Over die 20 seconden bij De Punt heeft iedere marinier z’n eigen verhaal

Reconstructie

Daarover zijn de oud-mariniers het eens: níémand gaf hun opdracht alle treinkapers te doden toen zij de gijzelaars bij De Punt bevrijdden. Maar hoe luidde de geweldsinstructie dan wel?

ANP

George Flapper (69) vindt dat er meer met een rechtstatelijke blik zou moeten worden gekeken naar die bevrijdingsactie, veertig jaar geleden bij de De Punt in Drenthe. „Is het grondwettelijk wel toegestaan om mariniers in te zetten tegen je eigen burgers?”, vraagt hij retorisch, met licht hese stem.

Flapper was destijds als Groningse student sociale psychologie een van de 54 gegijzelden in intercity 747. Hij hoorde de afgelopen twee weken bij de stamgasten achterin de videozaal van het Haagse Paleis van Justitie.

Daar kon worden meegekeken naar de getuigenverhoren van elf mariniers aan de andere kant van het complex. Zij waren gedaagd in een proces dat was aangespannen door nabestaanden van twee van de zes treinkapers die werden gedood bij de actie in de vroege ochtend van de 11de juni 1977. Vanwege de gevoeligheid die nog altijd rond de operatie hangt, moest volgens de staat de identiteit van de oud-mariniers geheim blijven. Ze kregen codenamen, werden afgeschermd in een cabine en hun stemmen werden verdraaid.

Nabestaanden en familieleden, die ook in de videozaal zaten, claimen dat mariniers Max Papilaja, de aanvoerder van een groep van negen zogeheten ‘Zuid-Molukse jongeren’, en Hansina Uktolseja, de enige vrouwelijke treinkaper, hebben gedood terwijl zij al zwaargewond waren en geen bedreiging meer vormden.

Ook aanwezig was, af en toe, Junus Ririmasse, één van de drie treinkapers die de bevrijdingsactie wel overleefden. Flapper koestert geen wrok tegen Ririmasse. „Hij maakte tekeningen op de kleren van de vrouwen.”

Bij de vaste entourage hoorden in hetzelfde zaaltje ook een wisselend aantal oud-mariniers die met nauwelijks ingehouden verontwaardiging keken naar de „schijnvertoning”, zoals verschillende getuigen het noemden, waaraan hun maten hier werden onderworpen.

Mythes

Veel van de feiten over de bevrijdingsactie zijn bij de kleine gemeente in de videozaal door en door bekend. Maar naast de feiten is er in veertig jaar tijd ruimte geweest voor het ontstaan en doorwoekeren van mythes. De belangrijkste: aan de vooravond van de actie, op vrijdag 10 ju ni, zou een niet nader genoemde Haagse functionaris op een briefing tegen de mariniers hebben gezegd dat „geen van de kapers de actie mocht overleven”.

De bewering is overgenomen door de eisers. Daarnaar gevraagd, de afgelopen week door de rechtbank, was het antwoord van alle mariniers eensluidend: absolute onzin. Tegelijkertijd was dit een van de weinige feiten waarover de mariniers gelijkluidende uitspraken deden.

In januari dit jaar wees een oud-marinier er in het dagblad De Telegraaf op dat drie kapers de operatie hebben overleefd. Dat zou bewijzen dat er geen geheime opdracht was dat „geen kaper de trein levend mocht verlaten”.

Negen jonge Molukkers kapen een trein bij het Drentse dorp De Punt. Ze gijzelen 54 reizigers.

Negen jonge Molukkers kapen een trein bij het Drentse dorp De Punt. Ze gijzelen 54 reizigers.

Tegelijkertijd gijzelen vier Molukkers 105 kinderen en vijf leerkrachten op een basisschool in Bovensmilde.

23 mei 1977, 9:00 Tegelijkertijd gijzelen vier Molukkers 105 kinderen en vijf leerkrachten op een basisschool in Bovensmilde. Het is twee jaar na een kaping van een trein bij het Drentse Wijster, ook door Molukse jongeren.

De kapers eisen „een vrije aftocht per vliegtuig” voor 21 Molukse gevangenen en henzelf

24 mei 1977: De kapers eisen „een vrije aftocht per vliegtuig” voor 21 Molukse gevangenen en henzelf.

Alle kinderen die nog gegijzeld werden in de school, worden vrijgelaten

Alle kinderen die nog gegijzeld werden in de school, worden vrijgelaten.

Twee gegijzelde vrouwen worden uit de trein vrijgelaten

Twee gegijzelde vrouwen worden uit de trein vrijgelaten.

Het kabinet is niet bereid de „vrije aftocht” van gevangenen te bewerkstelligen

Het kabinet is niet bereid de „vrije aftocht” van gevangenen te bewerkstelligen.

