Column

Jeugd

Ellen

Afgelopen week had ik het met een auteur erover dat in de letteren steeds jonger wordt gedebuteerd. Vroeger was je een jonge schrijver als je rond je dertigste je eerste werk de wereld in slingerde, tegenwoordig is het geen uitzondering meer als dat al rond je negentiende gebeurt. Of het goede werken oplevert is een tweede: ik ken genoeg debutanten die liever hadden gewacht. Maar zij hadden een briesende redacteur in hun nek, die ook wist: jong verkoopt.

„Het is intimiderend, die jonkies”, zei ik, zelf gedebuteerd op mijn 28ste. „En het lijkt soms, doordat media eerder schrijven over een piepjonge auteur dan over een van middelbare leeftijd, dat schrijvers dezelfde houdbaarheidsdatum hebben als actrices. Tot je veertigste tel je mee, en daarna moet je echt al een hele naam hebben opgebouwd wil je in beeld blijven.” Mijn gesprekspartner, zelf 53, knikte. „Toen ik begon met schrijven had je Mulisch, Reve en Hermans boven je. En net als je dacht dat het jouw beurt was, ging alle aandacht opeens uit naar mensen die veel jonger waren!” Hetzelfde hoor ik van bevriende muzikanten van mijn leeftijd. Hun eerste plaatje kwam uit toen zij achterin de twintig waren, tegenwoordig zijn het tieners die de zalen platspelen.

Gisteravond at ik bij mijn zus en vertelde over dit gesprek.

„Ja, die hele jeugdcultus”, zuchtte ze, „het is om gek van te worden.” Ze keek naar haar zoon die net twaalf was geworden.

„Moet jij niet een album uitbrengen, jongen”, zei ze.

„Of een roman van negenhonderd pagina’s, nu je je baard nog niet in de keel hebt”, vulde ik aan.

‘Het is echt niet zo leuk om jong te zijn!” barstte mijn neefje – normaal een kalme tiener – uit. „Iedereen denkt dat je een soort debieltje bent, zeker als je er voor je leeftijd ook nog eens jeugdig uitziet!” Met ‘jeugdig’ bedoelt hij dat mensen nog regelmatig denken dat hij tien is.

„Ja, maar dan weet je dat het beste nog komt”, begon mijn zus.

„Daar heb ik nu toch niks aan, als mensen me ‘jongetje’ noemen, terwijl ik al op de middelbare school zit? En sommige klasgenoten al vijftien worden geschat? Het is oneerlijk. Er kan misschien best wel iets leuks in het verschiet liggen, maar het heden zuigt gewoon behoorlijk.”

Dat was ik haast vergeten: hoe zwaar het is om eruit te zien als een kind – en als een te worden behandeld. Tot mijn zestiende dachten mensen nog dat ik in de brugklas zat. Vreselijk vond ik dat.

„Dus mensen zijn maar heel even blij met hun leeftijd”, zei ik.

„Mensen willen er mooi en niet-oud uitzien”, zei mijn neefje. „En dat is iets heel anders dan jong zijn.”

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.