Hiphop in het theater is meer dan een spectaculaire show

Dans

Hiphopmoves veroveren het theater. De dansstijl die ontstond binnen de jongerencultuur in achterstandswijken, staat nu tussen klassiek ballet en hedendaagse dans in de schouwburg.

Jonas Frey en Joseph Simon in hun dansproject A Playful Dialogue. Foto Lys Y. Seng/ Picasa

Haar lichaam heeft ze niet meer onder controle. Haar armen schudden op topsnelheid langs haar romp en dijen. Naar beneden, en dan weer naar boven. In haar bewegingen herken je hiphop-moves. Dit is een beklemmend fragment uit de nieuwe voorstelling Dwang van choreograaf Marco Gerris, de vijfendertigste productie van ISH. Dit dansgezelschap was de pionier van hiphop in het Nederlandse theater, maar ze zijn lang niet meer de enige hiphopchoreografen. Ook van de Shailesh Bahoran, Joseph Simon en Jonas Frey gaan in oktober voorstellingen met duidelijke hiphop-invloeden in première.

De eerste hiphopmoves werden in de jaren zeventig gemaakt door jongeren op buurtfeesten in een achterstandswijk in New York. Ze ontstonden vanuit de beats van de hiphopmuziek. Die inspireerden dansers tot breakdance, het dansen op handen en voeten. Andere substijlen zijn onder andere locking, het op slot zetten van lichaamsdelen en waving, golvende bewegingen die als een stroomstoot door het lichaam schieten.

Choreograaf Shailesh Bahoran liet zich in zijn voorstelling Aghori inspireren door hiphop én de Hindoestaanse danscultuur. Aghori gaat over het vinden van de weg naar verlichting, zegt Bahoran. De vaak op spektakel gerichte hiphopbewegingen heeft hij ondergeschikt gemaakt aan het verhaal dat hij wil vertellen. „Ik ga creatief om met verschillende dansstijlen, en wat eruit voort komt is gewoon dans.”

Konijnenhiphop

In Dwang geeft ISH via hiphop een inkijkje in het hoofd van mensen met een dwangstoornis. Een van de dansers vertelt bijvoorbeeld over wortels. Hij eet ze ook op het podium, zijn kaken vermalen ze razendsnel. Wortels worden een obsessie voor de danser, die zelfs als een konijn gaat bewegen. Choreograaf Marco Gerris: „Bij een dwangstoornis gaat het letterlijk om het herhalen van handelingen. Die repetitieve handelingen zitten ook in hiphop, en kun je daarmee heel goed laten zien.”

Choreograaf Shailesh Bahoran in zijn voorstelling Aghori.

Foto Shueti

De jams (samen improviseren in een cirkel) en battles (wedstrijden) in hiphop dragen bij aan de ontwikkeling van andere theaterdansvormen, vinden Joseph Simon en Jonas Frey. Theaterdans wordt gemaakt voor een zaal waarin het publiek in het donker zit, waardoor het publiek en de dans gescheiden zijn. In de voorstelling Infinite games proberen Simon en Frey die scheiding op te heffen door het publiek uit te nodigen voor een jam. Simon: „Dan kunnen ze de dans ook op een andere manier voelen dan alleen vanuit de zaal.”

De grenzen van dans

Ondanks die kruisbestuivingen, mengt het danspubliek nog niet. „Bij hedendaagse dans-voorstellingen zien we weinig toeschouwers uit de urban scene”, zegt directeur Suzy Blok van werk- en productiehuis voor hedendaagse dans Dansmakers Amsterdam. „En andersom komen mensen die van hedendaagse dans houden ook niet zo snel naar hiphop.” In een poging die scheiding te doorbreken, organiseerde Dansmakers Amsterdam vorige week hiphopfestival You Better Move #2. „Hiphop verrijkt de hedendaagse dans en andersom”, zegt Blok. „Alles bestaat al of is al gedaan. Innovatie vind je nu in kruisbestuiving van verschillende stijlen.”

De Nederlandse urban scene heeft zich tot nu toe ontwikkeld buiten de schouwburgen. De gang naar het theater betekent dat de hiphopcultuur zich op anders gaat verhouden tot hedendaagse dans en klassiek ballet. „Puristen vinden dat hiphop niet in het theater hoort”, zegt choreograaf Gerris van Dwang. „Maar hiphop gaat juist om creativiteit, om je eigen ding doen. Ik denk dat het theater de underground hiphop beter maakt.”

En de toekomst van hiphop-dans? Gerris: „Het is net als moderne dans, dat vond iedereen in eerste instantie ook belachelijk. Nu zien we alleen nog maar moderne dans in de theaters. Zo zal het met hiphop ook gaan. Over dertig of veertig jaar is hiphop in het theater normaal. In Frankrijk zijn ze al veel verder, hier begint dat pas.”