‘Het moet hier geen Wilde Westen worden’

Interview

Hoe vindt Rotterdam evenwicht tussen winsten die vastgoedbeleggers willen maken en de toegankelijkheid tot de woningmarkt?

De Markthal van MVRDV is een van de pronkstukken van Rotterdam. Architect Jacob van Rijs: „Het heeft iets volks” Robin Utrecht

Het Architectuur Film Festival Rotterdam (AFFR) - t/m 8 oktober in LantarenVenster - toont de Duitse film Die Stadt als Beute (City for Sale) over de gekte op Berlijnse woningmarkt, waar al jaren bouwwoede heerst en woningprijzen in de populaire centrale stadsdelen voor de ‘gewone stedeling’ te hoog zijn geworden, terwijl (buitenlandse) vastgoedinvesteerders ‘aan de stad verdienen’.

Is dit het voorland van Rotterdam?

„Sinds de woningmarkt herstelt zien buitenlandse investeerders dat hier iets te halen is. Nederland is een stabiel land en vanuit hun perspectief is Rotterdam goedkoop. Zoals in Berlijn hebben veel inwoners het niet breed. Toch hoeven we niet zo bang te zijn voor zulke extremen door onze grotere beschermlaag van sociale woningbouw.”

Wat leert de Berlijnse huizenmarkt ons?

„De prijzen stegen er te snel in vergelijking met de inkomens. Huurwoningen zijn daar vaker eigendom van particuliere beleggers. De aanschafwaarde van die panden stond veelal niet in verhouding tot de huur die eigenaren eruit haalden. Dat gaf perverse prikkels waardoor huurders werden verjaagd en appartementen voor flinke bedragen los werden verkocht. In Rotterdam hoeft het niet zo te gaan. Als het aanbod hier toeneemt, wordt het vanzelf beter. Dat mag sneller dan het nu gaat, maar laten we kritisch blijven kijken naar onze toekomstige prijs- en woonbehoeftes.”

De ongelijkheid neemt in Rotterdam evengoed toe, waarbij sociale huurwoningen worden gesloopt om ruimte te maken voor een duurder segment. Hoeven deze huurders zich geen zorgen te maken?

„Gentrificatie heeft twee kanten waarvoor we een evenwicht moeten vinden. Als iets duurder wordt, kan een ander het niet meer betalen.

Een gevolg kan ook zijn dat bewoners van de ene naar de andere wijk trekken en moeilijke wijken verbeteren. Onder meer woningbouwcorporaties moeten ervoor zorgen dat lagere inkomensklassen een plek in de stad hebben en wij meer gemengde wijken krijgen.”

Afgedwongen door de gemeente?

„Niet dwangmatig opgelegd, maar een zekere sturing is nodig. Denk aan een gemeentebeleid waarin verschillende prijscategorieën worden gefinancierd. Ik woon zelf in een blok met aan de ene kant duurdere woningen en in zijstraten goedkopere. Deze toevallige inkomenscombinatie werkt goed.”

Op welk vlak is de stad gebaat bij buitenlandse investeerders?

„‘De stad als verdienmodel’ klinkt negatief maar kan, met goede begeleiding, positief uitpakken. Zo kunnen gebouwen sneller worden ontwikkeld.

Alleen moeten we ervoor waken dat het hier geen Wilde Westen wordt, waarin iedereen zijn gang kan gaan. Daarom zijn dit soort architectuurfestivals belangrijk waarin partijen, die de stad als werkveld hebben, samenkomen om het hierover te hebben.”

Ook het toerisme verdient aan de stad en gebruikt gebouwen, zoals de Markthal (MVRDV), voor stadsmarketing. In hoeverre heeft de Rotterdammer hier iets aan?

„Steden gebruiken vaak chique gebouwen zoals musea of een opera voor stadsmarketing. Bij ons is het een woongebouw met een markt. Daardoor heeft het iets volks. Het is een gebouw waar veel mensen wat mee hebben. Of zij er iets kopen, het aan bezoekende familie laten zien of alleen een kop koffie drinken. Allerlei Rotterdammers maken er gebruik van.”