De twee directeuren van het Stedelijk konden nooit goed met elkaar overweg

Botsende visies

Zakelijk directeur Karin van Gilst en artistiek directeur Beatrix Ruf ruzieden jarenlang over de koers van het Stedelijk Museum Amsterdam. Wat zijn de consequenties nu Van Gilst is vertrokken? Deel 1 van een tweeluik.

Foto Lex van Lieshout / ANP

Met een gerust hart laat ze het Stedelijk Museum Amsterdam achter, zegt Karin van Gilst. Ruim vier jaar na haar aantreden is de zakelijk directeur per 1 oktober al weer bij het museum vertrokken. Citaat uit het persbericht waarin ze eind augustus haar afscheid bekendmaakte: „Dit voelt als een natuurlijk moment om te gaan. De organisatie gaat een andere fase in. De artistieke koers is bepaald.”

Een verrassing? Allerminst. Sinds Beatrix Ruf in november 2014 aantrad als artistiek directeur heeft het managementteam van het Stedelijk al diverse veranderingen ondergaan. Het hoofd collecties, het hoofd financiën, het hoofd fondsenwerving, ze gingen Van Gilst voor. Ook diverse conservatoren stapten recent op.

Het is een publiek geheim dat de visies van beide directeuren botsten. Van Gilst (Oosterbeek, 1964), die het museum voor de komst van Ruf anderhalf jaar in haar eentje leidde, komt uit de uitgeverijwereld. Ze is dol op Picasso en Barnett Newman en begon haar werkdagen in het museum vaak met een bezoek aan de kassa’s, om te informeren naar de meest recente bezoekcijfers. In de tijd dat ze het museum in haar eentje leidde, zei ze intern: „We gaan naar één miljoen bezoekers per jaar.”

Ruf (Singen, Duitsland, 1960), die als directeur van de Kunsthalle Zürich uitgroeide tot een van de machtigste mensen in de wereld van de actuele kunst, maakt zich minder druk over kaartverkoop. Haar passie ligt meer bij avant-gardekunstenaars die zich bekommeren over maatschappelijke thema’s dan bij blockbusters van kunstenaars die esthetiek en stijl vooropzetten. In januari organiseerde Ruf in het Zwitserse Verbier nog een forum onder de noemer Size Matters! (De)Growth of the 21st Century Art Museum, waar een van de belangrijkste conclusies was dat met het toenemend aantal museumbezoekers belangrijke waarden verloren gaan.

Geen van de zes (oud-)stafleden van het Stedelijk die we voor dit artikel spraken, zegt verbaasd te zijn over het vertrek van Van Gilst. Een jaar geleden, toen ze lange tijd met ziekteverlof ging, was voor sommigen al duidelijk dat de zakelijk directeur op korte termijn zou vertrekken.

Deze (oud-)collega’s van beide directeuren werken voor het merendeel nog in de museumwereld. Om hun positie niet in gevaar te brengen, willen zij alleen op basis van anonimiteit vertellen over de richtingenstrijd waarvan zij getuige waren. En over de consequenties voor de koers en de bedrijfsvoering van ’s lands grootste museum voor moderne en hedendaagse kunst en vormgeving nu de artistiek directeur aan het langste eind trekt.

Ruzie over de zeggenschap

Van meet af aan konden de twee directeuren niet goed met elkaar overweg, blijkt uit de gesprekken.

„Van Gilst en Ruf hadden vanaf het prille begin ruzie over de zeggenschap”, zegt iemand. „Drie jaar lang waren stafleden een deel van hun tijd kwijt met het vinden van compromissen voor die twee.”

Een ander: „Het Stedelijk is een groot instituut waar soms visies conflicteren. Als je die uiteenlopende visies scherp op elkaar afstelt, kun je het beste van twee werelden hebben en scherp aan de wind zeilen. Maar de houdbaarheid van zo’n constructie is beperkt.”

