Recensie

Waargebeurd in het arbeidersparadijs

Russische geschiedenis Historicus Yuri Slezkine schreef een originele en ambitieuze geschiedenis van een flatgebouw in Moskou, waarbij hij het bolsjewisme als een religieuze sekte neerzet, die een duizendjarig rijk wilde stichten.

Het trappenhuis van de bioscoop in het Huis van de Regering Foto's uit besproken boek

In den beginne was er een moeras. En wat zich daar in de loop der eeuwen ook zou afspelen, het bleef een moeras, zelfs toen de profeten van een nieuwe heilsleer er een reusachtig flatgebouw voor hun elite bouwden.

Dat moeras, in het hart van Moskou, op de zuidelijke oever van de Moskva-rivier tegenover het Kremlin, vormt het lugubere decor van The House of Government. A Saga of the Russian Revolution, het magnum opus, zowel wat inhoud als omvang betreft, van Yuri Slezkine (Moskou, 1956), hoogleraar Russische geschiedenis aan de Universiteit van Californië – Berkeley. Het is een merkwaardig, ambitieus en vervreemdend boek, dat leest als een combinatie van een historische studie over de Russische revolutionaire beweging, een essay over de religieuze wortels van het bolsjewisme en een epische roman over de levens van een groep prominente communisten tijdens de Stalindictatuur.

Om te benadrukken dat niets van wat Slezkine vertelt verzonnen is, lees je op de eerste bladzijde van zijn boek: ‘Dit is een historisch verhaal. Iedere gelijkenis met fictieve personages, dood of levend, berust volledig op toeval.’ Aanvankelijk ga je in die woorden mee, zeker voor wat de eerste driehonderd bladzijden betreft. Maar zodra je zijn beknopte geschiedenis van de revolutionaire beweging, de zestig pagina’s lange verhandeling over de rol van religies en utopisch religieuze bewegingen in de geschiedenis, het verslag van de revolutie van 1917 en de opbouw van de nieuwe socialistische heilstaat achter de rug hebt, word je de levens van een selecte groep dramatis personae binnengezogen. Vanaf dat moment kun je je slechts met moeite losmaken van de indruk dat je in een epische roman als Vasili Grossmans Leven en lot verzeild bent geraakt.

The House of Government speelt zich af in de mythische onderwereld van utopistische bolsjewieken, waar zich een tragedie voltrekt die je voor onwaarschijnlijk zou hebben gehouden als je niet geweten had dat alles echt zo gebeurd is. Dialogen ontbreken, maar Slezkine put voor de lotgevallen van zijn personages uit dagboeken, memoires en romans die in en over die tijd zijn geschreven. Soms doen die gekozen fragmenten je van verbijstering van je stoel vallen, vooral als het gaat over het klakkeloos accepteren van de in naam van de Partij begane wreedheden tegen de bevolking en de pre-revolutionaire maatschappelijke bovenlaag. En tegelijkertijd krijg je sympathie voor hen, ook omdat je weet dat ze in 1937-’38 zullen worden geëxecuteerd.

Theologische verhandeling

Slezkine bouwt zijn boek op als een theologische verhandeling over een sekte die het ideaal van een duizendjarig rijk aanhangt, vergelijkbaar met de Wederdopers, die in het zestiende-eeuwse Münster met hun religieuze terreur een ‘Godsstaat’ op aarde wilden stichten in afwachting van de wederkomst van de Heer. De hoofdstukken in The House of Government hebben daarom titels als ‘De predikers’ (over de revolutionairen), ‘Het geloof’ (een sociologische analyse van religies, waarin het bolsjewisme wordt neergezet als een godsdienst met de secretaris-generaal van de Communistische Partij als hogepriester), ‘De heerschappij van de heiligen’ (over de opbouw van de utopische samenleving) en ‘Het laatste oordeel’ (over de Stalinterreur). Naarmate die sekte een generatie lang aan de macht is, raakt ze teleurgesteld omdat haar doelen niet zijn behaald. Om het verval tegen te gaan, bereidt de priesterkaste zich voor om een laatste offer te plengen in de hoop dat daardoor alles alsnog goed komt.

Alleen al door zo’n aanpak verraadt Slezkine dat hij met dit boek een originele studie heeft willen schrijven waarin alles aan de orde komt wat hem in zijn academische leven bezighoudt. En misschien maakt juist dat The House of Government zo uniek, ook al lijdt het aan overdaad en herhalingen. Maar zelfs voor die kritiek valt iets te zeggen, want de indruk die je aan zijn boek overhoudt, is er een van ongeloof, omdat het raadsel waarom zoveel intelligente, beschaafde, zachtaardige mensen uit idealisme deelnamen aan een massale moordpartij alleen maar groter wordt.

In verhalende geschiedschrijving is het persoonlijke element, waarin de lotgevallen van individuen tegen een grotere achtergrond worden geplaatst, van essentieel belang. Empathie met de handelende personen speelt dan ook een grote rol. Slezkine lijkt dat als geen ander te begrijpen. In de loop van zijn betoog wekt hij zelfs de indruk dat hij zijn personages doorziet, zo goed weet hij zich in hen te verplaatsen, zo haarscherp schetst hij de absurde, wrede wereld waarin ze leven. Want hoe kun je nu begrip opbrengen voor een zoon die blij is dat zijn vader gearresteerd wordt omdat hij er contrarevolutionaire ideeën op na zou houden?

