Opinie

Vertrouw niet blind op China om Kim te temmen

Het is ‘wishful thinking’ dat China de sleutel bezit tot de Noord-Koreaanse crisis, schrijft . Nuchterheid over China’s ‘almacht’ brengt ons verder.

De Brug der Vriendschap (links) over de Yalong, die China en Noord-Korea verbindt, gezien vanuit de Chinese stad Dandong met aan de overkant Sinuiju. Foto Greg Baker/AFP

Om een oplossing van de Noord-Korea-crisis dichterbij te brengen, moeten we ook bij onszelf te rade gaan. Hoe komt het dat we er maar niet in slagen om een werkbaar beleid uit te denken?

Het antwoord is simpel: China. Onze obsessie met China verhindert ons om rationeel om te gaan met Noord-Korea.

Vraag een willekeurige diplomaat of politicus iets over Noord-Korea, en negen van de tien keer krijg je te horen „ja, maar China”, of „nee, want China”. Al twintig jaar wijzen we gemakzuchtig naar China als oplossing én oplosser van het probleem. Donald Trump is geen uitzondering. Het eerste half jaar van zijn presidentschap heeft hij zijn Noord-Korea-beleid feitelijk aan China proberen over te laten. Het gevolg is duidelijk.

Onvermoeibaar reciteren Washington, Brussel en Den Haag de China-mantra, maar de harde werkelijkheid is dat Noord-Korea China gewoon negeert en binnenlands Xi Jinping bekritiseert en ridiculiseert. De Chinese zaakgelastigde voor Noord-Korea krijgt de machthebbers in Pyongyang niet eens te spreken. Niets nieuws onder de zon, trouwens; ook Kim Jong-il, tot 2011 de hoogste leider, had al een broertje dood aan Beijing. De vermeend cruciale Chinese economische steun aan Pyongyang – die overigens geen tachtig maar eerder veertig à vijftig procent van de Noord-Koreaanse handelsbalans uitmaakt – vertaalt zich klaarblijkelijk maar moeizaam in politieke invloed. Ook de Chinese sancties zijn tot nu toe vooral symbolisch gebleken.

Lacherigheid

Het diepere probleem, aan twee kanten van de Atlantische Oceaan, is dat we Noord-Korea onderschatten. Dat openbaart zich vaak als lacherigheid. Het spiegelbeeld daarvan is een even consistente overschatting van China, die zich openbaart als goedgelovigheid: het idee dat in Azië alles om China draait en dat China de nieuwe supermacht is. China als een soort natuurkracht, onstuitbaar, ongrijpbaar en anders. Alomtegenwoordig en almachtig, zonder werkelijke concurrenten. En dus in staat om een oplossing in de crisis rond Noord-Korea te forceren, áls het maar wil.

Er valt wat dit betreft nog wel wat leren van Vietnam en het Korea van vroeger, twee landen die al eeuwen met de – inderdaad enorme – Chinese invloed naast de deur hebben moeten leven. Ze hebben daardoor niet alleen een sterke drang naar onafhankelijkheid ontwikkeld, maar ook een nuchtere blik op China. Ze beseffen wat China wel en niet kan. In tegenstelling tot Europa en de VS is daar wel de les geleerd dat China niet oppermachtig is maar zijn zwakke plekken heeft.

Verstikkende monotonie

Onze Chinese ‘blikvernauwing’ leidt – ook buiten de crisis met Pyongyang – tot een verstikkende monotonie in beleid, politiek en zelfs wetenschap, waar Azië nu bijna een synoniem is geworden voor China. Als grootste Aziatische staat bepaalt China bepaalt ons buitenlands beleid in Azië. Samenwerking met Azië is codetaal voor samenwerking met China. Investeringen in ‘Azië-gerelateerde kennis’ blijken investering in China-gerelateerde kennis te zijn.

Dat lijkt logisch als je Amerika, Duitsland of Japan bent. Maar als je Nederland bent is het verstandiger om lering te trekken uit de ervaringen van Korea en Vietnam. Een alternatief internationaal samenwerkingsverband met zulke Aziatische partners ligt dan meer voor de hand dan een grote borst opzetten en doen alsof we echt mee kunnen praten met China. Temidden van partners van vergelijkbare kracht heb je meer zeggenschap en meer betrokkenheid in plaats van als Realpolitik vermomde volgzaamheid. Er zijn door de eeuwen heen in oost en west al genoeg slippendragers van China geweest.

Luie diplomatie

Een realistische relativering van China helpt ons ook om de crisis met Noord-Korea in het goede perspectief te zien: namelijk dat ook China met de handen in het haar zit. We zullen daarom zelf moeten handelen en op eigen kracht, hoe bescheiden ook, moeten vertrouwen in plaats van ons te verlaten op luie diplomatie. Het debacle van het huidige Noord-Korea-beleid maakt het risico op conflict, zelfs nucleair, reëel. Blijven kowtow’en – een voetval maken voor China maakt een toch al beroerde situatie alleen maar erger.