. Dat tekende hem. Ik heb hem mijn leven lang nooit één kwaad woord horen zeggen”.