Kazuo Ishiguro betovert je op een kalme wijze

Nobelprijswinnaar

De Brits-Japanse Kazuo Ishiguro schrijft een onvoorspelbaar, grillig oeuvre. Zijn personages zijn steevast zorgelijk, zijn stijl is ingetogen. Terwijl er onder de oppervlakte vulkanen van emoties rommelen.

Illustratie Chang Park

Een complete verrassing – zo mogen we de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aan Kazuo Ishiguro wel noemen. Als hij al op lijstjes stond, dan ergens onderaan, in potlood, eerder een gevolg van wishful thinking van een enthousiaste fan dan van een weloverwogen voorspelling.

Toch is Ishiguro niet de eerste de beste. Hij wordt veel gelezen, en is vaak bekroond. Zijn roman De rest van de dag (The Remains of the Day) leverde hem in 1989 de Booker Prize op, drie andere romans van hem haalden in de loop der jaren de shortlist. Nu is hem dus de Prijs der Prijzen toegekend. Is dat terecht? En Philip Roth dan? En… En… Misschien kun je het nog het beste zo omschrijven: het is hem gegund.

Sara Danius, het lid van de Zweedse Academie dat de naam van de winnaar donderdag om 13.00 uur bekend maakte, noemt Ishiguro’s stijl een mix van Jane Austen en Franz Kafka, met een snufje Marcel Proust. Niet slecht gevonden, maar eigenlijk doet ze de schrijver daarmee tekort, het oeuvre van Ishiguro is grilliger dan deze omschrijving doet vermoeden, met uitstapjes naar fantasy en sciencefiction, en ook onevenwichtiger. Toch weet hij je steeds weer te betoveren, op een kalme manier, zonder toeters en bellen.

Ouders en kinderen

Ishiguro werd in Japan geboren, in 1954, maar groeide op in Engeland. Voor hij doorbrak met De rest van de dag publiceerde hij twee korte romans die zich afspeelden in het Japan van vlak na de Tweede Wereldoorlog, en waarin kinderen worstelen met hun loyaliteit ten opzichte van hun ouders. De verhouding tussen ouders en kinderen is een van de thema’s die steeds weer terugkeren in het werk van Ishiguro.

Zelfs op onvermoede plekken: in De rest van de dag fungeert butler Stevens eigenlijk als de loyale zoon van vaderfiguur Lord Darlington. Zonder dat dat ooit wordt uitgesproken, want uitgesproken wordt er weinig in het oeuvre van Ishiguro, bij hem zit het allemaal onder de oppervlakte. Er wordt zelden geschreeuwd of hardop gelachen, er wordt veel binnen gehouden. De trouwe butler Stevens, groot liefhebber van het Engelse landschap, concludeert ergens ‘dat juist de afwezigheid van opvallend drama of spektakel de schoonheid van ons land zo uniek maakt. Wat opvalt is de rust van die schoonheid, haar ingetogenheid.’ Hetzelfde geldt voor de stijl van Ishiguro: ingetogenheid. Onder die ingetogenheid bevinden zich vulkanen vol emoties.

Lees ook de reacties op de winnaar: ‘Heel goede keuze, zeker na de Dylan-blunder’

Personages van Ishiguro maken zich altijd zorgen. Het ontbreekt ze aan relativeringsvermogen, en dat maakt ze sympathiek en ontroerend. Tegelijkertijd zorgt de heilige ernst waarmee die personages zich in al hun bescheidenheid door het leven slaan, voor vervreemding die elke vorm van sentimentaliteit op afstand houdt. Die heilige ernst geeft ze iets naïefs, alsof ze eigenlijk kinderen zijn die volstrekt serieus spelen dat ze volwassenen zijn. Dat wordt nog versterkt door hun vaak ongewone welsprekendheid, hun plichtsbesef en hun hardnekkige pogingen zich te bewijzen, hoe absurd hun onderneming ook is.

Bezwaard en ongerust

Soms zijn ze inderdaad kinderen, zoals in de roman Laat me nooit alleen uit 2005, die draait om leerlingen van een kostschool die worden gekweekt om later als orgaandonor te dienen. Ook deze kinderen nemen hun taak volstrekt serieus, en aanvaarden hun lot gelaten. De taak waarvoor een typisch Ishiguro-personage zich gesteld ziet, wordt het best verwoord door de detective Christopher Banks uit Toen wij wezen waren (2000), die als volwassene nog steeds op zoek is naar zijn lang geleden ontvoerde ouders: ‘Mensen als wij zijn voorbestemd de wereld als wees tegemoet te treden, en vele jaren lang de schimmen van verdwenen ouders na te jagen. Er zit niet anders op dan proberen onze opdracht tot een goed einde te brengen.’

Ze voelen zich altijd bezwaard, die Ishiguraanse personages, ze hebben nooit vrijaf. Als een van hen een Nobelprijs zou krijgen, zou hij zich ongerust afvragen wat voor opdracht hierin verborgen zit en wat er nu van hem verwacht wordt.

Ishiguro heeft in zijn lange carrière (hij debuteerde in 1982) ook de nodige kritiek te verwerken gekregen. Na het uiterst succesvolle De rest van de dag kwam hij met het omvangrijke, surrealistische De troostelozen (1995), dat door velen als een totale mislukking werd gezien, en ook zijn laatste roman, Vergeten reus (2015), werd zowel hier als in het buitenland met gemengde gevoelens ontvangen. In Vrij Nederland noemde Jeroen Vullings het een ‘wijs meesterwerk’, terwijl Auke Hulst in NRC het boek beschouwde als ‘vrij ongeïnspireerde fantasy’ met een boodschap die ‘kan worden teruggebracht tot een tegeltjeswijsheid’.

Toch blijft Ishiguro ook op zijn mindere momenten een fascinerend schrijver. Hij is de auteur van een oeuvre, je blijft benieuwd wat zijn ‘variaties op een thema’ nog gaan opleveren. Hij is zo’n auteur van wie je na een minder boek niet meteen afscheid neemt, maar die je wilt blijven volgen. Hij is nu 62, en hopelijk nog niet uitgeschreven.