De dood van een ridder

Ridderleven

In Nobel streven wordt ridder Jan van Brederode tot leven gewekt. Van Oostrom legt stukje voor stukje het complete mozaïek.

Wie was Jan van Brederode? Een ridder die rond 1371 werd geboren in een Hollands elite-geslacht, een van de vier broers. Hij raakte in de financiële nesten, bleef kinderloos, liet zijn huwelijk ontbinden en koos met zijn vrouw voor een kloosterleven. Toen er een erfenis gloorde, wilde hij intrede en huwelijksontbinding ongedaan maken – vergeefs. Hij eindigde als huurling, tot hij, anoniem, sneuvelde bij de Slag bij Azincourt. Zo, in hoog tempo verteld, lijkt het Nobel streven een overvolle roman. Maar wie het boek leest, ziet een fijn mozaïek van ontelbare stukjes die elk op het enig juiste moment door Frits van Oostrom op zijn plaats wordt gelegd.

Het mooist is die werkwijze te zien bij de dood van Brederode. Het staat vast dat hij op 25 oktober 1415 sneuvelde bij Azincourt. „Alleen: aan welke kant viel hij, de Franse of de Engelse”, schrijft Van Oostrom. Voor beide opties zijn argumenten, maar wat zijn de bewijzen? „Twee, min of meer toevallige, recente vondsten”, helpen. „Verscholen in een voetnoot” van een Franse „doorwrochte studie” uit 1980 vindt Van Oostrom de verwijzing naar een kwitantie uit de Franse Koninklijke archieven. Daarin staat dat Jan van Brederode op 20 augustus 1415 elf ecuyers heeft ontvangen voor de diensten die hij en zijn compagnie hebben geleverd tegen de Engelsen.

Maar, gaat Van Oostrom verder, dat Brederode op 20 augustus in Franse dienst was, bewijst niet dat hij dat op 25 oktober nog steeds was. Hij durft pas een stellige uitspraak te doen na een tweede „toevalsvondst”. Via een boek uit 1865, en vandaar „door een struikgewas aan teksten” komt Van Oostrom op een handschrift uit 1513 over de Engelse koning Henry V die zijn troepen monstert voor de oversteek.

„Daar trof hij een zekere edelman wiens naam Olandyne luidde (die) was in grote vroomheid een klooster van kartuizers ingetreden (..) zijn echtgenote was eveneens ingetreden (maar) had spijt gekregen van zijn professie. Hij had vervolgens alles in het werk gesteld om van de Paus dispensatie te krijgen om zijn religieuze leven te verlaten en zijn voormalige wereldse leven te hervatten. In zijn hernomen staat van wereldling bood hij nu de Koning aan om in dienst krijgsdienst te treden. Maar toen de o zo deugdzame koning vernam van ’s mans biografie (..) weigerde hij het gezelschap van deze Olandyne. (..) Op deze weigering verliet genoemde Olandyne (..) de Koning en schoot diens vijanden in Frankrijk te hulp, waarna hij werd gedood op het veld van Agincourt.”

Pas dan, schrijft Van Oostrom, „kunnen wij het al met al voor zeker houden dat Jan van Brederode aan Franse kant de dood gevonden heeft.”