Hier hoor je te snel: die speler haalt Oranje

Nederlands elftal

Oranje balanceert op de rand van uitschakeling voor het WK. De twintigers Daley Blind en Georginio Wijnaldum zullen de ploeg moeten dragen in ongewisse tijden.

Daley Blind (27) wil het nu wel eens weten. Waarom wij, media, schrijven dat hij het moeilijk heeft bij Manchester United. „Leg me dat nu eens uit.” Als je hem vraagt of en hoe hij zich dit seizoen staande houdt, noemt hij de wedstrijden op die hij al in de basis stond. Legt hij uit dat trainer José Mourinho altijd rouleert. En hij al de helft van de Premier League-duels en twee uit twee in de Champions League speelde. Licht verontwaardigd: „Elke keer lees ik toch weer dat ik niet speel.”

Het gaat inmiddels langs hem heen. „Als ik in de basis sta hoor je niks. Als ik er niet in sta let iedereen op.” Komt Mourinho, vorig seizoen, als opvolger van Louis van Gaal, dan is Blind vast kind van de rekening. Is dat zo’n gekke gedachte? „Omdat ik niet groot ben? Niet sterk zou zijn? Toch red ik me al vier jaar lang. En elke keer lees ik dat ik het niet ga redden.”

Hier in Hotel Huis ter Duin in Noordwijk, woensdag na de training, zit een man die de FA Cup, de Engelse Super Cup, Charity Shield en de Europa League won. Die bij Ajax vier opeenvolgende landstitels won. En brons op het WK met Oranje. Een voetballer voor wie de ambities van zijn vader hem het leven niet altijd makkelijker maakten – daarover later meer.

Ophemelen van talent

Even verderop zit Georginio Wijnaldum (26). Nog zo’n speler in de kracht van zijn bestaan, met een zorgvuldig uitgestippeld carrièrepad dat hem tot de Engelse top bracht. Hij ging, net als Blind, ‘pas’ op zijn 24ste. Eerst een jaar Newcastle United, nu Liverpool. „Ik werd vroeger wel eens vergeleken met Seedorf”, zegt Wijnaldum over het ophemelen van Nederlands talent. „Die ging al op heel jonge leeftijd naar het buitenland en haalde het. Maar hoeveel hebben het gered in buitenland? Heel weinig.”

Hij zag het te vaak misgaan, met generatiegenoten. Te jong, te snel. Met een voetbaltas vol dromen kiezen ze de verlokking van de Europese topclub, dan volgt de desillusie. „In Nederland wordt vaak gezegd: die wordt een topper, die haalt Oranje. Daar zijn we veel te snel in. Je moet altijd maar afwachten hoe spelers het doen, helemaal in het buitenland.”

Ze zijn van 1990, nu in de kracht van hun carrière. Geen internationale wereldtop, spelen wel bij Europese topclubs. In Oranje zijn ze sterkhouders, in een kwakkelend elftal. De constanten, in een inconsistente ploeg. Een tweede kwalificatie-echec dreigt, ze weten het. Twee keer winnen moet, met zoveel mogelijk goals om Zweden voorbij te gaan als nummer twee van de groep. „Het is geen abc’tje meer dat dat even gebeurt”, zegt Blind. Wijnaldum: „Maar als ik hier zit en zeg: we halen het niet, dan wordt het ook niks.” Zaterdag speelt Oranje in Wit-Rusland, dinsdag wacht Zweden in Amsterdam.

Het moet ook een beetje vanzelf gaan. Leiderschap ontwikkelt zich vanzelf, ik weet niet echt of het in me zit.

Daley Blind

Kevin Strootman. Laurens Lindhout/Soccrates

Bij Blind en Wijnaldum hoort eigenlijk ook de geblesseerde Kevin Strootman (27). Ook van 1990. Keizerlijk bij AS Roma, dralend in Oranje sinds hij terugkeerde van een knieblessure. Hij ging de fout in ging tegen Zweden en speelde dramatisch in de verliespartijen tegen Frankrijk en Bulgarije. En toonde zelfspot. „De scheids was net zo slecht als ik was”, zei hij na de 4-0 in Parijs.

Strootman is van nature een leider, maar hij zal het niet alleen kunnen als op korte termijn een vacuüm ontstaat aan de top van Oranje-hiërarchie. Na het WK 2018, maar waarschijnlijk eerder als het toernooi niet gehaald wordt. De grote vier – Robben, Sneijder, Van Persie, Van der Vaart – werden al de grote drie. Nu is er nog maar één van de partij: Arjen Robben. Zijn toekomst is ongewis, net als die van Sneijder. Van Persie lijkt uitgespeeld.

Zijn Blind en Wijnaldum klaar om ‘leiders’ te worden? Beiden denken niet direct aan zichzelf. Blind: „Als jongens stoppen, staan er nieuwe op. Zo gaat het altijd. Het moet ook een beetje vanzelf gaan. Leiderschap ontwikkelt zich vanzelf, ik weet niet echt of het in me zit. Ik praat zeker wel. Met mijn linksbuiten, met mijn linkercentrale verdediger. Maar of ik echt een leider ben zoals mijn vader dat was of hoe Strootman verbaal aanwezig is – ik ben toch wat rustiger.”

