Cultuur

Interview

Interview

Foto Roger Dohmen / Hollandse Hoogte

‘Peerby? Ga gewoon naar iemand die professioneel verhuurt’

Pierre Boels

Het familiebedrijf Boels verhuurt al veertig jaar bouwbenodigdheden. Nu heeft het verhuurbedrijf opeens de tijdgeest mee, meent directeur Pierre Boels. „Wie had ooit gedacht dat onze branche hip zou worden?”

Bezit is uit. Huren is in. Dat bevalt directeur Pierre Boels van het gelijknamige verhuurbedrijf wel. „Wie had ooit gedacht dat onze branche hip zou worden?” Op weg naar een echt duurzame economie zijn nog werelden te winnen, vindt de 54-jarige Boels.

„Hoeveel kosten maakt een aannemer uit de Randstad niet als hij zijn bouwhekken naar Maastricht moet laten komen? Veel. Het materieel drukt ook nog eens op de balans, moet worden onderhouden en gekeurd. Particulieren huren ook steeds meer zzp’ers in. Die doen allerlei klussen: vandaag een tuinhek neerzetten, de volgende keer een badkamer bouwen, dan weer een opritje leggen. Waarom zouden die zzp’ers een trilpaat, een palenrammer, een tuinfrees willen bezitten? Dat is duur en het vergt opslagruimte, die ze in veel gevallen niet of nauwelijks hebben. Hoe handig is het om 51 weken per jaar ski’s in de garage te hebben staan voor dat ene weekje wintersport? En moet iedereen een eigen boormachine hebben, als die qua levensduur wel zestig gezinnen of meer kan bedienen?”

Boels wil maar zeggen: iedereen zou wat vaker aan de mogelijkheid van een verhuurbedrijf moeten denken. Dat van hem wel te verstaan. Het stoort de directeur dat media „de hele tijd schrijven over dat Peerby. Dat is gratis lenen bij mensen in de buurt. Wie wil nu iets gaan ophalen bij onbekenden een paar straten verderop? Ik vind dat akelig. Ga gewoon naar iemand die professioneel verhuurt, dan weet je ook zeker dat je goede spullen meekrijgt.”

Het zijn de woorden van de directeur van het familiebedrijf dat groot werd met het verhuren van bouwgereedschappen. Bij de 390 vestigingen van Boels in veertien landen werken zo’n 3.000 mensen, zo’n 500 daarvan op en rond het hoofdkwartier in Sittard. In 2016 zette de onderneming 382 miljoen euro om en boekte het een nettowinst van 34,8 miljoen euro. De afgelopen decennia verdubbelde de omzet en het personeelsbestand pakweg elke vijf jaar.

Voor de komende vijf jaar is de ambitie niet anders. Tot en met 2020 investeert het bedrijf voor circa 1 miljard euro. „Je móet groeien. Het is een beetje een cliché, maar een boom die niet groeit, gaat dood. Groei dwingt tot blijven vernieuwen. Dat hoort bij goed ondernemerschap. Ik heb natuurlijk ook een beetje geluk met deze sector. Deze sector biedt groei.”

Tevreden achterover leunen wil Boels niet. „Het kan altijd beter. Mensen zeggen: goh Pierre, wat heb je in veertig jaar tijd toch een fantastisch bedrijf opgebouwd. Dan antwoord ik: we zijn net zo oud als Apple. Als je het zo bekijkt, valt onze omvang weer tegen. Toch?”

Boels begon veertig jaar geleden klein, in een garage in Amstenrade (tussen Sittard en Heerlen). Pierre senior had een aannemersbedrijf en begon daarnaast benodigdheden voor de bouw te verhuren. Anders dan tegenwoordig hadden klanten het meeste zelf. Ze huurden slechts een klein deel.

Het maakt niet uit wat je verhuurt

Pierre junior begon in 1980. „Ik was toen werknemer nummer zes.” In dat jaar sloeg de crisis in volle hevigheid toe. Aannemers hadden het zwaar. Hun eigen materieel stond al grotendeels stil, laat staan dat ze veel huurden. „Ik was toen in Amerika. Bij terugkomst zei ik tegen mijn vader: die Amerikanen die verhuren tuintafels, tuinstoelen, porselein, tentjes. Laten we daarmee beginnen.” Op dat moment introduceerde het bedrijf de slogan ‘Boels verhuurt bijna alles’. „Een gouden vondst, vind ik nog steeds. Van bouwmachines naar maakt niet uit wat je verhuurt, als je maar wat verhuurt. Dat is ontzettend succesvol geworden.” Al verhuurt Boels nog steeds vooral benodigdheden voor de bouw en evenementen.

Vroeger groeiden we volgens het olievlekprincipe. Nu zeggen we vaker: sla dat hele bos maar over en begin meteen in de grote steden

Het bredere assortiment vroeg om meer filialen. Boels denkt dat al in die jaren de basis werd gelegd voor de internationale expansie van het bedrijf. „Zit je in Sittard, dan zit je op vijf minuten van Duitsland en op hooguit vijftien minuten van België. Onze zesde vestiging was in Duitsland. De zevende was in België. Pas bij de veertigste streken we neer in Amsterdam.”

