Column

Bewoners

Sinds een paar weken huur ik een werkruimte, antikraak in wat nog niet zo lang geleden een verzorgingstehuis was. Het is dat er een opzegtermijn aan vast zit, anders was ik er al weggeweest. Daar zat ik dan in een hok met vergeelde gordijnen. In de andere hokken met vergeelde gordijnen zaten bedrijfjes.

– Een fietsenmaker met een enorme neusbel, als hij je aankeek leek hij een beetje op een koe.

– Een loensende yogalerares.

– Een ontwerpster van bijzondere schoenen.

– Een hypotheekadviseur (hahaha).

De vroegere personeelskamer was een ontmoetingscentrum voor mensen met kanker.

Mijn directe buurman gaf cursussen mindfulness. Hij noemde zich specialist in het ‘hier en nu aanwezig zijn’, iets wat hem goed afging want hij was altijd zeer aanwezig. Hij had op de glazen toegangsdeur briefjes gehangen met de mededeling dat deelnemers aan het gratis spreekuur ‘ruimte en rust scheppen voor jezelf’ maar op ramen en deuren moesten kloppen want de deurbellen deden het niet. Ik moest het maar zeggen als ik daar last van had, maar dat had ik niet: ik hoorde ze nooit kloppen op zijn raam of deur.

Bij mij gebeurde dat wel.

Dan stond hij voor de deur om te vragen of er nog cursisten per ongeluk op mijn raam of deur hadden geklopt want het liep niet storm in zijn praktijk.

„Nee”, zei ik dan.

Klopte hij even later weer.

„Echt niet?”

En dan waren er ook nog tijdelijke bewoners, die zich ergerden aan al die bedrijfjes. Ze hadden zich de schoonste wc van het toiletblok toegeëigend middels een briefje op de deur.

‘Deze toilet is van ons!? De bewoners!’

Ik sprak een bewoonster, die al jaren van antikraak naar antikraak verhuisde. Ze was veel gewend, maar zulke vieze toiletten had ze nog nooit gezien. Ze verdacht me nergens van, maar ging gewoon van kamer naar kamer om te vragen of het bedrijfsleven niet naar de wc wilde gaan.

Toen ik gisteren voor het eerst sinds lange tijd weer even in dat sombere kantoorhol was, werd er weer geklopt. Daar stond de man van de mindfulness. Hij kwam niet om te vragen of er op mijn raam geklopt was. Nee, hij had een mededeling: hij had sinds kort een relatie met de bewoonster die zich zo druk had gemaakt over de toiletten.

Het was liefde op het eerste gezicht geweest.

„Er wordt nu de hele dag op mijn deurtje geklopt.”

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.