De Noord-Koreaanse shorttrackers kijken vooral toe

Shorttrack

Twee Noord-Koreaanse shorttrackers vallen op in Dordrecht. Ze proberen zich te plaatsen voor de Spelen in het buurland.

Kim Un-hyok (links) en Choe Un-song (rechts) tijdens een training voorafgaand aan de wereldbekerwedstrijd shorttrack in Dordrecht. Foto Robin Utrecht

Het is buiten al even donker als in een bijna lege ijshal de vlag van Noord-Korea over de reling van de tweede ring wordt gehangen. Hij wordt naast de Amerikaanse vlag gewurmd. De meeste vlaggen van deelnemende landen hingen al in de rij, maar de Noord-Koreaanse moest apart besteld worden en kwam later. Op dat moment staan Kim Un-hyok en Choe Un-song al een halfuur in een pak met dezelfde kleuren op het ijs.

De twee jongens rijden woensdagavond hun rondjes in Dordrecht tussen een tiental shorttrackers uit andere kleine landen die de dag erna aan de tweede wereldbekerwedstrijd van het seizoen zullen meedoen. Met de Oostenrijkse en Bulgaarse mannen en de Kazachse vrouwen hebben Choe en Kim geen contact, op een duwtje na, alsof ze oefenen voor de aflossing. Ook met elkaar praten ze amper, zelfs als ze na een uur hun schoenen weer aantrekken op een stoeltje langs de baan. Ze vertrekken als allerlaatsten.

Politiek een gespreksonderwerp

Het is vier maanden voor de Winterspelen in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang en amper twee weken sinds de Amerikaanse president Donald Trump de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un „Little Rocket Man” noemde en die hem op zijn beurt vrij vertaald ‘gekke, seniele oude man’ – een woordenoorlog midden in de geëscaleerde dreiging van een kernoorlog. Zo is de veiligheid in het stadje dat de Spelen organiseert, zo’n tachtig kilometer van de Noord-Koreaanse grens, opeens een prominenter gespreksonderwerp.

De Noord-Koreaanse vlag wordt tussen die van Kroatië en de VS gehangen. De vlag moest nabesteld worden. Foto’s Robin Utrecht

De Franse minister van Sport zei eind september dat het land zou overwegen niet mee te doen aan de Spelen als de veiligheid van de sporters niet gegarandeerd kon worden. Het IOC probeert landen gerust te stellen: we houden de situatie nauwlettend in de gaten, er is nog geen veiligheidsrisico. Ze moeten het er ook mee doen, want volgens het comité is er geen alternatief.

De Nederlandse shorttrackploeg maakt zich er niet druk om. „Rond Sotsji, toen zaten we vlak bij Abchazië”, zei bondscoach Jeroen Otter twee weken geleden tijdens de kick-off van het nieuwe seizoen in Heerenveen. „Als het IOC zegt dat het veilig is, moeten we erheen. We zitten straks op het veiligste plekje op aarde. En als er dan zo’n raket wordt afgeschoten, is het klaar. Tja.” Nederlands kampioen Dylan Hoogerwerf zegt donderdag nadat hij zich heeft geplaatst voor de kwartfinale op de 500 meter hetzelfde: „Ik ben er helemaal niet mee bezig.”

In Zuid-Korea leeft de hoop dat de sport juist een oplossing kan bieden in de huidige politieke situatie. Daarin is een belangrijke rol weggelegd voor de Noord-Koreaanse sporters. Ze hebben vooralsnog toestemming de gedemilitariseerde zone tussen beide landen over te steken voor de Spelen en het Noord-Koreaanse IOClid Chang Un zei half september dat „politiek en de Spelen twee verschillende dingen” zijn. Noord-Korea boycotte echter de Zomerspelen van 1988 in Seoul.

Eerst moesten er eens Noord-Koreaanse wintersporters zijn die zich konden kwalificeren. Dat zijn er niet veel. Waar Noord-Korea op de Zomerspelen in Rio vorig jaar zeven medailles won (twee goud) is het op de Winterspelen zowel minder actief als succesvol. Twee medailles won het land ooit: schaatsster Han Pil-hwa in Innsbruck in 1964 (zilver op de 3.000 meter) en shorttrackster Hwang Ok-sil in Albertville in 1992 (brons op de 500 meter).

Vorige week plaatste het kunstrijdpaar Ryom Tae-ok and Kim Ju-sik zich in het Duitse Oberstdorf, tot opluchting van Zuid-Koreaanse sportfunctionarissen. Geen druk dus voor Choe en Kim in Dordrecht, die twee van de spaarzame andere mogelijkheden waren geweest.

Vooral toeschouwer

De coach van de twee shorttrackers kwam tegen het einde van de training even kijken naar zijn pupillen. Foto Robin Utrecht

Misschien maar goed ook, want plaatsing voor de twee lijkt onmogelijk. Donderdag sneuvelen de 24-jarige Choe en de 15-jarige Kim op de 500 en 1.500 meter in de voorrondes. Ze rijden zelden buiten Azië; de internationale (sub)top is te goed.

In de hal in Dordrecht zijn de twee vooral toeschouwer. Dan weer op de tribune, even later rusten ze uit op een picknickbank uit het zicht van de meeste mensen. Je komt ook niet meer over ze te weten. Hun Noord-Koreaanse coach is meer dan vriendelijk, maar zijn Engels was maar net goed genoeg om te zeggen dat hij pas na alle races die zijn twee pupillen rijden eventueel zou praten, en er volgen er na donderdag nog twee. Als Choe en Kim wordt gevraagd of ze Engels spreken, schudden ze hun hoofd, staan op van hun zitplek en lopen weg.

De Nederlandse ploeg weet ook weinig van ze. Otter weet nog net dat ze de Spelen „waarschijnlijk niet gaan halen”. Hoogerwerf vond Choe toen hij hem zag nog wel „mooi schaatsen”. Maar het is niet alsof het land niets met shorttrack heeft. Otter vertelt over het begin van de jaren negentig, toen hij vanuit het olympisch solidariteitsfonds in Pyongyang was om zijn ervaring te delen. „Ik gaf toen veertig, vijftig coaches les. Best een mooie ijsbaan ook. Ze hebben er daar ook de bouw voor, fysiek lichte jongens. Maar ze verliezen het op tactisch gebied. Je hebt wel sparringpartners nodig. En dat lijkt me in Noord-Korea vrij lastig.”