Nobelprijs voor anti-kernwapen-ngo

ICAN

Belangrijkste mijlpaal van Vredeswinnaar is algeheel verbod op nucleaire wapens waartoe de Verenigde Naties deze zomer besloten.

Activisten van ICAN, de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, vragen aandacht voor het kernwapenverbod voor de Amerikaanse ambassade in de Duitse hoofdstad Berlijn. Foto Britta Pedersen/ AFP

Te midden van internationale spanningen over het nucleaire programma van Noord-Korea en onzekerheid over de toekomst van de internationale nucleaire afspraken met Iran, is de Nobelprijs voor de vrede vrijdag toegekend aan ICAN, een internationale organisatie die sinds 2007 ijvert voor een wereld zonder atoomwapens.

De belangrijkste mijlpaal van ICAN is een algeheel verbod op nucleaire wapens waartoe de Verenigde Naties deze zomer hebben besloten. ICAN kreeg de prijs voor „de inspanningen om aandacht te vestigen op de humanitaire gevolgen van het gebruik van nucleaire wapens en voor de inspanningen om te komen tot een verdrag dat dergelijke wapens verbiedt”, aldus het Noorse Nobelprijscomité.

ICAN, voluit International Campaign to Abolish Nuclear Weapons, is een van oorsprong Australische organisatie met hoofdkantoor in Genève. De organisatie heeft 468 partners in 101 landen, waaronder de Nederlandse vredesorganisatie Pax.

Pax is vertegenwoordigd in het bestuur van ICAN, helpt het secretariaat te financieren en assisteert bij het bedenken van ICAN-campagnes.

Bekijk hier de bekendmaking van het Nobelcomité:

„We zijn helemaal euforisch”, zegt woordvoerder Helma Maas. „Ik had al een bericht klaargezet voor op de site met; ‘PAX feliciteert de Nobelprijswinnaar’. Maar toen ik hoorde dat het ICAN werd heb ik het aangepast. Ik kan ons zelf natuurlijk niet feliciteren.”

Het verdrag op het verbod van kernwapens heeft vooral symbolische waarde: de kernwapenstaten en hun bondgenoten steunen het verdrag niet. Nederland spande zich bij de VN in New York in het verdrag tot stand te brengen, maar tekende het uiteindelijk niet.

Nederland haakte af, verklaarde plaatsvervangend ambassadeur Lise Gregoire afgelopen zomer, omdat de tekst ingaat tegen NAVO-verplichtingen, de afspraken niet geverifieerd unnen worden en het verbod het belangrijke Non-Proliferatie Verdrag (NPV) ondermijnt, waarin kernwapenstaten beloven ontwapening na te streven en niet-kernwapenstaten zich verplichten geen wapens aan te schaffen.

Er bestonden al veel afspraken die toezien op nucleaire wapens, maar een alomvattend verbod was er nog niet. In die leemte wilde men graag voorzien. Ruim zeventig jaar na de atoombom op Hiroshima was er nog steeds geen juridische norm die nucleaire wapens verbiedt, terwijl er wel algehele verboden zijn voor andere massavernietigingswapens.

Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog stonden er aan weerszijden tienduizenden kernwapens klaar. Na diverse succesvolle ontwapeningsconferenties zijn er wereldwijd nog maar 14.000 kernwapens over, waarvan er 2.000 snel inzetbaar zijn.

De kernwapenarsenalen krimpen nauwelijks meer. Sterker, de kernwapenstaten zijn begonnen om hun wapenvoorraad te moderniseren.

De Japanse Takako Kotani (78) was zes jaar toen de atoombom op Hiroshima viel. „Ik ben enorm blij”, zei zij op een bijeenkomst van de Japanse mensenrechtenorganisatie Peace Boat, die samenwerkt met ICAN. „De Japanse overheid heeft nooit verantwoordelijkheid genomen voor de atoombommen, en vecht niet voor het verbannen van deze wapens.”

Vorig jaar ging de Nobelprijs voor de Vrede naar de Colombiaanse president Juan Manuel Santos.