Commentaar

Burn-out

Werknemer kwetsbaar voor nieuwe vorm van overspanning

Een burn-out is behalve een fysieke aandoening, ook een manier om de achterbanden van een snelle auto op te warmen door deze gecontroleerd te laten spinnen. Het bovenste laagje rubber verbrandt dan met veel rook tot gevolg, terwijl het voertuig niet vooruitkomt. In zekere zin lijkt dat op de fysieke burn-out: een vorm van overspanning, met vermoeidheid als hoofdkenmerk en prikkelbaarheid, labiliteit en concentratieproblemen als gevolgen. De patiënt is vastgelopen, geeft toch gas, maar komt geen meter vooruit.

NRC bevatte de afgelopen weken een serie artikelen over de mentale burn-out als verschijnsel van de moderne tijd waarin minder met de handen en meer met de geest wordt gewerkt. Daarbij past de kanttekening dat het aantal burgers dat met burn-outklachten de huisarts bezoekt, slechts een licht stijgende tendens laat zien. Van een epidemie, of ‘volksziekte’ lijkt geen sprake. Hoeveel Nederlanders door een burn-out gehandicapt raken is feitelijk onbekend. Een veilige aanname is dat het om duizenden moet gaan. Het nationaal centrum beroepsziekten noteert zo’n 700 tot 800 nieuwe gevallen per jaar; en dat al enige jaren. Bij het UWV staan krap 5.000 uitkeringsgerechtigden geregistreerd met een uitkering vanwege burn-out.

De relevantie van het verschijnsel zit dan ook vooral in de ontwikkeling die arbeid doormaakt. Dankzij digitalisering, met flexwerken, thuis werken en dus ‘altijd werken’ tot gevolg, is werkbelasting steeds meer vooral een psychische belasting geworden. Ook doordat veel fysieke arbeid is vervangen door het via scherm en toetsenbord bedienen van allerlei systemen. Tegelijk vervagen de grenzen tussen werk en privé. Steeds meer burgers moeten daarom in staat zijn hun eigen werkbelasting te managen. En dat is niet voor iedereen even makkelijk, ook doordat veel werkgevers ongemerkt hun eisen en verwachtingen aan de technische mogelijkheden aanpassen. Niet opnemen, geen antwoord geven of anderszins niet reageren ‘wegens onbereikbaarheid’ is in afnemende mate een geloofwaardig excuus. Dat geldt voor steeds meer werknemers – of het nu de cv-monteur is of de private banker.

In de reacties van lezers klonk dat ook het meest door. Hoge prestatiedruk met overvragende managers, terwijl van steeds minder werknemers meer wordt gevraagd. De digitalisering zorgt voor hogere tempo’s, meer verantwoordelijkheden en hardere concurrentie. Om dat aan te kunnen is ‘mentaal kapitaal’ nodig – een combinatie van soevereiniteit („Ik laat me niet gek maken”) en kennis van de eigen grenzen („Tot hier en niet verder”). We zijn gewaarschuwd.