Joodse liefdesaffaire

Een aanzienlijk deel van de bolsjewieken die Slezkine in zijn ‘familiesaga’ opvoert, bestaat uit Joden. Met een revolutie wilden zij een einde maken aan zowel hun maatschappelijke achterstelling door de tsaar als aan de archaïsche wereld van hun afkomst. Dat Slezkine dit benadrukt is niet zo vreemd, omdat hij zijn vorige boek, The Jewish Century, juist wijdde aan die Joodse liefdesaffaire met de revolutie.

Ook beschrijft Slezkine hoe enkele van zijn personages na afloop van de burgeroorlog (1918-1921) zwaar getraumatiseerd waren geraakt door de orgie van geweld en ze in herstellingsoorden moesten bijkomen. Het versterkt het beeld van vredelievende en zachtaardige mensen, van wie je je niet kunt voorstellen dat ze iemand kwaad zouden kunnen doen. Dat dit wel gebeurde, zoals tijdens de gewelddadige collectivisatie van de landbouw (1929-1933), die aan zeven miljoen boeren het leven kostte, heeft volgens Slezkine vooral te maken met hun onvoorwaardelijke vertrouwen in de Partij. Zonder uitzondering geloofden ze dat die altijd gelijk had. Het woord van Stalin, de hogepriester van de Partij, werd dan ook als wet opgevat. Voor de Partij zouden ze hun eigen leven of dat van hun naasten willen opofferen.

De saga die Slezkine beschrijft, speelt zich met name af in het Huis van de Regering, een door Boris Iofan ontworpen flatgebouw voor de communistische elite dat in 1931 op het terrein van het moeras werd gebouwd. Het moest het grootste wooncomplex van Europa zijn, met 505 appartementen. Ook telde het allerlei gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een kruidenierszaak, een bank, een kapsalon, een bibliotheek, een zelfbedieningsrestaurant, een postkantoor, een polikliniek, een crèche, een sportschool, een wasserette, een tennisbaan, biljartzalen, schietbanen, schilder-, dans-, en toneellokalen, een theater voor 1.300 man en een bioscoop voor modelarbeiders met 1.500 zitplaatsen. Het gebouw was een socialistisch paradijs in de notendop, zij het dat de meeste bewoners niet uit arbeidersmilieus kwamen, maar uit de bourgeoisie, de intelligentsia of de adel. Ze waren schrijver, journalist, uitgever, geleerde, maar ook stootarbeider, balsemer van het lijk van Lenin, generaal, hoge partijfunctionaris, ambtenaar, officier van de geheime politie, fabrieksdirecteur, goelagcommandant, minister of schoonzus van Stalin. Hun appartement kregen ze op grond van bewezen diensten of hun functie binnen de machtselite.

In 1935 telde het complex 2.655 bewoners, onder wie 600 à 800 kelners, schilders, loodgieters, tuinmannen, wasvrouwen en bewakers. Tijdens de jaren dertig en veertig zouden 800 van de hoofdbewoners worden gearresteerd en op grond van valse beschuldigingen worden aangeklaagd wegens (verzonnen) contrarevolutionaire activiteiten. Van hen kregen er 344 de doodstraf. Hun vrouwen verdwenen in kampen, hun kinderen in weeshuizen.

Slezkine geeft 66 van hen een gezicht. Het levert soms ontroerende, dan weer genadeloze portretten op van fanatieke, naïeve bolsjewieken, die droomden van een marxistisch utopia. Uniek daarbij is zijn beschrijving van het dagelijks leven in het wooncomplex, tot aan de inrichting van de appartementen en de vrijetijdsbesteding van hun bewoners aan toe. En juist daarin signaleert hij de uiteindelijke oorzaak van de mislukking van de bolsjewistische ideologie. Want ook al waren Slezkines personages fanatieke partijleden, hun kinderen voedden ze op volgens de burgerlijke mores van de pre-revolutionaire elite. In plaats van de werken van Marx, Engels en Lenin, die ze gretig bestudeerden, lieten ze hun kroost bijvoorbeeld de boeken lezen die ze zelf in hun jeugd hadden verslonden: Europese en Russische klassiekers van Cervantes, Balzac, Dickens, Maupassant, Goethe, Heine, Tolstoj, Poesjkin tot Lermontov. En juist op die manier pleegden ze verraad aan de revolutie.

Anders dan de Wederdopers in Münster, die alle boeken behalve de Bijbel op de brandstapel gooiden, waren de bolsjewieken niet totalitair genoeg. Voor die zonde zouden ze door Stalin worden veroordeeld tot de dood in het moeras.

Yuri Slezkine treedt op 7 oktober op tijdens het Geschiedenisfestival in Haarlem. Inl.: www.historischnieuwsblad.nl/Festival/Tickets