Grootse gebaren kon het kleine Boels nog niet maken bij de entree in nieuwe landen. „We leerden hoe je met weinig middelen een filiaal kunt openen over de grens. Nu zijn we in veertien landen actief met bijna vierhonderd vestigingen, maar de manier van starten op een nieuwe plek is nauwelijks veranderd. Beginnen we in Zwitserland met een filiaal in Zürich, dan gaat dat zonder overhead. De operatie wordt geleid vanuit Sittard: vier man aannemen voor daar, beginnen met machines verhuren en soms wat fouten maken. Bijvoorbeeld door de verkeerde producten naar zo’n land te slepen.”

Boels kiest inmiddels wel bewuster zijn vestigingsplaatsen. „Vroeger groeiden we volgens het olievlekprincipe: eerst een filiaal in Aken, daarna in Keulen, dan een dorp in de Eiffel en zo kwamen uit in Frankfurt. Nu zeggen we vaker: sla dat hele bos maar over en begin meteen in de grote steden. Daar trekt iedereen naartoe. In slaperige stadjes staan genoeg potentiële panden voor schappelijke prijzen te koop. Maar ik heb liever nog vier of vijf extra filialen in München of Wenen erbij.”

Groeien

Nieuwe filialen openen is een van de groeimethodes van Boels. Acquisitie van nieuwe bedrijven is een andere. Dit jaar nam Boels het Britse verhuurbedrijf Supply UK en IQ-Pass uit Breukelen over. „Met de 25 verhuurbedrijven van Supply UK maken we een vliegende start in de grootste verhuurmarkt van Europa. IQ-Pass is daarentegen gespecialiseerd in toegangsprocesbeheer en beveiliging. Het lijkt misschien niet de meest voor de hand liggende sector voor Boels, maar het past bij het soort klussen waar wij ook veel verhuren: enorme bouwprojecten, controle- en onderhoudsbeurten in de industrie en grote evenementen. Daar zijn heel veel verschillende bedrijven tegelijk aan het werk. De hoofdverantwoordelijken willen weten wie dat zijn, of ze de juiste certificaten op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu hebben, of de paspoorten geldig zijn en of werknemers een vorkheftruckrijbewijs hebben. De expertise om dat soort zaken te regelen hebben we met IQ-Pass nu dus ook in huis.”

De belangrijkste motor voor de groei van Boels moet echter komen van toenemend marktaandeel van bestaande vestigingen. „Door nieuwe producten, een betere relatie met klanten en bijvoorbeeld datamanagement. Slim gebruik maken van de data die we hebben. Hoeveel schilders hebben we nu precies als klant? Hoe groot is de markt en de potentie? Hoe kunnen we die laatste nog binnenhalen? We hebben zoveel. Wat huren mensen? Wat levert het beste rendement op? Welke sectoren zijn voor Boels het meest lucratief?”

Al ons materieel is continu connected. We zien hoeveel er staat, waar de spullen staan die zijn verhuurd, maar ook of de klant het gebruikt of niet

The internet of things, apparaten die altijd verbonden zijn met internet, biedt volgens Boels ook kansen voor zijn bedrijf. „Al ons materieel is eigenlijk continu connected. Dus ik hoef ook geen inventarisatie meer te doen in bijvoorbeeld het filiaal in Linz. We zien hoeveel er staat en we zien ook waar de spullen staan die zijn verhuurd. Maar we zien ook of de klant het gebruikt of niet.”

Boels schetst een beeld van grote bouwprojecten, waar verschillende divisies van een grote aannemer, maar ook heel veel onderaannemers aan het werk zijn, zonder dat ze van elkaar weten wie welk materieel bij zich heeft en wanneer dat gebruikt wordt. „Dat kan zoveel slimmer. Op een site waar 1.500 man aan het werk zijn, heb je genoeg aan 150 boormachines. Nu worden er misschien wel 1.500 boormachines door verschillende bedrijven naar zo’n plek toegebracht. Een betrokken bedrijf komt zelf bijvoorbeeld met dertig lasapparaten, Boels brengt er ook nog dertig en dat bouwen we in een online-systeem. Kun je ook nog vastleggen welk van die apparaten door andere ondernemingen gebruikt mogen worden.”

Wat Pierre Boels betreft blijft Boels een familiebedrijf. „Bij beursgenoteerde ondernemingen worden te veel beslissingen alleen maar genomen om de winst omhoog te krijgen. Ik wil samenhang tussen management, medewerkers en eigenaars. Ik ben nog jong genoeg om het nog even zelf te doen. Met mijn drie kinderen is afgesproken dat ze voor hun dertigste niet in de zaak komen. Ze moeten iets gaan doen dat ze leuk vinden. Op zoek naar hun doel in het leven. Dat kan het ondernemerschap zijn. Ik denk wel dat ze dat willen. Maar het moet geen automatisme zijn. Als het moet, kan een familiebedrijf ook heel goed worden bestuurd door kundige buitenstaanders.”