En nog een ander: „Met een oud-collega kwam ik gisteren tot de conclusie dat een artistiek én een zakelijk directeur in het Stedelijk niet botert. Met Ann Goldstein en Patrick van Mil (de voorgangers van Ruf en Van Gilst, red.) lukte het evenmin. De artistiek directeuren zijn daarvoor veel te uitgesproken in hun opvattingen.”

Wat voor museum wil het Stedelijk zijn? Een breed opererende instelling, die mikt op zo veel mogelijk bezoekers en zo hoog mogelijke eigen inkomsten? Of een museum waarin bezoekcijfers ondergeschikt zijn aan een voortrekkersrol op het terrein van jonge internationale kunst?

Karin van Gilst. Foto Maurice Boyer

Uit het persbericht over haar vertrek is af te leiden welke prioriteiten Van Gilst stelde. Ze noemde drie tentoonstellingen waarvoor ze medeverantwoordelijk was: Malevich, Dumas en Matisse. Drie niet door Ruf geïnitieerde blockbusters.

Gevraagd om een toelichting op de dag van haar vertrek antwoordde Van Gilst per mail dat ze het meest trots is op de Matisse-tentoonstelling. „Dat is de enige expositie die gepland is in de periode dat er geen artistiek directeur was, en dat is de best bezochte tentoonstelling geworden sinds de oprichting van het museum in 1895. Niet helemaal alleen mijn verdienste natuurlijk, maar wel erg leuk.”

Ruf heeft nooit een geheim gemaakt van haar missie. In april 2015, een paar maanden na haar aantreden, was ze gastredacteur van DeLUXE, het toenmalige magazine van NRC. In een interview zei ze over het Stedelijk: „Wij zijn er voor de avant-garde.” Dus niet de canon bevestigen, maar de canon bepalen.

In het hart van het magazine presenteerde Ruf een ‘papieren expositie’, een beginselverklaring met werk van veertien overwegend jonge internationale kunstenaars. Experimentele kunst die, zoals criticus Hans den Hartog Jager het in een inleiding formuleerde, „wordt bepaald door hun verhouding tot de digitale media”. Diverse van de kunstenaars die Ruf toen voorstelde, zoals Jana Euler, Seth Price, Magali Reus en Jordan Wolfson, hebben inmiddels in het museum geëxposeerd.

Kunstcritici reageerden vaak enthousiast op de exposities, maar het grote publiek liep minder warm voor kunstenaars die de canon nog moeten gaan bepalen. Wie regelmatig het Stedelijk bezoekt, weet hoe groot het contrast kan zijn: bij exposities van bekende kunstenaars als Ed van der Elsken en Jean Tinguely kon je over de hoofden lopen, terwijl je bij Seth Price en Magali Reus soms het rijk alleen had.

Het miljoen bezoekers waar Karin van Gilst hardop van droomde, raakte onder Ruf steeds verder uit beeld. Sinds 2014 daalde het aantal bezoekers met 20 procent, van 816.000 in 2014 naar 656.000 afgelopen jaar. De publieksinkomsten zakten vorig jarig met 22 procent. En met minder bekende namen is het kennelijk ook lastiger om extern steun voor tentoonstellingen te vinden, want het museum zag de sponsorinkomsten met 26 procent afnemen tot 2,2 miljoen euro. Ondanks kostenbesparingen boekte het Stedelijk, dat vorig jaar 19 miljoen euro subsidie ontving, voor het eerst sinds de heropening een negatief resultaat van bijna 1 miljoen euro.

Crowdpleasers

Een van de (oud-)medewerkers wil niet zo veel waarde hechten aan de teruglopende bezoekcijfers: „Dat moet je zien in samenhang met de enorme boost na de heropening.” De anderen leggen een direct verband met het artistieke beleid.

