Column

Hearts and minds: de echte strijd in Catalonië

De adembenemende gebeurtenissen in Catalonië kennen een moment pauze. De separatistische opstand per illegaal referendum, zondag aangejaagd door beelden van politiegeweld, dinsdag door de rechtlijnige toespraak van de Spaanse koning, houdt pas op de plaats. Eerst stemmen tellen en na het weekeinde de uitslag melden, redeneert de regering in Barcelona.

Zijn dit dagen van moed verzamelen alvorens een onafhankelijk Catalonië uit te roepen – een onomkeerbare stap, met een nieuwe keten van gebeurtenissen tot gevolg? Of is het een laatste moment van bezinning, opening van dialoog tussen ‘Barcelona’ en ‘Madrid’? Helaas lijkt het nu op het eerste. Dan zouden we binnen enkele dagen in Europa een nieuwe, niet-erkende ‘staat’ hebben en op Spaans grondgebied een diepe constitutionele impasse, of geweld en erger.

Wat kan en moet Europa doen? De formele handelingsruimte is beperkt. Uitgangspunt in Brussel is: wij bemoeien ons niet met binnenlandse constitutionele aangelegenheden; ons aanspreekpunt is Madrid. Vanaf welk moment verandert dat? Als lidstaten de waarden en grondrechten van hun burgers niet meer respecteren. In haar lange, orthodoxe verklaring op maandag – „illegale stemming”, „interne Spaanse zaak”, ook een legaal uitgetreden Catalonië staat „buiten de EU” – stopte de Commissie tot slot toch een cruciaal zinnetje: „Wij vertrouwen op het leiderschap van premier Mariano Rajoy om dit moeilijke proces in goede banen te geleiden in het volle respect van de grondwet en de daarin besloten grondrechten van burgers.”

Een bres. Die slotwoorden zijn het haakje om meer te doen. Alleen nu nog niet. In het Europees Parlement zei Frans Timmermans woensdag namens de Commissie: „Geweld kan nooit de oplossing zijn. Niemand wil geweld zien. Maar rechtshandhaving door een regering vergt soms het proportioneel gebruik van geweld.” Dus geen veroordeling van de Guardia Civil, wel woorden over vrijheid van meningsuiting en de noodzaak van dialoog.

De terughoudendheid van de rest van Europa heeft diepe politieke gronden. Merkel, Macron, May, Rutte: ze veroordeelden het zondagse geweld evenmin. Separatisme aanwakkeren is een recept voor geweld; zie Joegoslavië. De EU is een Unie van soevereine staten. Hoe zwakker de staten, hoe zwakker de Unie. Behalve onder Vlamingen en Schotten bestaat er in Europa niet gek veel sympathie voor de Catalanen. Ze hebben geen machtige beschermers. Ze zijn welvarend, niet onderdrukt, mogen hun taal gebruiken; hun financiële grieven klinken niet als reden voor opstand. Omgekeerd is de Catalaanse angst een eenzame, niet-erkende staat in de diplomatieke jungle te worden – buiten de EU, buiten de NAVO, buiten de euro – een van Madrids laatste politieke troeven.

Maar Madrid vergeet in deze crisis dat een staat niet op Grondwet en leger alleen rust. Tevens moet een grote meerderheid van de bevolking op een grondgebied het centraal gezag erkennen als ‘van ons’. Dat is geen juridische of militaire kwestie, maar een politieke. De Catalaanse referendumuitslag zal uitkomen op zo’n 90 procent voor afscheiding, bij een opkomst van 40 procent. Illegaal, maar een politiek feit van de eerste orde. In Catalonië woedt een slag om de hearts and minds, om Catalaans-zijn versus (ook) Spaans-zijn; tussen en binnen steden, dorpen, families, ja in het hoofd van elke bewoner van het gebied. Wil Madrid zonder geweld Spanje bijeenhouden, dan moet het dit identiteitspolitieke strijdveld erkennen en er pijlsnel een zet doen. Bijvoorbeeld een gesprek over grondwetshervorming openen. Meeveren om op te vangen. Bij botsing wint de splijting.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve). Vorige week verscheen zijn boek De nieuwe politiek van Europa.