Commentaar

Cultiveer de bronnen van onze kennis van de Middeleeuwen

Het klinkt als weer een nieuwe thriller van Dan Brown: mediëvist stuit in archief op het bewijs voor de herkomst van Hulthemse handschrift. Dat is het meest spectaculaire Middelnederlandse verzamelhandschrift van de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Om het belang van het werk een beetje te duiden: in Nederland wordt wel gesproken van de „Nachtwacht van de Middelnederlandse letterkunde”. In Vlaanderen – het handschrift bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel – spreekt men ook weleens liefkozend van „het wonder van Molenbeek”.

Hoe het ook zij: het handschrift is een schatkamer van middeleeuwse teksten, variërend van gebeden tot blijspelen. Van spotdichten en hoofse verzen tot liefdesbrieven en zelfs een routeplanner. Het gaat om nog steeds bekende abele spelen als Esmoreit en Gloriant, maar ook het kluchtige De Buskenblaser.

Het geheel werd in 1811 aangeschaft door de Gentse verzamelaar Karel van Hulthem, die het later doorverkocht aan de Belgische staat. Het verzamelhandschrift is een van de drie grote bekende soortgelijke verzamelingen: het Comburgse handschrift en het Gruuthuse-handschrift. Over de herkomst van het Van Hulthem-handschrift wordt al heel lang gespeculeerd. Op basis van de inhoud van de bundel, maar ook kenmerken als de watermerken in het papier, doen onder mediëvisten verschillende theorieën de ronde.

Neerlandicus Frits van Oostrom stelt nu dat hij het handschrift van de klerk die de teksten ooit kopieerde, kan koppelen aan iemand uit de omgeving van baron Jacob van Gaasbeek, een van de meest welgestelde edelen in de vroege vijftiende eeuw in Holland. Het atelier stond volgens van Oostrom dus in Holland en niet in de omgeving van Brussel, zoals tot nu toe werd aangenomen. In wetenschappelijke kring zal dat ongetwijfeld tot opschudding leiden.

Maar ook voor de buitenwereld is dit alles van meer dan anekdotisch belang. Het wijst ons weer eens op de bronnen van onze kennis omtrent de leef- en denkwereld van, populair gezegd, onze middeleeuwse landgenoten. En vooral op de schaarsheid van die bronnen. Én op de noodzaak om die goed te bewaren en te onderzoeken. Bovendien: mogelijk bevinden zich in boekverzamelingen nog veel meer tot nu toe onbekende teksten, met nieuwe historische vergezichten.

Om die te ontdekken en de relevantie van die teksten en de al bekende teksten opnieuw te kunnen verklaren voor komende generaties is het nodig dat er volgende generaties mediëvisten, neerlandici of literatuuronderzoekers in zijn algemeenheid worden opgeleid aan de universiteiten. En, zoals Van Oostrom zelf aangaf in NRC: het kan in de geesteswetenschappen geen kwaad als men over de schuttingen van de verschillende disciplines heen kijkt. Zodat, zoals het Hulthemse speurwerk toont, het werk van historici en letterkundigen ineens een meerwaarde krijgt.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.