Toenmalig minister van justitie Dries van Agt zegt: „Na een gijzeling van zoveel mensen gedurende zo lange tijd het recht zijn loop behoorde te hebben.”

Toenmalig minister van justitie Dries van Agt zegt: „Na een gijzeling van zoveel mensen gedurende zo lange tijd het recht zijn loop behoorde te hebben.”

Een gegijzelde treinreiziger wordt vrijgelaten om gezondheidsredenen.

Een gegijzelde treinreiziger wordt vrijgelaten om gezondheidsredenen.

Een gegijzelde treinreiziger wordt vrijgelaten om gezondheidsredenen.

Twee onderhandelaars praten namens het kabinet vier uur met de gijzelnemers. Het levert niets op: „Ons standpunt is nog steeds hetzelfde. Wij wijken daar niet van af: een vliegtuig of de dood.”

National Gallery, Singapore

Mariniers beëindigen de gijzelingen. In de school vallen geen slachtoffers, bij de trein worden zes gijzelnemers en twee passagiers gedood. Drie gijzelnemers worden aangehouden.

National Gallery, Singapore

Joop den Uyl, premier ten tijde van de kaping, zegt vlak voor zijn overlijden over de beëindiging ervan: „Het was een executie, van mensen in overtreding, maar het blijft een executie.”

National Gallery, Singapore

Onderzoeksjournalist Jan Beckers en kaper Junus Ririmasse publiceren nog nooit openbaar gemaakte autopsierapporten. De kogels zijn door mariniers vanaf dichtbij afgevuurd, zeggen ze, met als doel de kapers te doden.

National Gallery, Singapore

De ministeries van Justitie en Defensie publiceren een archiefonderzoek naar de beëindiging van de kaping. Door de staat was het risico aanvaard dat „waarschijnlijk alle gijzelnemers zouden overlijden”, maar van executies was geen sprake, aldus het rapport.

National Gallery, Singapore

Nabestaanden van de kapers Max Papilaja en Hansina Uktolseja dagen de staat voor de rechter. Volgens hun advocaat Liesbeth Zegveld is er voldoende bewijs dat ze zijn geëxecuteerd.

National Gallery, Singapore

Voor het eerst meldt een betrokken marinier (anoniem via zijn advocaat) dat de kapers bij het ontzetten van de gekaapte trein in 1977 het niet mochten overleven.

Onderzoeksjournalist Jan Beckers, die in de videozaal te vinden was aan de zijde van Ririmasse, bracht de hele kwestie in 2013 opnieuw aan het rollen. Hij publiceerde samen met Ririmasse een gedetailleerd onderzoek naar de toedracht van de bevrijdingsoperatie, getiteld Air mata kebenaran (Een traan van waarheid). Hoofdstrekking: vijf van de zes gedode kapers leefden nog toen de mariniers de trein binnenkwamen.

Dat was aanleiding voor de Tweede Kamer om toenmalig minister van Justitie Ivo Opstelten (VVD) opheldering te vragen. Uit het archiefonderzoek dat eind 2014 verscheen, bleek dat de betrokken bewindspersonen in 1977, minister Dries van Agt (Justitie, CDA) en minister-president Joop den Uyl (PvdA), op 9 juni het aanvalsplan goedkeurden. „De consequentie dat waarschijnlijk alle gijzelnemers zouden worden gedood, werd geaccepteerd,” volgens het onderzoek.

Geen politieactie

De opvatting van de advocaat die het minister van Defensie heeft ingehuurd om de oud-mariniers te coachen bij het proces, Geert-Jan Knoops, sluit hierbij aan. Hij wijst de eisers erop dat het niet ging om een politieactie met als doel het aanhouden van verdachten. Knoops – die weigerde te reageren tegenover NRC – zei woensdag tegen het NOS Journaal: „Het was een antiterreuroperatie, waarbij de mariniers zeer goed wisten waartoe deze mensen [de treinkapers] in staat waren.”

Het is de vraag hoe de rechters oordelen over dit standpunt. Het archiefonderzoek van Justitie vermeldt „instructies aan de mariniers dat niet op gijzelnemers mocht worden gevuurd indien deze zich duidelijk waarneembaar zouden overgeven”.

Naar die geweldsinstructie werd alle getuigen de afgelopen weken indringend gevraagd. De meesten zeiden dat die instructie onderdeel was van hun professionaliteit en gold als vanzelfsprekend onderdeel van hun wekelijkse oefeningen.

Korporaal C2, die leiding gaf aan aanvalsgroep 2, week hiervan af. Hij vertelde dat de leden van de Bijzondere Bijstands Eenheid (BBE) een blauw boekje kregen met daarin de geweldsinstructie van de toenmalige Rijkspolitie. „Maar met dat blauwe boekje kun je geen terreurinterventie doen. De geweldsinstructie bij De Punt is ter plekke voor die situatie door de commandant gemaakt.”