Wijnaldum ziet zijn rol niet anders nu hij meer ervaren is. „Ik kom niet naar Oranje met de gedachte: ik moet het team op sleeptouw nemen. Ik ga erheen en probeer te genieten, ben gewoon mezelf. En ik word daarom gewaardeerd door de jongens. Ik probeer niet geforceerd een leider te zijn. Bij PSV was ik aanvoerder, gewaardeerd om wie ik zelf was. Niet iemand die ineens ging schreeuwen of praten. Als ik vind dat ik wat moet zeggen, doe ik het.”

Georginio Wijnaldum. Dean Mouhtaropoulos/Getty Images

Ach, Oranje. Is het nog leuk? Altijd, zegt Wijnaldum. „Ik ben een vrij positief persoon. Alle spelers krijgen die teneur mee. Ik lees geen krant, maar krijg het mee. Zet je tv aan, dan zie je Oranje. Iedereen zit op sociale media. Dat krijg ik allemaal mee en ik kan het begrijpen dat mensen negatief denken. Het EK 2016 niet gehaald, WK halen is onzeker. De jaren ervoor zijn we natuurlijk enorm verwend.”

Voelt hij zich verantwoordelijk voor de staat van Oranje? Hij is met zijn spel toch spil van het elftal. „Elke speler is verantwoordelijk, ook ik. Dat is normaal. Maar ik leg mezelf geen druk op daarvoor. Gewoon relaxen. Gewoon voetballen. Tuurlijk, je neemt het altijd mee naar huis. Je laat het niet los, het zal altijd bij je blijven. Maar ik kan het niet alleen, dus kan ook niet de schuld alleen bij mezelf leggen. Je moet ook snel vooruit. Reflecteren is er nauwelijks bij. Je gaat meteen verder bij Liverpool.”

Voor Blind geldt dat hij het, in zijn speciale geval, wel „zwaar” heeft gevonden. „Met mijn vader als bondscoach zat er veel lading op. Voor onze familie zeker, dat was niet altijd fijn. Heel Nederland heeft dan een mening, dan is het soms moeilijk.” Het ontslag van zijn vader was hard maar in zekere zin onvermijdelijk na de nederlaag in maart tegen Bulgarije. Ze hebben het allang een plek gegeven. „We weten allebei hoe het werkt.”

Die dag na Bulgarije-uit hoorde Daley Blind het uiteraard als eerste. Exit Danny Blind. „Hij voelde ook wel dat het eraan zat te komen. Dan ben ik het dichtst bij hem, ik weet het dan ook wel eerder dan andere jongens. Veel jongens hebben mij weer gesteund, hadden goede woorden voor hem. De volgende wedstrijd speelde ik prima. Je moet door. We weten hoe het werkt, je kan er niets aan veranderen. Overal schijt aan hebben, grof gezegd.”

Dragende krachten

Ze zijn, met Strootman, dragende krachten. Nu, en zeker straks. Onlosmakelijk verbonden met het diepe dal waarin Oranje al drie jaar ronddwaalt. Blind en Wijnaldum speelden vanaf het WK 2014 vaker samen dan welke andere combinatie: 34 interlands. Ze excelleerden onder Van Gaal in Brazilië, die wonderlijke zomer van 2014. Daarna? Oef.

Wrang: mocht het nu misgaan, dan spelen ze pas in het jaar dat ze dertig worden, 2020, op zijn vroegst hun tweede eindtoernooi. Vergelijk dat eens met Sneijder en Robben. Die waren op hun dertigste al toe aan hun derde WK na ook nog eens drie EK’s te hebben gespeeld. Een constatering waar je als international weinig mee kan. Blind: „Ja. Ik kan er weinig aan veranderen. Ik kan het EK 2020 niet naar voren halen.” Wijnaldum: „In die tijd haalden we elk toernooi. Nu is het niet zeker.”

Zijn ze daarmee een verloren generatie? Vaak wordt gesproken van een ontbrekende generatie van mid- tot eindtwintigers. Een gat. Maar de vraag is niet waar de gerijpte twintigers zijn. De vraag is waar het aanvallende genie van hun leeftijd is. De opvolgers van Robben, Sneijder, Van Persie, Van der Vaart – en vooruit: ook Kuijt en Huntelaar. Na 1984 is geen internationale topaanvaller geboren met een Nederlands paspoort. Blind: „De jongens die je noemt zijn aanvallende spelers, die veel gebracht hebben. Nu hebben we minder jongens die én ervaren zijn én een wedstrijd op zichzelf kunnen beslissen. Dat is waar het even stokt nu. Ik heb als verdediger natuurlijk niet direct invloed op de wedstrijd beslissen.”

Toekomstperspectief

Blind ziet wel de talenten die „uit het niets” een goal kunnen maken, zoals Memphis Depay (23). Vincent Janssen (23) zit nog aan het begin van zijn internationale loopbaan. Quincy Promes (25) overtuigt soms in Oranje.

Dus? Hoe ziet de toekomst eruit, na het onvermijdelijk afscheid van de ‘toplichting’ van 1983/1984? Blind en Wijnaldum wanhopen niet. Het WK missen zou „vreselijk” zijn, uiteraard. „Veel jongens weten niet hoe het is, hoe mooi het is. Dat gun je iedereen. Dan doet het pijn als je voor de tweede keer een eindtoernooi mist.” Maar, zegt Wijnaldum, „België had dat een paar jaar geleden ook. En kijk waar ze nu zijn. Het is maar net hoe je kijkt, met welke mindset: denk je in problemen of in oplossingen? Ben je positief? Ga je zelf iets doen aan wat beter kan?”