De ‘Franse uitverkoop’ gaat voorspoedig

Industriepolitiek

Door de verkoop van treinenbouwer Alstom en scheepswerf STX aan buitenlandse partijen, breekt Frankrijk met zijn protectionistische verleden.

Een medewerker in de Alstom-fabriek in Frankrijk. Alstom was jarenlang wereldleider op het gebied van TGV-treinen. De opkomst van het Chinese staatsbedrijf CRRC heeft de treinmarkt op zijn kop gezet. Foto Christophe Morin/Bloomberg

De vorige week in betrekkelijke rust aangekondigde „fusie van gelijken” van de treinentak van het Duitse Siemens en het Franse Alstom roept in Frankrijk herinneringen op aan onstuimiger tijden. Siemens streed in 2014 met General Electric om het deel van Alstom dat energieturbines produceerde. Het bedrijf bood toen al aan de treinafdeling over te doen aan Alstom, maar om de nucleaire tak van Alstom te behouden moest de Franse staat diep in de buidel tasten.

Toenmalig minister Arnaud Montebourg, onvermoeibaar verdediger van ‘economisch patriotisme’ en ‘Le Made in France’, zag zo’n deal wel zitten. De economisch adviseur en plaatsvervangend secretaris-generaal in het Élysée van president François Hollande niet. „We zijn toch niet in Venezuela”, zou die hebben uitgeroepen, herinnert Montebourg zich in een artikel in Le Monde waarin hij pleit voor nationalisatie van het moederbedrijf van de TGV.

De onbekende economisch adviseur van destijds is tegenwoordig president van Frankrijk. En minder dan een half jaar na zijn aantreden heeft Emmanuel Macron vorige week het Franse industriebeleid een historische nieuwe draai gegeven. Niet alleen de verkoop van Alstom, maar ook die van scheepswerf STX aan het Italiaanse Fincantieri getuigen van een breuk met het meer protectionistische verleden. En hoewel een deel van de linkse en rechtse oppositie voor de bühne nog altijd spreekt van het „verkwanselen van fleurons industriels” (industriële pronkstukken), is de kritiek over de Franse uitverkoop opvallend snel verstomd.

Wat is in die korte tijd veranderd?

Wat Alstom betreft: de markt. De opkomst van het Chinese staatsbedrijf CRRC heeft de treinmarkt op zijn kop gezet. Terwijl Alstom jarenlang wereldleider was op het gebied van supersnelle TGV-treinen en Siemens met de IC-trein aardig meekwam, voelen de twee bedrijven bij publieke aanbesteding nu de hete adem van de goedkopere Chinese concurrent in de nek.

‘Concurreren op innovatie’

Vooralsnog rijdt geen enkele Chinese TGV in het buitenland, maar kleinere projecten zijn al wel door CRRC gewonnen. Zo verloor het Canadese Bombardier (waarmee Siemens ook fusiebesprekingen voerde) onlangs in eigen land de gooi naar een project voor het regiotransport in Montréal.

Het nieuwe fusiebedrijf Siemens-Alstom zegt te willen concurreren „op innovatie, niet op prijs”, zei bestuursvoorzitter Henri Poupart-Lafarge tegen radiozender France Inter.

Ook Frankrijk is veranderd. De dit jaar op een pro-Europese en liberale agenda verkozen Macron is ervan overtuigd dat Frankrijk en andere EU-lidstaten afzonderlijk niet tegen het industriële geweld van China of de VS op kunnen. „Geen enkel Europees land heeft alleen de middelen die de Chinese of Amerikaanse regeringen nu direct of indirect in onderzoek en industrie stoppen”, schreef hij al in zijn verkiezingsprogramma. „We maken van de bescherming van de industrie dus een hoofdpunt bij de heruitvinding van de Europese Unie.”

Precies op de dag dat Alstom en Siemens hun treinfusie officieel wereldkundig maakten, hield Macron vorige week zijn langverwachte toespraak over de toekomst van Europa. Terwijl Frankrijk altijd zeer gehecht is geweest aan een Europa van natiestaten en van nationale soevereiniteit op economisch gebied, gebruikte Macron in zijn rede het begrip ‘soevereiniteit’ een tikkeltje anders: sprekend over de economie, maar ook over veiligheid of onderwijs, telt voor hem alleen „Europese soevereiniteit”. Globalisering en vrijhandel zijn volgens Macron onomkeerbaar en alleen door grensoverschrijdende Europese „kampioenen” te bouwen kan Europa op wereldschaal mee blijven doen.

Dan gaat het al snel over het succes van Airbus. Maar die vergelijking gaat mank, omdat daar de Franse en Duitse overheden een precies even groot aandeel (11,1 procent) hebben. Sinds de verkoop van de energietak van Alstom in 2014 heeft Frankrijk een optie op 20 procent van de aandelen van Alstom, maar minister van Financiën Bruno Le Maire heeft woensdag laten weten die optie niet te gebruiken, omdat Siemens dan liever met Bombardier in zee gaat. Bij scheepswerf STX speelt nog iets anders: dat bedrijf was al een tijdje niet meer Frans. Sinds 2008 is het in Zuid-Koreaanse handen.

„De staat heeft niet de financiële middelen, niet de economische competentie en niet de technologische expertise om grote industriële reuzen te leiden”, zei Le Maire woensdag in een hoorzitting in de Assemblée Nationale. Ook hij sprak van een „strategische keuze om grote Europese industriële groepen te bouwen”. Maar voor de korte termijn heeft de Franse regering bij zowel Alstom als STX enige zekerheden ingebouwd.

De nieuwe treinreus gaat Siemens-Alstom heten, in die volgorde. Zes van de elf leden van de raad van bestuur zullen door Siemens worden aangewezen, onder wie de voorzitter. Maar het hoofdkantoor en de directie „rollend materieel” blijven in Frankrijk en de eerste bestuursvoorzitter is Alstoms Henri Poupart-Lafarge. Siemens heeft beloofd zijn aandeel van 50 procent in het nieuwe consortium de eerste vier jaar niet te verhogen en de werkgelegenheid is in die periode in Frankrijk en Duitsland gegarandeerd.

Ingenieuze deal

De deal voor STX zit nog wat ingenieuzer in elkaar. Dat bedrijf – ook trouwens ooit voortgekomen uit Alstom – is donderdag officieel genationaliseerd, waarna 50 procent van de aandelen meteen aan het Italiaanse Fincantieri wordt verkocht. Om zeggenschap te krijgen, lenen de Italianen 1 procent van de aandelen van de Franse staat (die voor ongeveer eenderde eigenaar blijft). Gedurende twaalf jaar kan Frankrijk dat procent weer terugpakken als het bedrijf zich niet aan de afspraken houdt over onder andere werkgelegenheid. „Elastische nationalisatie”, noemde Le Monde dat.

De Franse vakbonden vragen zich zowel bij Alstom als bij STX af hoe hard de garanties zijn. Toen Alstom zijn energietak verkocht aan GE, beloofde het Amerikaanse concern dat in Frankrijk 1.000 nieuwe banen gecreëerd zouden worden. Inmiddels is een procedure begonnen om 1.200 arbeidsplaatsen te schrappen. Maar de grootste vakbond van Frankrijk, de gematigde CFDT, deelt Macrons analyse: Europese industriële toenadering is „onvermijdelijk tegenover de wereldwijde concurrentie”.