Een van hen: „Bezoekersaantallen interesseren Beatrix niet. Vol dédain sprak ze op vergaderingen over crowdpleasers. ‘Picasso op de gevel zetten’, zei ze eens, ‘dat kan iedereen wel doen.’”

Beatrix Ruf. Foto Roger Cremers

Een ander: „Onder Ruf gaat het er minder zakelijk aan toe. De kunst die we tonen is belangrijker dan het aantal bezoekers. Oké, dat is een keuze, zo wil de raad van toezicht het. Vervelend gevolg is wel dat door de dalende inkomsten de budgetten voor tentoonstellingen moesten krimpen. Daar worden weinig medewerkers in het museum blij van.”

Weer een ander: „Ik spreek nog weleens oud-collega’s. In die gesprekken proef ik veel frustratie. Vooral de krimpende budgetten zijn daar debet aan.”

De budgetten voor aankopen en tentoonstellingen kwamen volgens diverse (oud-)stafleden verder onder druk door de herinrichting van de vaste collectie en de hoge kosten verbonden aan een omvangrijke schenking die het museum vorig jaar accepteerde (lees morgen over de collectie Borgmann).

Geen van haar (oud-)collega’s neemt het Ruf kwalijk dat haar hart ligt bij internationale jonge beeldende kunst. De (oud-)stafleden wijzen naar de raad van toezicht, en dan met name naar Alexander Ribbink, de inmiddels vertrokken voorzitter, en Rob Defares. „Zij wilden dat het museum weer leidend zou worden op het terrein van de actuele beeldende kunst. Maar die beperkte blik gaat nu wel ten koste van vormgeving en design, van fotografie, van kunst uit Nederland en van de vaste collectie. Onder Ruf is de kunst in de depots minder zichtbaar.”

Open brief aan Ruf

Na de ongenaakbare Ann Goldstein, die zich als artistiek directeur van het Stedelijk verre hield van het Amsterdamse kunstcircuit, werd de open houding van Ruf, die dikwijls bij galerie-vernissages opduikt en van openingen in het Stedelijk grote sociale evenementen maakte, met veel enthousiasme begroet. Maar ook buiten het museum is frustratie over haar beleid waarneembaar.

Namens vijfhonderd kunstenaars publiceerde het Platform Beeldende Kunst op 11 september een open brief aan Ruf. Directeur Joram Kraaijeveld herinnert Ruf daarin aan haar belofte om het SMBA te heropenen, de dependance in de binnenstad van Amsterdam die zij in 2015 sloot. Na een ‘herpositioneringsonderzoek’ zou SMBA in 2017 weer worden heropend, beloofde Ruf in juni 2016 nog eens.

Sindsdien bleef het stil. Omdat het Stedelijk vragen over het onderzoek naar het vernieuwde projectbureau onbeantwoord liet, besloot het kunstenaarsplatform tot de open brief aan Ruf: „Iedere dag, week of maand wachten op een hernieuwd SMBA tast de geloofwaardigheid van uw uitspraken aan.”

Vertrekt Karin van Gilst echt met een gerust hart, zoals ze in augustus naar buiten bracht? Het Stedelijk trekt aanzienlijk minder publiek dan in de jaren dat zij het museum alleen leidde en kwam vorig jaar al dicht in de buurt van de 600.000 bezoekers die in het gemeentelijk Kunstenplan is afgesproken. En duidelijk is, dat zowel binnen als buiten het museum gemor klinkt over de wijze waarop het museum wordt geleid.

Onduidelijk is of er een nieuwe strijd tussen een zakelijk en een artistiek directeur in het verschiet ligt. Het Stedelijk laat weten dat er nog niet is besloten of Van Gilst wordt opgevolgd. Haar taken zullen voorlopig worden verdeeld tussen Beatrix Ruf en het managementteam. De keuze is aan de raad van toezicht, zegt Van Gilst. „Beatrix wil het wel proberen.”

Reageren? onderzoek@nrc.nl