Recht & Onrecht

Ongenoegen over politie is niet representatief, maar wel reëel

De politie kent drie problemen die nodig moeten worden aangepakt. Aangiften serieuzer nemen, waken tegen etnisch profileren en beter bereikbaar worden. Kees van der Vijver, in de Politiecolumn.

foto auteur

Wie een kritische column over de politie wil schrijven heeft het maar voor het uitkiezen. Voortdurend verschijnen de meest uiteenlopende berichten over wat er allemaal mis gaat. Ontevreden politiemensen (er wordt gesproken van een explosieve sfeer), personeelsgebrek, ziekteverzuim, automatisering, platte dienders, exorbitante uitgaven, teveel om op te noemen.

De reorganisatie, gekoppeld aan bezuinigingen, in een werkveld dat sterk verandert, blijkt nauwelijks te hanteren. Allerlei taken die de politie in de ogen van de burgers onvoldoende of onjuist uitvoert worden van kritiek voorzien. Daarnaast ziet men dat de rol van burgers verandert. Een positief voorbeeld daarvan vormen gezamenlijke zoekacties bij vermissingen - een soort uitbreiding van Burgernet.

Malaise

Maar private speurders inhuren omdat men de uitkomsten van het politiewerk niet vertrouwt of zelf aan de slag gaat omdat men vindt dat de politie onvoldoende doet, geven duidelijk blijk van maatschappelijk ongenoegen. De malaise lijkt alom. Maar is het beeld dat daardoor ontstaat wel volledig? Wie de uitkomsten leest van de Veiligheidsmonitor (het jaarlijkse bevolkingsonderzoek rond onveiligheid, waarin veel aandacht aan de politie wordt besteed) moet tot andere conclusies komen.

De monitor van 2016 laat zien dat de tevredenheid van burgers over hun contacten met de politie sinds 2005 een stijgende lijn laat zien, net als de tevredenheid over het functioneren in de buurt. Ook de tevredenheid over de beschikbaarheid van de politie (zichtbaarheid, actiegerichtheid) neemt toe. De politie aan de basis doet dus veel goed, ondanks het sluiten van bureaus, de centralisering van de alarmcentrales en alle andere knelpunten. Spannend wat de evaluatierapportage inzake de reorganisatie, die binnenkort zal worden aangeboden aan de minister van Veiligheid en Justitie, aan nieuwe inzichten naar voren zal brengen.

Problemen

De positieve uitkomsten van de Veiligheidsmonitor mogen niet leiden tot een gevoel dat het allemaal wel meevalt waar het om de taakuitvoering gaat. Er zijn problemen die moeten worden aangepakt. Drie voorbeelden.

Allereerst aangiften. Burgers horen niet zelf de opsporing ter hand te hoeven nemen, zeker niet in ernstige zaken. De mevrouw in Hoorn die via haar mobieltje, gestolen door degene die haar had aangerand, zelf de verdachte vond is een treffend voorbeeld. Het was een ernstig delict en er waren mogelijkheden te dader te vinden. Dan moet de politie in actie komen.

Etnisch profileren als tweede. Lastig, omdat het moeilijk oplosbaar is. Politiemensen en degenen die zich onheus bejegend voelen kijken er nu eenmaal verschillend naar. Maar het is zeker mogelijk om het optreden op dit punt te verbeteren. De verhouding tot minderheidsgroepen is overigens in bredere zin problematisch. Onderzoek van het Europese Agentschap voor Grondrechten liet enkele weken geleden zien dat het vertrouwen dat moslims in de politie hebben in Nederland het laagst ligt van alle landen in (West-)Europa waar het onderzoek werd uitgevoerd. Dat is anders dan verwacht, in ieder geval anders dan gehoopt. Ook de Veiligheidsmonitor laat zien dat personen met een niet-westerse achtergrond hun contacten met de politie aanzienlijk minder positief beoordelen dan anderen. Voldoende reden voor aandacht.

Als derde voorbeeld de bereikbaarheid. Gesloten bureaus, digitalisering van aangiften en de telefonische bereikbaarheid via algemene nummers hebben tot gevolg dat de contacten afstandelijker en bureaucratischer worden en plaats vinden aan de hand van protocollen. Steeds minder persoonlijk. En dat terwijl persoonlijke contacten zo belangrijk worden gevonden. Dat zal wel niet meer in deze tijd passen, maar wat wel kan is dat burgers in ieder geval in een voor hen begrijpelijke taal worden geïnformeerd.

Wie, op de Dreef in Heemstede, een verwijzingsbord ziet (foto) waarop staat ‘3D aangifteloket’, denkt toch allicht ‘waar gaat dit in hemelsnaam over’? Communiceren in gewone-mensen-taal blijkt altijd lastig voor (overheids)organisaties. Het blijft belangrijk, juist in deze tijden van snelle ontwikkelingen, het perspectief van de burger niet uit het oog te verliezen. De Veiligheidsmonitor moet ook op termijn positief blijven.

De Politiecolumn wordt wekelijks geschreven door experts uit het politieveld.

Blogger

Kees van der Vijver

Kees van der Vijver (1948), was hoogleraar Politie- en Veiligheidsstudies aan de Universiteit Twente, tevens directeur Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken van de UT. Daarvoor werkte hij als directeur Stichting Maatschappij en Veiligheid, commissaris van politie in Amsterdam, wetenschappelijk onderzoeker ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties en inspecteur van politie in Velsen.