De omvang van de militaire operatie die op 11 juni 1977 losbarstte in de weilanden bij De Punt was in Nederland niet eerder vertoond in vredestijd. Zes Starfighters voerden schijnaanvallen uit vlak boven de trein. Kikvorsmannen veroorzaakten explosies die de indruk wekten dat de straaljagers bommen afwierpen. 21 scherpschutters en vier mitrailleurschutters hadden in de acht minuten tussen 4.54 uur en 5.02 uur bijna tienduizend patronen ter beschikking, volgens het boek De Molukse acties van Peter Bootsma, waarvan delen zijn opgenomen in het procesdossier. Meer dan dertig mariniers, verdeeld over vijf aanvalsgroepen, bestormden vanaf 5.05 uur de trein en schakelden de Molukkers uit. Volgens één van de oud-mariniers duurde dat „twintig seconden”.

Twee plekken

Tijdens het getuigenverhoor de afgelopen twee weken werd echter ingezoomd op twee specifieke plekken te midden van het grootse spektakel dat Defensie hier georkestreerd had: wat gebeurde er precies in de kop van de trein? En wat in het achterste hoekje van de restauratiewagon in het gangetje bij de keuken? Dat zijn de plaatsen waar Papilaja en Uktolseja het leven lieten. Het archiefonderzoek dat Van der Steur liet doen, biedt juist op het punt van het optreden van individuele mariniers geen uitsluitsel.

Bij de verhoren de afgelopen twee weken probeerde de rechtbank, en de advocaat van de eisers, Liesbeth Zegveld, een beeld te krijgen van dat individuele optreden. Dat is nodig, want uit forensisch bewijs blijkt dat de twee kapers van dichtbij zijn gedood, door mariniers dus.

Wat gebeurde er in het achterste hoekje van de restauratiewagon in het gangetje bij de keuken?

In de kop van de trein, in de allereerste coupé, werd het lichaam van Max Papilaja aangetroffen, liggend op zijn rug onder een deken met de benen op de zitting van de bank. Drie mariniers van groep vijf, die linksaf moesten in de richting van de bestuurderscabine, vertelden alledrie een ander verhaal. En bovendien wist geen van hen wat de anderen op dat moment deden. Dat patroon keert bij alle getuigen terug. Ofschoon allen positief antwoordden op de vraag van de rechters of zij zich vrij voelden te verklaren over andere leden van hun team, verklaarden alle getuigen niets gezien te hebben van wat hun buddy’s deden tijdens de actie.

Zo ook dus bij aanvalsgroep 2, die de restauratiewagon moest „zuiveren”. Over het schieten op Oktulseja verklaart zowel C2 als 2D dat zij dat hebben gedaan. Maar ook dat zij dit van elkaar niet gezien hebben.

Meineed

Advocaat Zegveld verklaarde woensdag na afloop van het getuigenverhoor dat zij onderzoekt of zij getuigen eventueel nog wegens meineed wil laten vervolgen.

Een andere klacht van Zegveld, die zij ook tijdens het proces heeft gedaan, is dat Defensie via advocaat Knoops de getuigen heeft proberen te beïnvloeden. Dat is strafbaar in Nederland. Voor een ministerie zou dat een onrechtmatige daad zijn.

Al bij de regiezitting begin september sprak Zegveld zich ertegen uit dat de oud-mariniers, die zij als getuigen had opgeroepen, allemaal op kosten van Defensie werden bijgestaan door één advocaat: Knoops. Dat de mariniers verschillende malen bijeen zijn geroepen door het ministerie en ook allen individuele ontmoetingen hebben gehad met Knoops waarbij zij rollenspelen hebben gedaan, wijst volgens Zegveld in die richting. Knoops heeft die aantijging van de hand gewezen. De rechtbank zal hierover later deze maand bij tussenvonnis een oordeel over uitspreken.

Zegveld en landsadvocaat Bert-Jan Houtzagers gaan de getuigenverhoren nu evalueren.

Bij de videozaal in het Haagse Paleis van Justitie kijkt oud-gijzelaar George Flapper woensdag naar een groep stevige mannen in leren jacks die elkaar begroeten met knallende bodychecks – oud-mariniers die hun buddy korporaal C2 komen ondersteunen. Flapper was niet blij na de bevrijdingsactie, zegt hij. „Ik was weer vrij, maar daarvoor moesten acht mensen om het leven komen.”

Correctie (9 oktober 2017): De Kamer vroeg niet aan Ard van der Steur, maar aan toenmalig minister van Justitie Ivo Opstelten om opheldering. Van der Steur gaf later antwoord aan de Kamer.