Column

Armoe troef

Het doelsaldo in de laatste kwalificatiewedstrijden kan beslissend zijn voor deelname van Oranje aan het WK in Rusland. Doelsaldo: proef het woord. Er zit geen letter glorie in, geen kruimel heroïek. Het is even doods als het net in een tennispartij.

Kwalificatie per doelsaldo is voor landen als Kameroen, Kazachstan, Malta… Kneusjes van het interlandvoetbal die per ongeluk zijn doorgedrongen tot het toernooi. Een huzarenstukje zeggen ze zelf, wel eenmalig leert de geschiedenis. Trotse voetbalnaties horen een rekenkundige truc als reddingsboei af te wijzen. Schaamte laat het armzalige opportunisme van doelsaldo’s niet toe. Al helemaal niet als je nog niet zolang geleden derde bent geëindigd op een wereldbekertoernooi. Naast oogstrelend voetbal, spelvreugde en genialiteit is het Nederlands elftal ook de schaamte kwijtgespeeld. Een beter doelsaldo dan de concurrentie wil je als groot voetballand toch niet aanrekenen als een verdienste.

Het zou zomaar kunnen dat Argentinië en Nederland in Moskou ontbreken. Twee voetbalreuzen met een rijke historie. Hoe komt dat? Argentijnen zijn clubspelers, geen interlandspelers. Er hangt een permanente sfeer van jalousie de métier in de selectie. De status van nationale held wordt de ander niet gegund. Lionel Messi is mentaal niet bestand tegen die onverschilligheid en speelt voor het Argentijnse elftal keer op keer als een kaasboer uit Andorra. Niet de schittering, verveeldheid is zijn constante.

Het Nederlands elftal is al een tijdje ziek. Doodziek. Deels mismeesterd door bepaalde bondscoaches, deels bij gebrek aan talent. Dat de oude Arjen Robben nog de enige vaandeldrager van een rijk verleden is, zegt genoeg over de heersende bloedarmoede. Oranje heeft geen dodelijke spitsen, geen middenveld en geen doelmannen van niveau. Er zit geen slot op een tactisch plan en gaande de wedstrijd ontstaat een imbroglio van impulsen.

Vierwindstrekenvoetbal.

Ik wil het de huidige bondscoach niet eens kwalijk nemen. Dick Advocaat zit tenminste niet zoals zijn voorganger als een bloemzak in de dug-out. Hij is nog even explosief als twintig jaar geleden en zijn beleving van de wedstrijd is groter dan die van de elf man op het veld. Of zijn gezag navenant is, valt te betwijfelen. Halfwas vedetten als Kevin Strootman, Memphis Depay, Jasper Cillessen en Vincent Janssen zijn gauw geneigd tot banalisering van coachpraatjes.

Oranje heeft de plank volledig misgeslagen in de timing van de generatiewissel. De aflossing is een estafette naar achteren. Daarbij is het mentale wak van Oranje dramatischer dan het technische onvermogen. Arjen Robben is nog zowat de enige die zijn scala van oorlogsgrimassen en indianenkreetjes opentrekt. Hij doet het zo ostentatief dat het pijn doet aan de ogen.

Winnen in Wit-Rusland moet kunnen, maar verwacht geen dozijn doelpunten. Bij 2-0 is Oranje reeds ontredderd door het succes. Iedereen gaat dan voor zijn eigen doelpuntje in het besef dat eeuwigheid in Oranje van korte duur is.

Ik heb al langer het gevoel dat ook onder de Oranjefans berusting is ingetreden. Nog net geen klapvee, maar grote emoties blijven achterwege. De dood of de gladiolen is een afgestorven mantra. Het Oranjelegioen heeft eigenlijk niets meer om voor te sterven. Het volgt de wankelmoedige tred van Ajax en zoekt de nationale trots nu in het F1-circus. Max Verstappen is de Johan Cruijff van deze tijd. Jammer voor het voetbal.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver