De gascentrales gaan tijdelijk in de ‘mottenballen’

Stroom

Sinds een jaar of vijf worden gascentrales regelmatig stilgelegd. Kolencentrales zijn goedkoper en duurzame energie groeit.

De Eemshaven in 2013. De nieuwe gasgestookte Magnumcentrale (Nuon, links) staat er vlak bij de nieuwe kolengestookte Eemshavencentrale (RWE). Foto: Kees van de Veen

Alles suist en bromt in gascentrale Moerdijk 1, op het uitgestrekte industrieterrein aan het Hollands Diep. Er gaat aardgas in en er komt elektriciteit uit, zoals bij alle gasgestookte centrales van Nederland. En daarbij horen buizen en pompen, herrie en warmte.

Maar rond februari wordt het hier stil, voor onbepaalde tijd. De centrale gaat dan, zoals het in het vak heet, „in de mottenballen”. De gascentrale, eigendom van het Duitse energiebedrijf RWE (voorheen Essent), is twintig jaar oud en technisch prima in orde. Maar niet langer rendabel.

2017 is op papier een goed jaar voor de ruim twintig Nederlandse gascentrales. De prijs van elektriciteit steeg om allerlei redenen: de prijs van steenkool ging omhoog, Franse en Belgische kerncentrales waren begin dit jaar in onderhoud. Gascentrales konden voor het eerst sinds jaren geld verdienen.

Maar: het is ‘goed’, tussen aanhalingstekens. Want de plannen van elektriciteitsproducenten RWE en Engie om hun centrales, waaronder dus de Moerdijk 1, deels of helemaal uit te schakelen, gaan gewoon door. „We voorzien dat de markt onder druk blijft staan”, zegt manager Geert Kleisterlee van Moerdijk 1.

Stroomproducenten moesten de afgelopen jaren miljarden afschrijven. Het Zweedse Vattenfall kocht in 2009 Nuon, en dus zijn centrales, voor bijna 10 miljard euro. Intussen is meer dan de helft daarvan afgeschreven. Of RWE: dat waarschuwde begin 2016 dat er in het voorgaande jaar 2,1 miljard euro was afgeschreven op elektriciteitscentrales.

Marktanalisten zien geen verbetering. De prijzen die nu betaald worden voor stroom die in 2019 en 2020 geleverd wordt, zijn laag. Energie-analist Hans van Cleef van ABN Amro: „Het sentiment is zeer negatief als gevolg van de publieke opinie. Hoewel we nog geruime tijd van gas afhankelijk zullen zijn, is de perceptie steeds vaker dat gas niet meer nodig is. En aangezien de politiek zich niet uitspreekt over de toekomst van gas, zullen investeringen ook moeizamer tot stand komen.”

Ook eigenaren van centrales die wél doordraaien, zoals PZEM, mede-eigenaar van twee gascentrales in Zeeland, zijn niet optimistisch. Financieel directeur Frank Verhagen: „Als je nu een dubbeltje kunt verdienen, zet je hem aan. Maar winstgevend? Het korte antwoord is nee. En het lange antwoord is: voorlopig laat het op zich wachten.”

Bij de eigenaren is het al doorgedrongen: gasgestookte centrales zijn niet langer de hoeksteen van de Nederlandse elektriciteitsvoorziening. In 2014 kwam voor het eerst minder dan de helft van onze stroom uit aardgas, en dat is zo gebleven. En dat is maar deels goed nieuws. Ja, het komt doordat het de afgelopen jaren menens is geworden met schone wind- en zonne-energie.

Alleen: er zijn ook nieuwe, meer vervuilende kolencentrales gebouwd. Elektriciteit opwekken met kolen geeft bijna twee keer zoveel CO2-uitstoot als met aardgas. Maar een kolencentrale is, ondanks de gestegen prijs van steenkool, nog steeds goedkoper. Of zoals hoofd gascentrales Louis Grubben van RWE zegt: „Kolencentrales staan hoger in de merit order” – vooraan in de rij.

En dus worden schonere gascentrales sinds een jaar of vijf regelmatig deels, of zelfs helemaal, stilgelegd.

Gemottenbald

De gascentrales gaan uit voor het weekend of ze gaan uit voor de zomermaanden. Of, zoals binnenkort met de Moerdijkcentrale gebeurt, ze sluiten de deuren semi-permanent. Dan wordt een centrale, of één of meerdere gasturbines ervan, „gemottenbald”.

Er is, zeker met het nieuwe regeerakkoord in het vooruitzicht, veel discussie over de Nederlandse kolencentrales. Ja, het kost miljarden om die te sluiten. Maar, en dat wordt er niet altijd bij gezegd: de huidige situatie kost ook geld. Hoeveel geld? Moeilijk te zeggen. Als een centrale in de mottenballen gaat, is dat bekend. Volgens de laatste cijfers van netbeheerder Tennet (oktober 2016) was toen 22 procent van het totale vermogen van gascentrales (20,1 GW) ‘geconserveerd’ – die staan uit. Maar als een centrale op halve kracht draait, is dat lastig te achterhalen.

