Hoe elf verjaagde blanke boeren tóch geld kregen

Zimbabwe

Elf Nederlandse boeren die van hun boerderijen in Zimbabwe zijn verjaagd, kregen na 14 jaar procederen voor elkaar wat andere blanke boeren niet lukte: Zimbabwe vergoedt de verloren grond.

‘Oorlogsveteranen’ (regeringsgezinde knokploegen) in 2000 op het land van David Stevens, de eerste blanke boer die werd vermoord bij de landbezettingen. Foto Felix Kalkman / Hollandse Hoogte

Halsoverkop moest Lion Benjamins zijn tabaks- en paprikaplantage van 800 hectare verlaten, zestien jaar geleden. Zogeheten ‘oorlogsveteranen’, in feite knokploegen van de Zimbabweaanse regeringspartij Zanu-PF, hadden zijn land bezet, een voorman in elkaar geslagen en – wat voor hem en zijn Finse vrouw de doorslag gaf te vluchten – hem gedreigd te vermoorden.

Het was een lot dat hij deelde met de 4.500 blanke boeren, van wie het overgrote deel vanaf 2000 op vaak gewelddadige wijze is onteigend. Officieel was de campagne bedoeld om de oorspronkelijke bevolking de vruchtbare grond ‘terug’ te geven waar tijdens de bevrijdingsoorlog (1964-1979) zo hard voor was gevochten. In feite was de campagne een poging van de regering van president Robert Mugabe haar snel dalende populariteit terug te winnen.

Onder de verjaagde boeren waren zo’n zestig Nederlandse boeren en hun gezinnen. Elf van hen durfden het in 2002 aan Zimbabwe voor de rechter te dagen, om compensatie voor de geleden schade op te eisen. Niemand realiseerde zich toen dat die strijd tot juni vorig jaar zou duren. Toen trof de groep in alle stilte een schikking met de regering in Harare: Zimbabwe betaalt de leden een bedrag uit, gespreid over een aantal jaren, als compensatie voor de verloren boerderijen en grond.

De 67-jarige Benjamins, die optreedt als woordvoerder van de elf Nederlandse boeren en hun nabestaanden, is bereid de geruchten te bevestigen die hierover de ronde doen bij andere verjaagde boeren. „Er is een akkoord, waar Zimbabwe zich tot nu toe aan heeft gehouden”, zegt hij telefonisch vanuit Finland. Maar de details, zoals de hoogte van de vergoeding en de lengte van de periode waarin Harare betalingen verricht, moeten vertrouwelijk blijven, aldus een van de voorwaarden.

De schikking werd vorig jaar juni bereikt in Washington, in de luwte van een bijeenkomst van de Wereldbank. Een „hoge Zimbabweaanse delegatie met beslissingsbevoegdheid”, aldus Benjamins, ontmoetten er de Amerikaanse advocaten van de boeren, in een bijeenkomst die een Nederlandse diplomaat had georganiseerd. Of de Zimbabweaanse minister van Financiën, die van Landzaken en de gouverneur van de nationale bank van Zimbabwe erbij waren, zoals andere bronnen beweren, wil hij „bevestigen, noch ontkennen”.

Er volgde een „moeilijke, langdurige discussie”, vervolgt Benjamins, die vanuit zijn huis in Finland had ingebeld en meeluisterde. Benjamins werd „emotioneel”, toen hij besefte dat een akkoord zo goed als rond was. Eindelijk was die lange, dure, taaie strijd voorbij.

Zimbabwe schond verdrag

De schikking werd overeengekomen in het kantoor van het Internationale centrum voor bemiddeling bij investeringsgeschillen (ICSID) in Washington, op het hoofdkantoor van de Wereldbank. Het was bij dit hof dat de boeren in 2002 een zaak tegen Zimbabwe aanspanden, op grond van de bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomst (ibo) die Zimbabwe met Nederland had gesloten in 1998, vóór de landonteigeningen. Dit verdrag bepaalt onder meer dat bezittingen alleen genationaliseerd kunnen worden als er een financiële vergoeding tegenover staat.

In 2009 kwam het ICSID met zijn bindende oordeel: Zimbabwe had de ibo geschonden en moest de elf boeren 8,2 miljoen euro compensatie betalen. Betaling bleef echter uit, omdat Zimbabwe zei het geld niet te hebben. Door de rente waarin het vonnis voorzag, groeide het op te eisen bedrag tot 33,4 miljoen euro, vorig jaar juni.

De boeren zaten intussen niet stil. Op grond van het ICSID-vonnis lieten ze in 2014 beslag leggen op een partij Zimbabweaanse diamanten van 45 miljoen euro, die in Antwerpen geveild zou worden. Na een half jaar oordeelde de Belgische rechter dat de diamanten vrijgegeven moesten worden omdat niet bewezen was dat ze eigendom van Zimbabwe waren.

In Zuid-Afrika lukte het wel beslag te laten leggen op een huis dat Zimbabwe toebehoorde en het te verkopen. Ook leidden hun acties ertoe dat Zimbabwe het ambassadegebouw in Washington niet kon verkopen, terwijl het het geld hard nodig had. „Zoiets doet pijn”, zegt Benjamins. „We hebben het hen vrij lastig gemaakt, en daar wilde Zimbabwe klaarblijkelijk vanaf.”

