Belofte aan de horizon

Niet elk werk kan op een pronkplek in het museum hangen. In de marge vind je de ‘voorbijgangers’. Wim Pijbes laat u elke maand stilstaan bij zo’n stille schat.

Vandaag:

schijnbaar achteloze klieders en klodders

foto merlijn doomernik

Van welke kant je ook komt, wie de stad Groningen nadert ziet al van ver de Martinitoren. Als een trots baken in het landschap, het eindpunt van een vaak verre reis. Telkens als ik in de buurt ben, maakt de vertrouwde aanblik me rustig. Ik laat me overvallen door een gevoel van thuiskomen. Tegelijk maakt zich een lichte sensatie van mij meester, van een belofte aan de horizon, van de stad waar ik kunstgeschiedenis studeerde. Hier staat ook het museum waar ik mij voor het eerst thuisvoelde: het Groninger Museum. Het is de plek waar het werk van de kunstenaars van De Ploeg wordt gekoesterd en gevierd. Dit kunstenaarscollectief werd in 1918 in Groningen opgericht door geestverwante kunstschilders, literatoren en musici. Het contrast tussen de ingetogen volksaard van de Groningers en de haast exotische expressie van de schilders van De Ploeg kan niet groter. Ik ben een Groninger en ik verbaas me iedere keer opnieuw over het roodbonte palet van De Ploeg.

Zo dwaalde ik ook de laatste keer van een Dijkstra naar een Wiegers, want zo heten ze. Tot mijn blik werd getrokken door een mij onbekend landschapje. Ik liep er recht op af, verleid door de aangename kleuren en ongekende frisheid. Wat je noemt ‘een dotje’. Een bescheiden formaat schilderij, uitgevoerd in sterk verdunde olieverf op triplex. De maker, Jacob Gerard (Job) Hansen, kende ik wel, maar vooral als architect van een even klein als markant oeuvre. Hij was de zoon van een huisschilder en als kunstschilder autodidact. Zijn schilderijen laten een volstrekt eigen beeldtaal zien, dikwijls uitgevoerd op triplex, zoals hier, in een ijle, aangelengde toets. Hansen verdunde zijn verf tot het uiterste en bracht dit vervolgens op met een brede kwast, of soms met zijn vingertoppen en handpalmen. Onderwerpen vond hij, net zoals zijn kompanen van De Ploeg, dicht bij huis: stillevens, portretten en vooral landschappen in en rondom Groningen.

wat mij hier nu vooral zo fascineert, is het omslagpunt van die abstracte dotjes verf, de achteloze klieders en klodders en tegelijk de zichtbare werkelijkheid die alom aanwezig is. Ik ontwaar en herken onmiddellijk het silhouet van de Martinitoren (en wordt hierin bevestigd door de titel van het paneeltje). De pontificale kerktoren als prima ballerina. En niet eens op het voorplan, maar ergens op het achtertoneel. Het deert haar niet, ze torent er toch wel bovenuit.