Recensie

Carmen als oergezellige flamenco-revue

Recensie

Tania Kross maakte een eigen versie van haar lievelingsopera Carmen: vlammende flamenco-scènes, wisselende vocale prestaties en flauwe gebbetjes.

Foto Anne van Zantwijk

Vraag mezzosopraan Tania Kross naar haar lievelingsopera en ze antwoordt volmondig ‘Carmen’. Sinds ze als tienermeisje een video-opname van Bizets meesterwerk leende uit de Curaçaose bieb, is ze verkocht. Zo bezien kon je erop wachten dat Kross, niet vies van een muziektheatraal avontuurtje, een eigen versie zou uitbroeden. Op haar verzoek maakte componist-pianist en flamenco-aficionado Thijs Borsten een vrijmoedige bewerking van Bizets opera over liefde, overspel en eerwraak.

Eerlijk is eerlijk, in theorie valt er wel iets voor te zeggen om Carmen van een eigentijdse make-over te voorzien. Bizets noten gaan alweer een dikke honderdveertig jaar mee en je zou kunnen zeggen dat ze, ondanks hun melodische inventiviteit, hier en daar wat sleets zijn geraakt. De praktijk is echter weerbarstiger, zo bleek tijdens de wisselende première van Kross’ project in theater DeLaMar.

Stierenvechter

De pre’s: vlammende flamenco-scènes van danseres Irene Álvarez, vlijmscherpe dansbegeleidingen door een zevenkoppig ensemble onder leiding van Borsten en een even onorthodoxe als imposante Escamillo-vertolking door flamencozanger Carlos Denia. Denia portretteerde de stierenvechter met precies de juiste macho-bravoure en de ongepolijste passie van een Andalusische straatmuzikant. Last but not least: Kross zelf, die als Carmen zowel vocaal als acterend overtuigde.

Zozo: Charles Hens (Don José) die met stroeve hoge registers, hoekig Frans en een soms wankele intonatie geen partij was voor Kross’ dwingende présence. Sopraan Francis van Broekhuizen was met haar grote geluid en dito vibrato een nogal topzwaar plattelandsmeisje Micaëla. Borstens Bizet-arrangementen bleken met veel gitaargeroffel en castagnettengekletter een nogal eendimensionale uitvergroting van de toch al sterke couleur locale van de oorspronkelijke partituur.

Foto Anne van Zantwijk

Wat ook niet hielp waren de drieste coupures en flauwe gebbetjes (meedansende zaal-security, Denia die als ‘bellende toeschouwer’ op z’n flikker kreeg, het laten meeklappen van het publiek). Carmen volgens Kross is een oergezellige flamenco-revue. Toch jammer voor een opera die anno 1875 insloeg als een bom en met rauw realisme en gewelddadige passie de weg effende voor het Italiaanse verismo-genre.