Column

Marcel

De herfstwind – laten we hem Marcel noemen – is vroeg opgestaan om zich aan zijn taak te wijden. Alle blaadjes eraf, alles even omgeschud, opgefluft, en morgen weer, net zo lang totdat de zomer, of wat daar voor doorging, niet meer is dan een herinnering aan met een jas aan in de tuin zitten uitrekenen hoe lang het duurt voor je naar binnen moet rennen met al het plastic servies omdat er een hoosbui losbreekt die de bladeren van je zelf gezaaide bloemen kapot regent. Ik hoorde Marcel al bezig toen er kwetterende vogels uit mijn telefoon vlogen. Hij blies die arme beesten door een bolvormige witte ruimte waar een gebroken theeserviesje in stond.

Vorige week ontdekte ik een functie op mijn telefoon die je helpt op tijd naar bed te gaan. Het heet heel treffend ‘bedtijd’. Je kan instellen hoe laat je op moet en hoe lang je wil slapen. Dan rekent dat ding uit hoe laat je naar bed moet en geeft je, als het moment nadert, een seintje. Acht uur slaap zou goed zijn. En regelmaat. En, nou ja, er is van alles te lezen over slaap – ik doe dit meestal ’s nachts, wenend – maar ritme is nogal belangrijk blijkbaar. Johnny Cash zong het al: ‘Get rhythm when you get the blues’. Goed advies, zo in de herfst.

Toch denk ik er altijd pas aan nadat ik nachten lang zijn andere lied ervaren heb. Dat met die brandende ring van vuur waar je maar in blijft vallen met die vlammen die hoger en hoger worden. In het begin van dat lied rept hij kort over liefde, maar dat is natuurlijk een rookgordijn. Johnny had gewoon geen zin om in zijn eentje door die ring te donderen. Zo’n staat van zijn, die je niet zint, maar die je niet veranderen kan. En maar vallen, met open ogen, in de wetenschap dat er hele volksstammen zijn die nu de buurvrouw onzedelijk betasten of touwtje springen met een kat die eigenlijk hun opa is terwijl ze in de gangen die hun huis rijk blijkt te zijn, zoeken naar een uitgang omdat er een oorlogsschip klaar staat vol moordlustige kinderen waarna ze plots op een conferentie terecht zullen komen alwaar ze geacht worden te spreken over hoe geheimagenten met behulp van simpele massagetechnieken het klimaatprobleem op kunnen lossen.

Er is van alles te lezen over slaap – ik doe dit meestal ’s nachts, wenend

Dit alles zal pas onredelijk aandoen als ze wakker worden en enthousiast van alle avonturen (die ze direct vergeten) hun bed uit springen om fris te douchen en te beginnen aan een dag die overzichtelijker is dan de nacht. De vrouwen, die zonder vouwen met een fruitig opgemaakt gelaat in de vroege ochtend vier kinderen op de juiste manier over een schoolgebouw weten te verspreiden en de intekenlijst voor het voorlezen níét over het hoofd zien, hun naam invullen met een leesbaar handschrift én tegelijkertijd papier-maché kunstwerkjes bewonderen waarna ze bij een andere ouder geïnteresseerd informeren hoe het met de aanbouw van een dakkapel staat, zijn van die mensen.

Toch wordt er en masse gepiekerd over slaap. Alcohol, koffie en het feit dat er ’s nachts overal licht is en we na ons werk ook nog andere dingen willen doen zouden daaraan bijdragen.

En dan is er die Nobelprijs. Ik dacht dat ze het fruitvliegjesprobleem hadden opgelost, kan me goed voorstellen dat men iets dergelijks de hoogste onderscheiding zou willen toekennen, maar het was iets met enzymen en de biologische klok.

Nou, lang verhaal kort, door die app weet ik precies hoeveel uur ik gemist heb. En daar lig ik dan wakker van. Tegen de tijd dat ik eindelijk slaap beginnen die vogels, maar die krijgen mij niet wakker. Marcel en zijn unheimische getier wel. Gezellig idee dat Marcel ook de fris gestreken mensen in de war blaast. Dankjewel Marcel.