‘Mensen begrijpen nooit waarom wij samen zijn’

Spitsuur Mathijs Euwema (49) is directeur van een internationale organisatie voor kinderen, Aliya Yildiz (37) werkt met mensen zonder verblijfsvergunning. Ze combineren hun werk met de zorg voor hun zoon, die diabetes heeft.

Mathijs: „Aliya was totaal geobsedeerd door het huishouden.” Aliya: „Neurotisch trekje! Dat is niet behandeld te krijgen.” Foto Christian van der Kooy

Aliya: „Aron heeft diabetes type 1, dat houdt in dat zijn alvleesklier niet functioneert. Insuline moeten we zelf toedienen, bij alle maaltijden. Maar we moeten hem ook heel vaak tussendoor meten, bij elke inspanning of vorm van stress.”

Mathijs: „We meten hem vier tot zes keer per dag. Sowieso voor elke maaltijd en ook nog een keer als hij al slaapt, rond tien uur.”

Aliya: „In mijn lunchpauze fiets ik elke dag naar school om hem te meten en insuline in te spuiten. In een kwartier ben ik weer terug op mijn werk. Op maandag en vrijdag heeft hij gym, dan fietsen we om elf uur ook nog heen en weer om hem te meten na de les. Op maandag doe ik het en op vrijdag Mathijs.”

Mathijs: „Het grote gevaar is dat hij te laag in zijn insuline zit, dan kan hij zijn bewustzijn verliezen. Dat hebben we nu twee keer meegemaakt. Een keer gebeurde het op school. Hij moest met de ambulance naar het ziekenhuis en een nacht blijven. Hij houdt daar verder niks aan over, maar het is wel erg schrikken.”

Aliya: „Het probleem is: hij voelt het zelf nog niet aan als hij een hypo [een aanval wegens een te lage bloedsuikerspiegel, red.] krijgt.”

Mathijs: „In veel landen moet de school zorgen dat een kind gemeten en geprikt wordt. In Nederland mogen scholen zelf weten of ze dit wel of niet willen doen.”

Aliya: „Even naar een museum op mijn vrije dag, dat kan niet meer.”

Langeafstandsrelatie

Mathijs: „We hebben elkaar ontmoet in de kroeg in Amsterdam.”

Aliya: „Ik was een weekend over vanuit Duitsland.”

Mathijs: „In de periode daarna was het een langeafstandsrelatie.”

Aliya: „Wat heerlijk was.”

Mathijs: „Dat waren de gelukkigste jaren van ons leven, haha.”

Aliya: „De dag dat ik hier kwam wonen ben ik meteen naar de gemeente gegaan, zes maanden zwanger. Ik heb vrijwilligerswerk gedaan bij een dienstencentrum in Amsterdam en ik heb een tijdje in een winkel gestaan om de taal te leren. Nu werk ik bij het Wereldhuis, een plek waar mensen met een migratieachtergrond kunnen werken aan hun ontwikkeling en integratie.”

Mathijs: „Ik ben directeur bij International Child Development Initiatives (ICDI) in Leiden. Wij proberen ook mensen te verbinden, maar dan internationaal. Het gaat vooral om trainen, onderzoek doen en beleidsadviezen geven, op het terrein van de psychosociale ontwikkeling van het kind.”

Aliya: „Jouw vader was ook kinderpsychiater.”

Mathijs: „Na mijn studie heb ik als vrijwilliger in vluchtelingenkampen gewerkt in Joegoslavië. Later heb ik twee jaar in Kosovo gezeten, daarna in landen als Israël, Soedan, Eritrea, en Sierra Leone. ICDI heeft niet specifiek een focus op oorlogsgebieden, maar richt zich op kinderen die opgroeien in allerlei moeilijke omstandigheden.”

Aliya: „Als Mathijs op reis is, doe ik alles alleen. Oma Maaike, onze buurvrouw, is wel een grote steun. Zij haalt de kinderen op uit school op dinsdag en donderdag en past regelmatig op. Met Aron is het lastig om naschoolse opvang te vinden, vanwege zijn diabetes.”

Mathijs: „Aliya heeft een bijzondere sociale begaafdheid. Zij trekt mensen naar zich toe. Mensen begrijpen ook nooit waarom wij samen zijn. Wat moet zo’n leuke vrolijke vrouw met zo’n nors type?”

Aliya: „Maar als Mathijs luistert, luistert hij echt.”

Biologisch eten

Mathijs: „Aron mag best wel een stukje taart eten, dan moeten we er wel rekening mee houden. We zijn wel heel veel biologisch gaan eten.”

Aliya: „Mijn vader haalde zelf nog de eieren bij de boer, dus voor een deel is het nostalgie. Maar ik heb ook ontdekt dat Aron sterk reageert op bepaalde kleurstoffen of zoetstoffen.”

Mathijs: „We moeten alles wegen en meten. Sinds Aron ziek is heeft Aliya het koken een beetje overgenomen, dat vind ik wel jammer.”

Ailya: „In het weekend kook je wel. De kinderen zeuren altijd om zijn chili con carne. Voor mij maakt hij tomatensoep met balletjes.”

Mathijs: „Ik maak ieder weekend soep. Sinds kort hebben we ook een schoonmaakster, dat is wel een overwinning voor Aliya. Ze was totaal geobsedeerd door het huishouden.”

Aliya: „Neurotisch trekje! Dat is niet behandeld te krijgen.”

Geen hobbytypes

Mathijs: „Onze kinderen zijn dol op elkaar.”

Aliya: „Hij noemt haar altijd zus.”

Mathijs: „Soms merken we wel dat ze het gevoel heeft dat er veel aandacht naar Aron uitgaat, maar ik heb het idee dat ze er wel voor zorgt dat ze zelf genoeg aandacht krijgt.”

Aliya: „Aron eist die aandacht ook helemaal niet op. Hij gaat eerder met lego op zijn kamer spelen.”

Mathijs: „Boodschappen doen we samen in het weekend of doordeweeks wie er thuis is.”

Aliya: „We zijn niet zo van die obsessieve hobbytypes.”

Mathijs: „Onze voornaamste hobby is lezen. Of we kijken een serie op televisie. Geen Netflix! Dat bingewatchen vinden we niks, het is toch leuker om te wachten op de volgende aflevering?”

Aliya: „Ik zoek nog wel eens vrienden op in Duitsland. Mensen die me dierbaar zijn, daar wil ik mijn energie in stoppen.”

Mathijs: „Voor de balans zou het ook wel leuk zijn als we meer dingen kunnen doen met zijn tweeën, maar Aliya durft het spuiten van Aron nog niet aan iemand anders over te laten. Maar met zijn viertjes hebben we het ook heel gezellig.”