Recensie

Onbekommerde tentoonstelling van kunstkoppel Jonas Wood en Shio Kusaka

Recensie

Schilder Jonas Wood en keramist Shio Kusaka zijn een koppel. Haar vazen figureren op zijn schilderijen, zijn stippels decoreren haar potten.

Shio Kusaka, (dinosaur 21) (2014)

Ze vielen als een blok voor elkaar in een kunstbibliotheek in Seattle. De kleine Japanse keramist Shio Kusaka (1972) en de forse Amerikaanse schilder Jonas Wood (1977). Twee jaar later, in 2002, begonnen de potten en vazen van Kusaka op de schilderijen van Wood te verschijnen. En omgekeerd leende Kusaka de stippelpatronen en arceringen waarmee Wood zijn portretten, landschappen en interieurs vorm gaf voor de patronen op haar potten.

Jonas Wood, Shio and Robot (2008) Collectie Hort Family

De in Los Angeles wonende Wood en Kusaka zijn dus officieel een kunstkoppel. Bij de opening van hun eerste gezamenlijke tentoonstelling op het Europese continent – vorige week bij museum Voorlinden in Wassenaar - vertelden ze dat het niet uitmaakt wie van hen twee als eerste met een idee komt. Ze zijn samen, maar werken ieder voor zichzelf: ieder hun eigen atelier, hun eigen ritme van werken, waarbij Wood de nachtbraker is en Kusaka overdag werkt (naast de zorg voor hun inmiddels twee kinderen). Wat hen verenigt is hun onbekommerde lichtvoetigheid.

Wood is de bekendste van de twee. Weliswaar was hij tot op heden nog nooit in Europa te zien, maar met name door toedoen van galerie-moloch Gagosian gaan de prijzen voor zijn werk in Amerika en Azië sky high. Woods schildert op linnen en op papier boekenkasten vol potten en andere spullen, grote wulps gevormde planten en een enkel landschap uit zijn jeugd. Alles is haast zonder diepte opgezet, waardoor kleur en vorm scherp naar voren springen. De esthetiek ontleent Wood aan het modernisme van de jaren vijftig en zeventig met een hedendaags vleugje conceptualisme. Want alles mag geciteerd worden. Wood haalt inspiratie bij Matisse, Hockney, Koons, Picasso, uit oude interieurbladen, hotel- en tuincatalogi. Zijn palet is kleurig, hij schildert met lekkere gebaren, maar het werk oogt leeg en vooral decoratief.

Shio Kusaka, (dinosaur 21) (2014)

Kusaka is veel minder beroemd dan haar man. Zij nam in 2014 deel aan de Whitney Biënnale, maar haar grote, iets uit het lid leunende vazen en potten in ijle en snoeppapierkleuren hebben nog lang niet de status van bijvoorbeeld een Grayson Perry. En of ze dat ooit krijgen, betwijfel ik. Ook Kusaka’s werk is esthetisch, met zijn uitstraling van Japans minimalisme en fraai gekleurde glazuren. De potten en vazen hebben traditionele vormen, lopen taps toe of juist geschulpt aan de hals. De patronen zijn – zoals in traditioneel Japans textiel – eenvoudig: met stippels, inkervingen, lijnen of vierkanten. Af en toe maakt Kusaka een uitstapje naar het figuratieve en dan verschijnen op haar vazen de dino’s waar de kinderen dol op zijn. Kusaka presenteert haar keramiek in groepen. Ze zijn als bij inval op kleur gesorteerd, soms ziet een zaal eruit als een bonte fruitschaal.

Op de persopening vertelde Kusaka dat ze geïnspireerd is door de rituele theeceremonie die haar grootmoeder in Japan uitvoerde. Deze eeuwenoude traditie van verfijning, van afgewogen handelingen en serene schoonheid, waarbij een allereenvoudigst patroon van stipjes op een simpel kommetje, de lijn van een bamboeblad op een beker, de leegte van Zen zou uitdrukken, is lastig te evenaren. Kusaka’s keramiek komt met zijn nadrukkelijke roep om aandacht vooralsnog niet in de buurt. Nee, dit eerste overzicht van het Amerikaans/Japanse tweetal in Nederland mag dan imposant gepresenteerd zijn, maar het werk zelf gaat over weinig meer dan snelle behaagzucht.