Recensie

De GT3-rijder is een masochist

Als je een stukje oorlog op de weg zoekt, moet je de nieuwe Porsche 911 GT3 hebben, schrijft .
De Porsche GT3 , gefotografeerd bij Porsche Centrum Rotterdam.Foto Peter de Krom

Geen kinnesinne, instappen in een van de ruigste 911’s die Porsche maakt, de GT3. De hoge wangen van de zitkuip sluiten als een taartvorm om je heen. Er zit weinig anders op dan je achterwaarts te laten vallen en de ledematen binnenboord te trekken zoals een heremietkreeft pootjes opbergt in zijn slakkenhuis.

Nog problematischer is uitstappen. Hoofd naar buiten steken en je krachtig optrekken aan de dakrand, anders krijgen de hulpdiensten je er alleen met een schoenlepel uit.

De GT3 is voor insiders. Hoe leg je uit dat je voor minder geld een 911 turbo koopt met meer vermogen, meer comfort en de trekkracht waar de GT3 niet aan kan tippen? Wel, de GT3 mist de turbo die de meeste auto’s al bij lage toerentallen extra pep geeft. Hij heeft zijn trekkracht pas paraat bij 6.000 toeren en voor het volledige vermogen van 500 pk moet tot 8.250 toeren worden doorgetrapt. Zo’n ouderwetse racemotor is een tube die je helemaal uit moet knijpen. In de bijbehorende teringherrie, die de civiel klinkende turbo je bespaart, dien je daarnaast te allen tijde het hoofd koel te houden. Zoveel vermogen op alleen de achterwielen blijft Russische roulette in de vuile bochten die hij als een stofzuiger verschalkt zolang de eigenaar weet wat hij doet. De turbo, braaf maar veilig, heeft vierwielaandrijving.

Wat zou je afzien in een tijd waarin hybride turbo-Porsches op een bedje van fluweel 300 halen? Nu komen we op het essentiële onderscheid tussen gemakzucht en strijdvaardigheid. De GT3 is een circuit-Porsche voor de openbare weg en dat is voor de kenner juist het mooie. De GT3-rijder is een masochist. Hij zoekt een stukje oorlog in een welvaartswereld zonder loopgraven, een onderstel dat hem tot moes beukt, de aanslag op zijn trommelvliezen. Voor zo’n procrustesbed betaalt hij grif 230.000 euro.

Voor de show

Achterop staat als een Stonehenge-monument de spoiler, een hoog boven de achterklep oprijzend tafelblad op pootjes. In mijn dorp denkt iedereen, ik ook, dat het geval er voor de show zit.

Kom ik op terug. Eerst het masterplan. Ik heb een race-auto met rolkooi en schakelflippers – dus wij gaan racen!

Gelukkig heb ik een uitje naar Düsseldorf. Hyundai onthult daar een gepeperd middenklassertje met 275 pk. De columnist in mij verkneukelt zich; met Godzilla naar de doop van een gepimpte leaseconstructie. Ik kan 318 en dat gaan we halen op de Autobahn, via de A31 flatout zuidwaarts naar de Koreaanse piepmuis. Als dat zelfs in Duitsland niet meer lukt wordt hij pathetisch.

Hier is het doek allang voor hem gevallen. Dit jaar zag ik een GT3 op de A28. Ik hoorde hem van verre komen. De bestuurder zocht wanhopig vrije ruimte maar de burgerij zat dwars; steeds werd zijn gang gestuit door slome aannemers of Polo’tjes van de trombosedienst. Dan hoorde je het folterinstrument verslagen een octaafje zakken.

Goed dat ik een exemplaar met PDK heb meegekregen, de als automaat werkende zeventraps transmissie met dubbele koppeling. Met de ook leverbare handbak zou je je in het kermisding de moeder schakelen en je dankt god dat je je handen aan het stuur mag houden, met de extreem spoorgevoelige banden is het alle hens aan dek. Des te intenser voel je met je klamme klauwen aan het stuur hoe onnatuurlijk scherp de auto stuurt. De iets te gladde alcantara stuurwielrand wint door het angstzweet snel aan kleefkracht.

Eenmaal in Duitsland brengt zijn grunge een man in trance. Porsche weet wat drama is. Bij 150 stampt hij als een centrifuge op een doorgerotte houten vloer. Boven de 5.000 toeren gaat het razen over in een gillen dat je niet moet willen ondergaan zonder gehoorbeschermers. Bij het strippen van de auto, GT3’s mogen niks wegen, lijkt het meeste isolatiemateriaal gesneuveld. Steenslag en regen hoor je luid en duidelijk de wielkasten bekogelen en stationair kraakt en reutelt de motor alsof er iets heel erg kapot is. Schrik niet, het is maar theater; de ontworpen ruigheid van de spijkerbroek met scheuren, de rommelmarktlook van Piet-Hein Eek, een postmoderne evocatie van verwildering.

De topsnelheid heb ik niet gehaald. De lol was er een beetje af toen ik met 295 over een dwarsrichel schoot die de auto scary uit balans bracht. Waarom vloog ik niet als een raket een weiland in?

Juist, de spoiler! De neerwaartse druk die Stonehenge opwekt redde me het leven. Nooit meer zal ik met dat druiprek spotten. Ik wens de Porschiaan behouden vaart.