Moeizame weg naar open overheid

Wet Open Overheid

De opvolger van de Wob ligt nu in de Eerste Kamer. Maar ambtenaren roeren zich. De vraag is wat de senatoren met de klachten doen.

De Wet open overheid (Woo), de beoogde opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), is al door de Tweede Kamer heen en ligt in de Eerste Kamer. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

Een dag voor een onderzoeksjournalist bij een Zweedse krant begint ongeveer zo: hij klapt zijn laptop open, surft naar de website van de Zweedse overheid en scant de lijsten met nieuwe documenten. Daaruit selecteert hij de interessantste stukken en gaat aan de slag.

Het ‘offentlighetsprincipen’ is onomstreden in Zweden: alle documenten van de overheid zijn voor iedereen toegankelijk. Van officiële communicatie van de minister-president tot aan de belastingaanslagen van elke burger, je kunt ze zo raadplegen in het openbaarheidsregister.

De Nederlandse praktijk steekt daarbij schril af. Wie documenten wil opvragen kan een beroep doen op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De wet werd in 1991 ingesteld vanuit de gedachte dat alles openbaar is, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om documenten niet vrij te geven.

Binnen de ambtenarij lijkt echter meer te worden gewerkt volgens het credo ‘niets is openbaar tenzij’. Wie een Wob-verzoek doet, is veel tijd kwijt met wachten. Met geluk reageert de overheid binnen vier weken op je verzoek, met pech duurt het vier maanden. Vaak is het resultaat teleurstellend: veel documenten blijven niet-openbaar en van wat wel is vrijgegeven blijkt veel weggelakt. Wie daartegen wil procederen bij de bestuursrechter of zelfs bij de Raad van State kan zo’n één tot twee jaar kwijt zijn. Het gevolg is dat de journalistieke relevantie van een onderwerp tegen die tijd vaak al verdwenen is.

Transparantere overheid

Als het aan Linda Voortman (GroenLinks) en Steven van Weyenberg (D66) ligt, gaat de Nederlandse praktijk straks meer op de Zweedse lijken. Met hun initiatiefwet Wet open overheid (Woo), die vorig jaar al door de Tweede Kamer kwam en nu bij de Eerste Kamer ligt, willen ze de overheid dwingen transparanter te worden.

Er moet een register komen van alle documenten die een ministerie bezit. Sommige stukken zullen openbaar zijn, anderen zijn op te vragen via een beroep op de Woo. Een overheidsinstelling moet binnen zes weken reageren. De termijn is nu acht weken.

Bestuursorganen moeten uitgebreider motiveren waarom ze openbaarmaking weigeren. Een veel gebruikte reden om dat niet te doen, is dat er sprake zou zijn van persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren. In de nieuwe Woo staat een duidelijker omschrijving van wat dat dan is. Informatie weigeren terwijl het gaat om feiten, prognoses, beleidsalternatieven of de gevolgen hiervan mag niet meer.

Ook wordt het mogelijk bij meer overheidsinstellingen informatie op te vragen. Daar komen straks ook semipublieke overheden zoals het parlement, de Raad voor de Rechtspraak, de Nationale Ombudsman en de Raad van State bij.

Welke organisaties als ‘semipubliek’ gelden, is aan de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken. Er ligt een voorstel om alle instellingen die jaarlijks meer dan een ton ontvangen als ‘semipubliek’ aan te merken. Daaronder vallen onder meer de grote musea en de publieke omroep.

Veel instellingen vrezen de wet vanwege het extra werk en kosten. Na een stevige lobby volgde er een onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken. In de conclusies van het rapport noemen ambtenaren de Woo „onuitvoerbaar”. Zij schatten dat de invoering de overheid „ten minste een miljard euro” zal kosten.

Het onderzoeksrapport:

Quick Scan Impact Wet Open Overheid Woo by Anonymous TvXIgrTA on Scribd

Ambtenaren verzetten zich

Bij het onderzoek zijn echter veel kanttekeningen te maken. De Open State Foundation kwam via een Wob-verzoek te weten dat ambtenaren zich actief verzetten tegen de Woo. Zo schreef één van hen: „Bedenk dat we bezig zijn met een exercitie die mede tot doel heeft om te voorkomen dat er een wet komt die als zodanig een onbehapbare werklast met zich zou brengen.”

De bedragen waarop de kostenschattingen zijn gebaseerd zijn bovendien vaag. Een hoofdonderzoeker liet in een e-mail weten „niet per se precieze berekeningen met uitkomsten” te verwachten. „Wij zullen alle bijdragen tot (onvermijdelijk: grovere) totaalcijfers brengen.” Verschillende bestuursorganen gaven aan dat exacte schattingen over de kosten van invoering van de wet „lastig te geven zijn”. Ze houden het op „vele miljoenen”.

Lees ook de column van Tom-Jan Meeus over de kwestie: De Haagse ziekte om openheid te veinzen en beslotenheid te eisen

Een ander punt is dat er vooral gekeken naar wat de nieuwe wetgeving kost. De baten worden nauwelijks meegewogen. Zo zou een deel van de uitgaven voor de Woo het achterstallig ICT-onderhoud zijn. Dat zijn kosten die al gemaakt moeten worden; nu worden ze bij deze wet getrokken.

Het rapport heeft ervoor gezorgd dat de behandeling in de senaat al ruim een jaar lang stilligt. Pas komende dinsdag debatteert de Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken over de bevindingen. Vervolgens kunnen senatoren nog vragen indienen bij de initiatiefnemers. Voordat de Eerste Kamer stemt over de Woo zijn we weken verder.

De vraag is wat de nieuwe informatie heeft gedaan met de stemverhoudingen in de senaat. In de Tweede Kamer stemden de VVD, het CDA en SGP tegen. Zij hebben samen geen meerderheid in de Eerste Kamer. Toch wordt in de wandelgangen openlijk getwijfeld aan de haalbaarheid van de Woo. Mocht de wet het inderdaad niet halen, dan moeten journalisten het nog even doen met de Wob.

Correctie: in een eerdere versie van dit verhaal werd geschreven over de D66-politicus Bruno van Wayenburg. Dit moet Steven van Weyenberg zijn.