Recensie

J. Cole rapt zijn verhalen vanuit de gevangenis

Recensie

De Amerikaanse rapper J. Cole overtuigde donderdag in de Ziggo Dome. Het podium oogde als een gevangenis, de muziek klonk vanachter de tralies.

Rapper J. Cole tijdens een optreden in Philadelphia, 2 september jl. Foto AP/ Michael Zorn

Voor zijn optreden donderdagavond, in de Ziggo Dome in Amsterdam, koos rapper/zanger J. Cole een opmerkelijk decor. Toen de lichten aangingen, en de zaal begon te juichen, werd vanachter een hoog ijzeren hek, afgezet met prikkeldraad, een in oranje overall geklede man losgelaten: J. Cole, de gevangene. De Ziggo Dome was zijn luchtplaats.

Hij zong, rapte en bewoog met stuiptrekkende bewegingen over het kleine maar intieme podium. De 32-jarige Jermaine Cole, uit North Carolina, met zijn dreadlocks en doorleefde blik, lijkt uiterlijk een kruising tussen Drake en Bob Marley. Zijn muziek blijft ver van de autotune-zang en galmende elektronica van hedendaagse collega’s als Travis Scott of Young Thug. Net als de populaire Kendrick Lamar, is Coles stijl organisch, met jazzy schuifelritmes, eenzaam klinkende trompetten en nu en dan een funky sample. Die muziek klonk gisteravond uit het ‘cellenblok’ achter hem, waar de band, inclusief achtergrondzangeressen en scratchende dj, achter de tralies bleef.

Anders dan andere rappers die zo snel mogelijk de zaal tot moshpit willen omvormen, is Cole een verhalende rapper. Hij bouwt de set geduldig op, met langzame nummers en uiteindelijk een uitbarsting in het grimmige ‘Tale Of 2 Citiez’. Zijn warme stem rapt of zingt, zijn dictie kan binnen een zin uitgroeien van mild, tot een verbale aframmeling.

De nummers lijken melodieus en zachtmoedig, maar zijn boodschap is er niet minder geladen om. Een regel als ’The neighbors think I’m sellin’ dope’, klinkt enigszins onschuldig. Maar daarachter schuilt een wereld aan verontwaardiging over de bejegening en positie van de Afro-Amerikaan.