NRC checkt: ‘Houtrook substantiële bron van luchtvervuiling’

Dat stelt Milieudefensie op haar website.

Foto ISTOCK

De aanleiding

De gezellige open haard en de zomerse buurtbarbecues zijn bronnen van vervuiling die de luchtkwaliteit aantasten en potentiële veroorzakers zijn van ernstige ziektes. Dat stelt Milieudefensie op haar website: „Houtrook is op sommige plekken een substantiële bron van luchtvervuiling en kan de gezondheid schaden.” We checken de stelling van Milieudefensie dat houtrook op sommige plekken een substantiële bron van luchtvervuiling is.

Waar is het op gebaseerd?

Milieudefensie zegt zich te beroepen op onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en GGD’s verspreid over het land naar de relatie tussen het stoken van hout en de luchtkwaliteit.

Maar op lokaal niveau is weinig bekend over het aandeel van houtstook op de luchtkwaliteit. Het landelijk meetnetwerk van het RIVM geeft daar geen uitsluitsel over, alleen over gemiddelden.

En, klopt het?

Zo’n 20 procent van de Nederlandse huishoudens beschikt volgens het RIVM over een houtbrander. TNO berekende in 2011 dat jaarlijks 780.000 ton hout wordt verstookt. Maar het CBS waarschuwde in 2012 dat het moeilijk is de omvang van de houtstook in kaart te brengen omdat handel in brandhout vaak ‘informeel’ is.

De milieuwethouders van de vier grote steden drongen in 2014 bij toenmalig staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA) aan op maatregelen om vervuilende houtstook tegen te gaan. Maar de wethouders wisten toen niet waar in hun stad die uitstoot van houtstook écht piekt. Want dat wordt lokaal niet gemeten. De overlast (en uitstoot van fijnstof) kan zeer lokaal zijn.

Uit de landelijke emissieregistratie van het RIVM over 2015 blijkt het landelijk aandeel van houtstook als het om fijnstof gaat: 11,3 procent fijnstof PM2.5 (deeltjes met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer) en 6,5 procent fijnstof PM10. Maar die registratie geeft geen zicht op pieksituaties op lokaal niveau, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is voor de uitstoot van auto’s. Dat is ook lastig te meten. Want de mate van vervuiling door houtstook is onder meer afhankelijk van het weer, en de kwaliteit van het hout en de kachel.

De gemeente Utrecht is beter op de hoogte. Daar deed het RIVM recent, op verzoek van het gemeentebestuur, onderzoek naar de roetuitstoot in de stad. Wegverkeer is daar met 75 procent de grootste vervuiler, houtstook, met 13 procent, de tweede. Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) onderzocht in 2009 enkele weken de fijnstofuitstoot als gevolg van houtstook in het Noord-Hollandse Schoorl. Die werd ingeschat op 9 tot 27 procent voor PM10 en 30 tot 39 procent PM2.5. Ook in het noorden zijn er cijfers bekend. Daar deed de GGD Groningen in 2015 met speciale meetapparatuur onderzoek en werden er op meerdere locaties uitstoot van fijnstof (PM2.5) gemeten die hoger waren dan de advieswaarde van de internationale gezondheidsorganisatie, WHO. Dat GGD-onderzoek zorgde vorig jaarvoor ophef in de Tweede Kamer en de roep om maatregelen én meetmodellen die overál in het land de uitstoot van houtstook kunnen vaststellen. Maar zo’n model is er nog niet, onder meer vanwege de hoge kosten.

Conclusie

Op basis van de RIVM-inventarisatie in Utrecht, de ECN-metingen in Schoorl én uitgebreid literatuuronderzoek, kan ervan worden uitgegaan dat houtstook de luchtkwaliteit negatief beïnvloedt. Maar de uitstoot van houtstook wordt niet overal lokaal gemeten. De bewering van Milieudefensie dat houtrook op sommige plekken een substantiële bron is van luchtvervuiling, beoordelen we als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt