Cultuur

Interview

Interview

Gevangenisfoto van Curtis Dawkins.

‘Ik ben de enige schrijver die nog nooit een boek heeft gesigneerd’

Curtis Dawkins Een levenslange gevangenisstraf uitzitten en dan een literaire sensatie worden. Het overkwam Curtis Dawkins, wiens verhalenbundel Graybar Hotel nu vertaald is.

Onlangs kwam er een medegevangene van Curtis Dawkins vrij, na een celstraf van veertig jaar. „Veertig jaar! Het is alsof iemand wakker wordt na een coma van vier decennia. Hij weet niet wat internet is, of een smartphone. Alles wat we weten, weten we van de televisie. Hoe loopt zo’n man rond? Dat zet mijn verbeelding aan het werk. Hoe stuurt die man een sms’je? Wat weet hij van Donald Trump? Snapt hij zijn land nog?”

De laatste keer dat Curtis Dawkins vrij rondliep, is bijna dertien jaar geleden. Zijn wereld is een uitgestrekt complex, omringd door hekken, muren en prikkeldraad, in een leeg deel van de Amerikaanse staat Michigan. Dawkins zit in de uitgestorven bezoekersruimte van Lakeland Correctional Facility. Er staan rijen stoelen, een airconditioning en een snoepautomaat. Bewakers wachten buiten. Dawkins draagt een blauw gevangenispak met oranje strepen, is mager en heeft een vlassige baard. Hij zit een levenslange gevangenisstraf uit, zonder kans op vervroegde vrijlating. Dawkins zit vast wegens moord.

Maar Curtis Dawkins (49) is ook een literaire sensatie in Amerika. Zijn verhalenbundel Graybar Hotel werd eerder dit jaar uitgegeven door uitgeverij Scribner. Het boek werd lovend ontvangen in, onder meer, The Guardian en The New York Times. Deze week verschijnt het in Nederlandse vertaling.

Om Curtis Dawkins te interviewen, moet je een ‘PPD’ aan je riem dragen. Een Personal Protection Device, met rode knop. „Als je daarop drukt, stormen we de kamer binnen”, legt een bewaker uit. Alleen een notitieblok en twee pennen mogen mee naar binnen. Zelfs een meegebracht exemplaar van Graybar Hotel, het boek dat de aanleiding voor het gesprek is, moet in een kluis achterblijven. Dawkins: „Ik ben de enige schrijver die nog nooit een boek heeft gesigneerd.”

“Mijn vrouw spreek ik elke dag. Mijn kinderen zie ik zo eens in de twee jaar”

Graybar Hotel lijkt niet op de gebruikelijke gevangenisliteratuur. Er komt geen seks in voor, en nauwelijks geweld. Het gaat over verveling, over vriendschappen, en ook over eenzaamheid. Dawkins: „Een vrijgekomen celmaat had het gelezen. Hij was echt beledigd, en vroeg: ‘Waar is het bloed?’ Hij is een psychopaat, hij maakte dat soort dingen mee. Ik niet. Ik mijd de gewelddadige types.”

Ruzie heb je snel in de gevangenis. En Dawkins heeft daar een hekel aan. „Als het bij de lunch over Trump gaat, wordt het snel emotioneel. Een op de drie gevangenen is pro-Trump. Het zijn de witte jongens, die in hun cel Fox News kijken. Het maakt ze niet uit dat een Republikeinse president nooit voor kortere straffen is. Ik heb meer met de zwarte jongens. Maar als er politiek gedoe ontstaat, ben ik snel weg.”

Curtis Dawkins wil liever waarnemen hoe mensen zich door het leven ploeteren. „Ik ben een eenling hier. Ik observeer liever dan dat ik praat. Er wordt te veel gepraat in de wereld, ook hier. Ik bestudeer de mensen om me heen, en denk veel na.”

De gevangenis maakte van Dawkins een goede schrijver, zegt hij. Hij ziet de gevangenis niet als een exotische plek, maar als een hulpmiddel om de menselijke ziel te doorgronden. Hij schrijft: ‘Als verknipte mensen hier binnenkomen, kunnen ze alles worden wat ze willen.’ De fraudeur was ooit een meestervervalser, de pedofiel was ooit een pornoster. ‘Een man zei dat hij afleveringen van Seinfeld had geschreven, terwijl hij nauwelijks slim genoeg was om zijn veters te strikken.’ Dawkins zegt: „Ook buiten de gevangenis wordt gelogen. Deze plek vergroot de leugen alleen maar uit. De gevangenis heeft mijn blik gescherpt.”

Dawkins heeft vijftienhonderd medegevangenen als studieobject tot zijn beschikking. Hij heeft in zijn gedeelde cel al tien jaar een elektrische typemachine, met een geheugen van 128.000 tekens. Dat zijn ongeveer 74 pagina’s. Computers en printers zijn verboden, sinds een gevangene zijn eigen vrijlatingsbrief had vervalst.

Het gebeurde op Halloween, in oktober 2004. Curtis Dawkins woonde met zijn vrouw, twee kinderen en stiefkind in Portage, Michigan. Ooit studeerde hij creatief schrijven, maar nu werkte hij als autoverkoper. Het ging slecht: hij gebruikte pijnstillers en heroïne, en had een vuurwapen gekocht. Op Halloween was hij dronken en onder invloed van crack. Hij eiste geld bij een man die op de stoep van zijn huis zat. Toen hij weigerde, schoot Dawkins hem dood. Daarna gijzelde hij zijn huisgenoten, tot hij zich overgaf aan de politie.