Hoofdreden dat Zimbabwe heeft geschikt, vervolgt hij, is waarschijnlijk dat Zimbabwe internationale instituties als de Wereldbank en het IMF, waar het moet aankloppen voor nieuwe leningen, wil laten zien dat het zijn internationale verplichtingen nakomt. „Er is door ons een bevestigingsbrief over het akkoord geschreven, die de Zimbabweanen kunnen gebruiken in hun discussie met andere instanties.” De elf boeren werden destijds op het bestaan van het ICSID gewezen door Puk van der Linde, in 2001 verantwoordelijk voor economische zaken op de Nederlandse ambassade in Harare. „Verscheidene boeren hebben me al bedankt”, zegt Van der Linde, die van het akkoord op de hoogte is.

Gunstige wisselkoersen

De boeren twijfelden destijds hevig over het nut van zo’n proces. ICSID-zaken zijn peperduur, wat de reden is dat vooral multinationals zich tot dit hof wenden. Alleen om een zaak te beginnen, vraagt het ICSID al 25.000 dollar aan griffierechten. De drie ‘arbiters’ die zich over alle zaken buigen, kosten elk 3.000 dollar per zittingsdag en het type advocaten dat de partijen bijstaan, rekent veelal 500 euro per uur. De verjaagde boeren, die geen inkomsten meer hadden, zouden dat nooit kunnen betalen.

Het wisselkoersenbeleid van Zimbabwe en de gierende inflatie boden echter uitkomst. De Nederlandse ambassade hield zich tot 2003 braaf aan de door Zimbabwe vastgestelde officiële wisselkoers. Dat hield in dat ze haar benodigde Zimbabweaanse dollars ‘kocht’ bij de Zimbabweaanse staatsbank, tegen een koers die op zeker moment 25 keer ongunstiger was dan de koers bij de gewone wisselkantoren, waar bijvoorbeeld de Britse ambassade haar ponden inwisselde.

Als de gedupeerde boeren hun Zimbabweaanse dollars bij de ambassade inruilden voor Amerikaanse, bedacht Van der Linde, zou dat voor de boekhouding van de ambassade niets uitmaken. Het zou de boeren echter aan spotgoedkope harde valuta helpen om de griffierechten van het ICSID te betalen. Aldus geschiedde. Voor één keer speelde de ambassade voor wisselkantoor, waarvoor de elf verjaagde boeren Van der Linde nog altijd prijzen.

Nederland bleef de boeren ook helpen na 2009, toen betaling door Zimbabwe uitbleef. Op kosten van Den Haag reisde een geheime gezant, die van oudsher goede banden had met kopstukken in de Zimbabweaanse regering, vier keer naar Zimbabwe om te bemiddelen. Hij sprak vele ministers na talloze uren in hun wachtruimtes te hebben doorgebracht. Steeds was het verhaal: we erkennen het ICSID-vonnis, maar hebben geen geld.

Die gezant was oud-CDA-politicus Jan Nico Scholten (85). Ook hij is op de hoogte van het in stilte gesloten akkoord, dankzij een brief die minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) hem vorig jaar stuurde. Ze bedankte hem daarin voor de „energieke, positieve en strategische wijze” waarop hij bemiddelde en voor zijn „betrokkenheid bij dit complexe en politiek gevoelige dossier”, leest hij door de telefoon voor.

Scholten, die in 2014 zijn bemiddelingspogingen staakte, had „eigenlijk niet verwacht” dat er een schikking zou komen. „Ik weet hoe slecht Zimbabwe er financieel voor staat. Hulde aan degenen die het akkoord voor elkaar kregen.”

‘Het verdriet gaat nooit weg’

De lange strijd eiste zijn tol. Tot 2015 bedroegen de juridische kosten voor de elf boeren zo’n 5,5 miljoen euro, deels in de vorm van leningen. Twee van de elf zijn niet meer in leven, hun nazaten en de andere negen wonen verspreid over Nieuw-Zeeland, Australië, Zuid-Afrika, Nederland, Finland en Zimbabwe. „De slopende onzekerheid is minder, maar duurt voort zolang het akkoord nog loopt”, zegt Benjamins. „We kunnen nu gemakkelijker doorgaan met ons leven. Maar het verdriet gaat nooit weg.”

De ruim veertig overige Nederlanders die hun boerderijen in Zimbabwe verloren, wacht nog een lange strijd. Nederland blijft zich ervoor inzetten dat de andere getroffen boeren ook compensatie krijgen, laat het ministerie van Buitenlandse Zaken weten. Zimbabwe blijft de geldigheid van de ibo erkennen, op basis waarvan „de onteigende Nederlandse boeren aanspraak (kunnen) maken op compensatie”, aldus het ministerie.

Over de schikking met de elf ICSID-boeren wil Buitenlandse Zaken niets zeggen omdat Nederland „geen partij in deze arbitragezaak” is. Wel zal de taxatie die het ICSID maakte in zijn uitspraak van 2009 als leidraad dienen „voor de discussies over de vergoeding waarop de overige Nederlandse boeren aanspraak kunnen maken”, aldus een woordvoerder.

„Ondanks pogingen alle Nederlandse boeren in Zimbabwe met ons mee te krijgen, is dat destijds niet gelukt”, zegt Benjamins, terugkijkend. „Onze groep van elf is daarom de enige met een ICSID-oordeel. Hopelijk slagen de onderhandelingen over de claims van de andere Nederlandse boeren. Ook om die niet in gevaar te brengen, is het belangrijk dat de details van ons akkoord vertrouwelijk blijven.”

Marnix de Bruyne schreef We moeten gaan. Nederlandse boeren in Zimbabwe (2016), waarin hij de ICSID-zaak beschrijft.