Collegegeld omlaag, maar leenstelsel blijft in stand

Nieuwe coalitie

Anders dan CDA en CU wilden, komt de basisbeurs niet terug. Wel wordt het collegegeld in het eerste studiejaar gehalveerd.

Foto iStock

De basisbeurs voor studenten keert niet terug onder het aanstaande kabinet. CDA en ChristenUnie wilden het door Rutte II ingevoerde leenstelsel voor studenten weer afschaffen, maar de formerende partijen hebben besloten dat niet te doen.

In plaats daarvan wordt het collegegeld voor eerstejaarsstudenten in het hoger beroepsonderwijs en aan de universiteit gehalveerd. Vanaf het collegejaar 2018-2019 betalen zij de helft van wat zij nu betalen: 2.006 euro. Dat zeggen bronnen rond de formatie. Voor studiejaren na het eerste jaar blijft het collegegeld op het huidige niveau.

Studenten aan de lerarenopleiding Pabo en de universitaire lerarenopleiding krijgen een extra voordeeltje: voor hen wordt het collegegeld gedurende de eerste twee jaar gehalveerd. Dit om het lager onderwijs dat kampt met lerarentekorten aantrekkelijker te maken.

CDA en ChristenUnie wilden het leenstelsel terugdraaien omdat studenten al jong veel schulden moeten maken. Dit zou vooral jonge mensen met laagopgeleide ouders ontmoedigen om te gaan studeren. Herinvoering zou de overheid echter 800 tot 900 miljoen euro per jaar kosten. Met de halvering van het collegegeld hopen VVD, CDA, D66 en CU toch de drempel om te gaan studeren te verlagen.

De formerende partijen voeren ook een lichte verhoging door van de rente op de studieschuld. Deze wordt voortaan gekoppeld aan de tienjaars- in plaats van de zevenjaarsrente. Hiermee willen ze voorkomen dat studenten zichzelf maximaal in de schulden steken omdat de rente op dit moment zo laag is.

Arbeidsmarkt

De vier partijen hebben ook afspraken gemaakt over de arbeidsmarkt. Zo hoeven kleine en middelgrote bedrijven straks niet twee maar slechts één jaar het salaris van zieke werknemers door te betalen. De kosten daarvoor betalen die bedrijven zelf, aldus betrokkenen: ze gaan een ziektepremie afdragen per werknemer.

De regeling geldt voor bedrijven met maximaal vijfentwintig werknemers. VVD, CDA, D66 en CU hopen dat deze bedrijven hun werknemers hierdoor sneller een vast contract zullen aanbieden. Nu zeggen veel kleine bedrijven dat te riskant te vinden omdat de kosten van een zieke werknemer te hoog zijn.

Met hetzelfde doel gaat de nieuwe coalitie de Wet Werk en Zekerheid (de ‘flexwet’) van demissionair minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) op de schop. Eén van de veranderingen betreft de regels rond flexcontracten. Die worden minder streng, zeggen betrokkenen. Op dit moment moet een werkgever na twee jaarcontracten zijn werknemer verplicht een vaste aanstelling aanbieden. De coalitiepartijen willen deze regel versoepelen.