Amazon krijgt flinke naheffing van 250 miljoen

Belastingontwijking

Brussel hekelt de belastingafspraak tussen de internetgigant en Luxemburg.

Foto Getty

Internetwinkel Amazon moet een naheffing betalen van 250 miljoen euro aan de Luxemburgse belastingdienst. Dat heeft EU-commissaris Margrethe Vestager (Mededinging) woensdag bekendgemaakt. Door een deal met Luxemburg betaalde het Amerikaanse bedrijf in de periode 2006-2014 veel minder belasting dan redelijkerwijs verwacht had mogen worden.

Luxemburg moet het geld nu gaan terugvorderen van Amazon.

Vestager maakte woensdag ook bekend dat het Ierland voor de rechter sleept, omdat het in een soortgelijke zaak rondom Apple onvoldoende meewerkt. Vorig jaar bepaalde Vestager dat de Amerikaanse computer- en telefoonproducent het astronomische bedrag van 13 miljard euro moet bijbetalen. „Ierland heeft nog geen geld teruggevorderd, zelfs niet een deel”, aldus de EU-commissaris.

In principe bemoeit de Europese Commissie zich niet met nationaal belastingbeleid, tenzij met bedrijven gemaakte belastingafspraken een dusdanig groot concurrentievoordeel opleveren dat ze als marktverstorend of als illegale staatssteun moeten worden beschouwd. Dat is volgens Vestager bij Amazon het geval. De Commissie wil af van dit soort constructies, die vooral grensoverschrijdend opererende multinationals een groot concurrentievoordeel geven ten opzichte van lokale concurrenten.

Interne handel

Dankzij de ingenieuze constructie kon driekwart van Amazons in Europa behaalde winst acht jaar lang onbelast blijven. „In andere woorden, Amazon kreeg de mogelijkheid om vier keer minder belasting te betalen dan andere lokale bedrijven die aan dezelfde nationale belastingregels onderworpen waren”, zegt Vestager. Bij de constructie waren twee Amazon-bedrijven betrokken. Een fysiek bedrijf dat via Luxemburg de Europese verkoop verzorgt, waar meer dan 500 mensen werken en dat belastingplichtig is. En een tweede, van belasting vrijgestelde holding, zonder werknemers, waar de intellectuele eigendomsrechten zijn ondergebracht. Het eerste bedrijf betaalde het tweede zoveel royalty’s voor het gebruik van het Amazon- concept dat er nauwelijks nog iets overbleef voor de fiscus. Met interne handel tussen bedrijven is niets mis, zolang de gehanteerde prijzen marktconform zijn. Bij Amazon was dat volgens de Commissie niet het geval, verre van zelfs.

De afspraken dateren uit 2003. In de daaropvolgende jaren besloot de winkel het gros van zijn Europese activiteiten en intellectuele eigendom via Luxemburg te laten lopen. In 2011 werd de regeling nog eens verlengd. Zowel Luxemburg als Amazon bestrijden in een eerste reactie dat ze iets verkeerds hebben gedaan. De Commissie startte het onderzoek in 2014. In datzelfde jaar besloot Amazon zijn Europese activiteiten anders te structuren, waardoor het nu wel in verschillende landen belasting betaalt.

De Apple-zaak kwam de Commissie op felle kritiek kwam te staan uit de Verenigde Staten, maar ook uit Ierland, waarvan de economische aantrekkingskracht grotendeels op belastingvoordelen drijft. Ook het huidige besluit over Amazon zal de betrekkingen met de VS naar verwachtingen verder onder druk zetten. Vestager ontkende woensdag opnieuw dat haar organisatie het op Amerikaanse bedrijven heeft gemunt, maar ze neemt dit soort verwijten wel heel serieus en laat geregeld onderzoeken of er sprake is van vooringenomenheid. „Niets wijst op vooroordelen”, zegt ze.

Behalve Ierland en Luxemburg hebben eerder ook andere EU-landen opdracht gekregen om geld terug te vorderen, zoals Nederland (25 miljoen euro van koffiemaker Starbucks) en België (700 miljoen van 35 multinationals). Luxemburg moet ook nog 23 miljoen terughalen bij Fiat. Hoewel al die landen in beroep zijn gegaan, hebben ze de terugvorderingen al wel in gang gezet. Vestager sprak woensdag de hoop uit dat Ierland ook alsnog snel begint, voor de sfeer „conflictueus” wordt.