Dawkins: „Ik verdien het om hier te zitten. Ik heb een vreselijke misdaad begaan, ik doe mensen tot vandaag pijn. Het is te makkelijk om te zeggen: ‘Ik was mezelf niet, want ik zat aan de drugs.’ Maar die man op Halloween, dat was niet zoals ik mezelf ken.”

Denkt u vaak terug aan die dag?

„Ik heb door de jaren heen geleerd zulke gedachten opzij te zetten. Ik denk te veel, dat was de reden dat ik destijds ben gaan drinken. Als ik terugdenk aan wat ik gedaan heb, reciteer ik Bijbelverzen. Het liefst Psalm 23. ‘De Heer is mijn Herder. Het ontbreekt mij aan niets.’ De Bijbel zit vol moordenaars die zijn gered, zoals David en Mozes.”

Waarom wilde u dit boek schrijven?

„De ik-figuur in het boek is niet volledig autobiografisch. Maar ik beschrijf wat ik meemaak, de verhalen die ik hier hoor. Het beeld dat mensen buiten de gevangenis van het leven hier hebben, klopt niet. Geweld, verkrachtingen of moord komen voor, maar zijn heel zeldzaam. De meeste dagen gaan tergend langzaam voorbij. Er gebeurt niks. Zolang de buitenwereld de ruim twee miljoen gevangenen in Amerika als monsters ziet, verandert er niets aan het systeem. Ik wil dat mijn medegevangenen allereerst als mensen worden gezien.”

Hoe zien uw dagen eruit?

„Elke dag, elke maand, elk jaar is exact hetzelfde. Als ik om zeven uur wakker word, drink ik koffie met mijn medegevangenen. Dan schrijf ik in mijn cel, tot aan de lunch. Na de lunch werk ik in de moestuin, en maak ik het kantoor van de bewakers schoon. Daar verdien ik 41 cent per dag mee. Voor het avondeten schrijf ik nog even, en na het eten kijk ik honkbal. Daarna lees ik tot elf uur, als het licht uitgaat.”

U komt nooit meer vrij. Hoe leert u met dat besef leven?

„Soms dwing ik mezelf te aanvaarden dat ik nooit meer naar mijn vrouw en kinderen kan. Maar op andere momenten wíl ik juist hoop hebben. Dan denk ik: als ik nu een Pulitzerprijs win met mijn boek, dan denkt de gouverneur van Michigan misschien: ‘Zo’n bekende gevangene verdient gratie.’ Hoop en realiteitszin wisselen elkaar af. Maar als ik een kans heb de gevangenis te verlaten, dan is dat om mijn schrijven.”

De verhalen van Dawkins hebben een lichte toon, die aan David Sedaris doet denken. Hij heeft een scherp oog voor de absurde kanten van het gevangenisleven. Hij beschrijft bijvoorbeeld de gewoonte onder gevangenen om te bellen naar willekeurige nummers, collect call. Ze hopen zo dat iemand opneemt voor een gesprek, omdat ze niemand anders hebben om mee te praten. De eerste minuut kost de ontvanger 2,40 dollar, daarna betalen ze 27 cent per minuut.

De verteller in Dawkins’ boek stelt zich voor als ‘Hoi, met mij’. ‘Gepensioneerde mannen praten het liefst terug, gevolgd door oudere vrouwen. Dan komen de voormalige gevangenen en hun familieleden.’ Terwijl deze mensen praten, probeert de ik-figuur geluiden te horen van de buitenwereld: een parkiet, een stofzuiger of een piano.

U vertelt het bijna komisch, maar uw verhalen gaan vooral over eenzaamheid.

„Er is hier geen hoop. Als iemand eens een telefoontje van buiten krijgt, is het bijna altijd slecht nieuws. Er is iemand dood, een zitting gaat niet door, zulke dingen. Vrijkomen is het hoogst haalbare, maar de meesten van ons hebben niets om naar terug te keren. Ik zoek altijd de paar medegevangenen met gevoel voor humor op. Ik lach geforceerd veel. Dat houdt me op de been.”

Er wordt veel over zelfdoding gepraat in uw boek. Maakt u dat veel mee?

„Ik heb in vier gevangenissen gezeten. Op iedere plek heb ik wel twee of drie gevallen meegemaakt. Er heerst een verpletterende negativiteit om me heen. Mensen willen gewoon dood. Een half jaar geleden stierf op mijn afdeling nog een man die een overdosis aan binnengesmokkelde drugs nam. Maar jezelf verhangen met lakens is de meest gangbare methode.”

Heeft u het overwogen?

„Heel vaak. Maar mijn vrouw heeft me eruit gepraat. We hebben drie kinderen, zei ze. ‘Wat doe je ze aan?’ Ik sta mezelf niet meer toe dat ik eraan denk.”

Hoe vaak spreekt u uw familie nog?

„Mijn vrouw spreek ik elke dag. Ze bezoekt me geregeld. Ze is me trouw gebleven, maar ze werkt ver weg aan de Westkust, als hoogleraar Engels. Mijn kinderen zie ik zo eens in de twee jaar.”

Curtis Dawkins werkt in zijn cel aan een tweede boek, het wordt sciencefiction. Alle gevangenen van Michigan worden in zijn roman samengebracht in een ondergronds complex, waar ze mee moeten doen aan medische experimenten. Dawkins: „Ik denk dat het gevangenissysteem gaat medicaliseren, en vind dat helemaal niet eng. Veel mensen hier hebben een stoornis, die met medicijnen te verhelpen moet zijn. Ik kost de staat 30.000 dollar per jaar. Vermenigvuldig dat met 1.500 en je weet wat deze gevangenis de gemeenschap kost. Stel dat men hier zou kunnen werken, in plaats van zijn tijd te verdoen.”