Maar kijk naar het Limburgse Maasbracht. Daar staat de Clauscentrale, ook van RWE. Dat zijn eigenlijk twee centrales. De oudste, Claus A uit 1978, is al jaren dicht en wacht op een ingrijpende renovatie die maar niet komt. De andere is al wel gerenoveerd, in 2012. Claus C is sindsdien een van de grootste en modernste elektriciteitscentrales van Nederland (1,3 GW). Hij heeft twee jaar gedraaid, en toen was het over.

Nog één andere grote energieproducent zet komend jaar gascentrales deels in de mottenballen: het Franse Engie. Daarbij is de grootste centrale van Nederland, de Eemscentrale (1,75 GW). Woordvoerder Michael Verheul: „De prijzen zijn gedaald door zon en wind, en ook door kolen. Nu de marges minder worden, ga je je afvragen: ga ik nog groot onderhoud doen? Dat kost 10 à 20 miljoen euro.”

Een centrale in de mottenballen gaat niet zomaar weer aan. Dan is het personeel vertrokken; onderdelen die aan vervanging toe zijn, hebben gemakkelijk een levertijd van een jaar. Andere onderdelen worden gedemonteerd. De vijf meter grote pompen blijven het best in conditie als je ze „trekt” – uit de centrale haalt, vertelt Geert Kleisterlee in Moerdijk. En de as van een gasturbine moet het liefst af en toe draaien. Tegen het doorhangen. „Het is voor het eerst dat we een centrale zo conserveren. Het zijn lastige beslissingen”, zegt Kleisterlee.

De meeste eigenaren van centrales kiezen daarom liever niet voor mottenballen. Verhagen van PZEM: „Ik hoop dat heel veel andere centrales in de mottenballen gaan, dan kunnen die van ons blijven draaien.”

Piektijden

Ook Nuon zet geen centrales stil, aldus woordvoerder Anouk IJfs. De grootste Nuon-centrale, de Magnumcentrale in Eemshaven, draaide sinds zijn oplevering in 2013 op gemiddeld 20 procent van zijn kunnen, zei de manager vorige maand in het Financieele Dagblad. IJfs: „Daarom hebben we de kosten verlaagd, en de organisatie flexibeler gemaakt.” Plan is om de centrale deels om te bouwen, zodat die op waterstof kan draaien.

De Magnumcentrale is geen uitzondering. De meeste centrales die de afgelopen jaren in moeilijke tijden doordraaiden, deden dat door vooral van de piektijden te profiteren. Weekdagen in de winter, daar moeten gascentrales het van hebben. Dan ligt de elektriciteitsprijs gemakkelijk 5 euro per MWh hoger dan anders.

Gascentrales voor de piektijden – dat is ook het vooruitzicht voor de toekomstige energie-transitie. Het fijne van een gascentrale is dat hij zijn productie in minuten kan verdubbelen. En als hij voor het weekend uitgeschakeld is geweest, staat hij binnen een paar uur weer aan.

Die nieuwe rol biedt wel kansen. Opvallend is dat twee centrales die buitenspel stonden – Maasstroom Energie en de eerst failliete Rijnmond Centrale, beide in Rotterdam – sinds deze zomer weer meedraaien. Ze lijken te profiteren van de piektijden waarbij draaien op gas juist prima rendabel is. Woordvoerder Jeroen Brouwers van netbeheerder Tennet: „Juist gascentrales kunnen inspelen op korte periodes met hoge prijzen.”

Maar die positie brengt ook twee problemen met zich mee. Eén: vrij veel Nederlandse gascentrales kunnen niet zomaar aan en uit. Die ‘warmtekrachtcentrales’ leveren ook stadswarmte, of stoom voor zware industrie. En twee: als een centrale slechts, zeg, duizend uren per jaar draait, gaat het knijpen. Woordvoerder Verheul van Engie: „Dan moeten de jaarlijkse kosten in minder uren worden terugverdiend.”

Het Verenigd Koninkrijk, Italië, Spanje en Portugal hebben daarom een ‘capaciteitssysteem’, vertelt Verheul. De overheid betaalt gascentrales om standby te staan. Grubben van RWE: „In Nederland begint die discussie nu pas.”

Voor Frank Verhagen van PZEM hoeft het niet. „Zo houden we de afhankelijkheid van subsidie in stand. Uiteindelijk zal de energiemarkt zichzelf moeten reguleren.” Hij voorziet dat de moeilijke tijden voor gascentrales vanzelf voorbijgaan – mits het politieke klimaat voor kolen omslaat. „De tendens is dat we in Nederland van de kolencentrales af moeten. En als in Duitsland straks de Groenen gaan meeregeren, komt daar ook druk op de goedkope stroom uit bruinkool. De Nederlandse subsidies op wind en zon kunnen ook niet blijven. Uiteindelijk gaan de elektriciteitsprijzen stijgen. Over een paar jaar wordt het beter.”