Rapport: zorg verwarde personen deugt niet

Mensen die de grip op hun leven kwijt zijn en een gevaar voor zichzelf of hun omgeving vormen, zijn lastig te helpen. De aanpak bij gemeenten is niet op orde, stelt Onno Hoes van het landelijke schakelteam.

Verwarde personen zijn bijvoorbeeld dwalende, dementerende ouderen. Foto iStock

Een psychiatrisch patiënt van vijftig komt zijn woning nauwelijks nog uit. Zijn post maakt hij niet open. Alleen ’s nachts lijkt de man actief. Dan rent hij de trappen op en af, waardoor zijn buren wakker schrikken. Bezoek krijgt hij nooit. Hulpverleners proberen met hem te praten via zijn brievenbus. Om bij hem binnen te komen, bieden ze hem soep aan.

Dit praktijkvoorbeeld laat zien hoe hulpverleners worstelen bij verwarde mensen binnen te komen. Het is één van de conclusies uit een rapport dat deze donderdag is verschenen. De studie is van het landelijke Schakelteam dat de zorg voor verwarde mensen op orde moet krijgen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de ministeries van Veiligheid en Justitie, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Het schakelteam, voorgezeten door oud-burgemeester Onno Hoes van Maastricht, schetst in het rapport dat lang niet alle gemeenten hun aanpak op orde hebben. De politie krijgt regelmatig meldingen van verwarde personen en kan zelf moeilijk een inschatting maken. Hoewel de verwarde personen niets strafbaars hebben gedaan, belanden ze zo toch regelmatig in een politiecel.

De politie krijgt regelmatig meldingen van verwarde personen en kan zelf moeilijk een inschatting maken

Verwarde personen zijn mensen die de grip op hun leven kwijt zijn en vaak worstelen met meerdere problemen tegelijk. Bijvoorbeeld: dementerende ouderen die eenzaam zijn en op straat dwalen, verslaafden die zich in hun woonomgeving misdragen, psychiatrische patiënten die voor overlast zorgen. Een ander belangrijk criterium, zegt Hoes, is dat zij „een gevaar vormen voor zichzelf of voor anderen”.

Intoleranter

Hoeveel verwarde personen er in Nederland zijn, weet Hoes niet. Maar het lijken er steeds meer te worden, zegt hij. Mogelijk ligt dit aan overheidsbezuinigingen in de zorg, of zijn Nederlanders intoleranter tegenover afwijkend gedrag geworden; één duidelijke oorzaak is er niet voor de schijnbare toename. Maar: „De urgentie is nog nooit zo hoog geweest” zegt Hoes. „Iedereen kent waarschijnlijk wel iemand die tekenen heeft van verward gedrag.”

Enig houvast over de omvang van de groep verwarde personen bieden cijfers van de politie. Onder de codenaam E33 registreert de politie mensen met ‘verward gedrag’ in haar systeem. In de eerste helft van 2017 kreeg de politie ruim 41.000 meldingen over personen met verward gedrag binnen, ongeveer evenveel als in heel 2011. En vorig jaar kwamen er meer dan 75.000 van dit soort meldingen binnen. Eén persoon kan wel verantwoordelijk zijn voor verschillende meldingen, zegt Hoes.

Landelijk meldpunt

Het is niet bekend bij welk aandeel van de meldingen het daadwerkelijk om mensen met een psychiatrische stoornis gaat. Het team van Hoes werkt aan een analyse van de politieregistraties om daar beter zicht op te krijgen. Die analyse verschijnt begin volgend jaar. Uit de tussenrapportage die deze donderdag is gepubliceerd, blijkt dat er nog veel verbeterd kan worden aan de opvang en zorg voor verwarde personen.

Zo ontbreekt een landelijk meldpunt waartoe burgers zich kunnen wenden als zij een verward persoon denken te zien, zegt Hoes: „Op basis van het type melding zou de telefonist kunnen bepalen wie er op de melding wordt afgestuurd: politie, psychiatrisch medewerker, ambulance, of iemand van het wijkteam.”

Zo’n meldpunt werkt preventief en juist dat is hard nodig, denkt Hoes. ,,Als een melding binnenkomt van iemand die in een psychose zit, kun je er een psychiatrisch medewerker op afsturen in plaats van de politie, want zo iemand kan agressief worden van een uniform wat alleen maar averechts werkt.”

Psycholance

Een ander knelpunt volgens het rapport is vervoer. In het merendeel van de 23 regio’s in Nederland uit het rapport is nog geen geschikt vervoer voor verwarde personen, zegt Hoes. Amsterdam en de regio Utrecht hebben een ‘psycholance’, waardoor psychiatrisch patiënten die op straat voor overlast zorgen, minder vaak in een politiecel terechtkomen.

Verder werken wijkagenten, psychiaters, huisartsen en wijkteammedewerkers nog te veel langs elkaar heen, volgens Hoes. Ze werken op eilandjes en delen hun informatie over cliënten maar mondjesmaat, daardoor ontglippen mogelijke verwarde personen aan hun aandacht. En buren en familie van verwarde personen weten nog steeds niet goed, waar ze zich moeten melden als ze zich zorgen maken, zegt Hoes.

Maar bovenal is er volgens Hoes een „mentaliteitsverandering” nodig. Nog te veel wordt naar de overheid gekeken. „Maar het zijn juist ook de burgers die deze mensen met problemen bij de hand moeten pakken.” Ja, het is een beetje in de gedachte van de jaren zeventig, zegt Hoes. „Ik wil niet zweverig klinken, maar we zijn de afgelopen decennia onverschillig geworden.”