Column

Bek houden, tegenstemmen

Zal ik het eerlijk zeggen? Ik weet niet precies waar de ophef over het optreden van Thierry Baudet tijdens het debat over de slachtoffers in Mali deze week over ging. Hij droeg een legervest en had legerkisten bij zich, om zijn boodschap over de abominabele omstandigheden binnen defensie kracht bij te zetten. Militairen krijgen kennelijk tegenwoordig een dusdanig slechte uitrusting van hun werkgever, dat ze zich genoodzaakt zien om het betere spul dan maar voor zichzelf te kopen.

Jarenlang was een bezuiniging op defensie voor veel politieke partijen een soort gratis maatregel. Er kwam nooit oorlog meer, en zo ja, dan kon Nederland zichzelf toch niet verdedigen. Verder hoestte Amerika al jaren de NAVO-kosten op en het belang van internationale missies werd steeds minder ingezien. Als we nog maar een handvol stoere kids achter de hand hielden die, indien nodig, met zandzakken konden slepen, kon er heus straffeloos wel nog een miljardje aan het leger worden onttrokken. De schade bleef grotendeels onzichtbaar. Militairen gaan niet op het Malieveld staan zwaaien met vlaggetjes. Ze gehoorzamen, ze salueren, ze zeggen geen nee. Baudet maakte in vier minuten tastbaar wat lang zo ver weg was gebleven. Het was effectief, overtuigend, slim.

Anderen waren minder positief. Volgens sommigen was het ‘effectbejag’. Ik zou niet weten waar je dan je bed voor uit zou komen. Daaronder lag nog een diepere laag die Baudet aanboorde. U mag mij beschuldigen van een beetje amateurpsychologie, maar ik vermoed dat een aanzienlijk deel van de volksvertegenwoordigers helemaal niet zo veel afkeer voelden bij het toneelstukje van Baudet maar eerder last hadden van jaloezie. Wat moet het toch heerlijk zijn om zonder partijdiscipline, zonder de in je nek hijgende Halbe Zijlstra, of Wilders, of Roemer, zonder portefeuille met onderwerpen waartoe je je moet beperken, zonder de handboeien van regeerakkoorden of andere afspraken, om gewoon eens precies te zeggen wat je werkelijk vindt. Om op te springen, daar vanaf de achterste rij, en een écht gepassioneerd optreden te kunnen geven.

Het profiel van een geschikt Kamerlid is een recept voor frictie. Je bent op zoek naar hardwerkende idealisten, intelligent en ambitieus, bevlogen en capabel, die toch een regeerperiode lang keurig moeten kunnen luisteren naar de baas. Belangrijkste talent: jezelf er continu van kunnen overtuigen dat het beter is voor iedereen als je je eigen opvattingen ondergeschikt kunt maken aan het partijbelang. Op je handen kunt zitten, je tong inslikken, in ruil voor waardering.

Volgende week ligt er dan eindelijk dat lang verwachte regeerakkoord. De uitkomst van 200 dagen puzzelen en schuiven en ruilen. Wie ziet zichzelf nog vertegenwoordigd in dat potje kapot gepureerde smaken? Koste wat kost moest er een ‘stabiele meerderheid’ gevonden worden. Er is natuurlijk weinig stabiels aan, want nu ben je afhankelijk van maar liefst vier partijcongressen, vier fracties, vier type kiezers wiens „spijt van mijn stem”-tweets straks prominent in beeld komen zodra er moeilijke beslissingen genomen worden. Wat is er eigenlijk mis met wisselende contacten? Waarom niet elk splinterpartijtje per onderwerp naar het torentje geroepen zodat ze vervolgens kunnen pronken met ‘hun’ overwinning? Zou toch mooi zijn: een groep bekwame bewindslieden die bij een motie van wantrouwen niet alleen afhankelijk zijn van een smsje naar de fractie met „bek houden en tegen stemmen”.

Zo’n keurslijf contrasteert met wat er buiten de deur gebeurt. Een maatschappij vol éénpitters, die elk beetje zuil dat ze nog tegenkomen te lijf gaan. Een economie waar voor elke klus iemand anders wordt ingehuurd en de teloorgang van het vaste contract maar ten dele wordt betreurd. Een systeem waar niemand meer van elkaar afhankelijk wil zijn, niemand elkaar meer wil gehoorzamen, en niemand door een ander betutteld wil worden. Misschien geen gek idee om die tendens in de volksvertegenwoordiging weerspiegeld te zien.

Op links werd de oplossing voor de krimp vaak gezocht in méér samenwerking. De SP, GroenLinks, Partij van de Dieren en PvdA zouden de handen ineen moeten slaan, hun verschillen moeten overbruggen en één blok vormen tegen de rechtse machthebbers. Maar misschien ligt de gouden oplossing juist in het tegenovergestelde. Opbreken, riemen los, iedereen absolute vrijheid van spreken, zonder last of ruggenspraak. Misschien ontdek je dan zomaar per ongeluk nóg een Kamerlid met talent voor effectbejag.

Rosanne Hertzberger is microbioloog