Recensie

Achter de mist huizen gruwelen

En weer beoefent deze meester een nieuwe genre. Zijn fantasy-roman speelt in een mythisch Brittannië, bevolkt door Britten, Saksen, trollen en draken. Het verleden is er te gruwelijk om onder ogen te zien.

Op zeker moment tijdens het lezen van Kazuo Ishiguro’s Vergeten reus moest ik denken aan een gesprek dat ik ooit had met een Tutsi-jongen in Rwanda. Hij vertelde over zijn moeder, die nog altijd in de straat woonde bij de moordenaars van haar echtgenoot en voor de lieve vrede die moordenaars zo nu en dan uitnodigde voor een bananenbiertje. ‘Je moet vergeten,’ had zijn moeder gezegd. ‘Je moet door.’ De jongen zei dat hij misselijk werd bij de gedachte aan zo’n gezellig samenzijn.

Vergeten vormt ook de kern van Vergeten reus , dat niet in het hier en nu speelt, maar in een mythisch Brittannië, bevolkt door Britten, Saksen, trollen en draken, niet lang na de tijd van Koning Arthur. Trollen en draken? Jazeker, Ishiguro gebruikt het idioom van de fantasy om het verhaal te vertellen van een bejaard echtpaar dat, net als vrijwel het gehele land, geteisterd wordt door een ‘mist van vergetelheid’. De vrouwelijke draak Querig zou voor die betovering verantwoordelijk zijn.

Vagelijk herinneren Beatrice en Axl zich niettemin een zoon te hebben, al kunnen ze zich zijn gezicht nauwelijks voor de geest halen. ‘Het komt vast allemaal door die mist,’ weet Axl. ‘Veel geef ik er graag aan prijs, maar het is een hard gelag dat we ons zulke dierbare dingen niet kunnen herinneren.’

Na een akkefietje in hun ondergrondse dorp – waardoor de twee het recht ontnomen is een kaars in huis te hebben – gaan ze op pad om het dorp van de verloren zoon te zoeken. Onderweg ontmoeten ze een tiener die is uitgestoten vanwege een verdachte beet, de Saksische strijder Wistan, die de taak heeft Querig te slachten, en de oude Britse ridder Gawain, die ooit diende onder koning Arthur en zich juist ten doel heeft gesteld Querig te beschermen. De vergetelheid heeft wellicht een prijs, maar wie weet welke verschrikkingen tevoorschijn komen als de mist zou optrekken?

Gruwelijk verleden

Gawain weet welke, en beetje bij beetje wordt de functie van de mist duidelijk – het verleden is te gruwelijk om onder ogen te zien. Britten en Saksen leven naast elkaar, maar zou dat mogelijk zijn als ze herinnerd werden aan het verraad dat de Britten pleegden? En de slachtpartij die plaatsvond? ‘Vrouwen, kinderen en bejaarden, onbeschermd achtergelaten na onze plechtige belofte hen niet te deren, en nu allemaal door de onzen afgeslacht, zelfs de kleinste baby’tjes. Als dat ons zojuist was aangedaan, zou onze haat dan nog grenzen kennen? Zouden ook wij dan niet tot de laatste man vechten, elke nieuwe toegebrachte wond balsem voor de ziel?’

Daarmee zet Ishiguro de klassieke legende van Arthur – wiens legers in de zesde eeuw de verovering van Brittannië door Angelsaksen zou hebben afgeremd – in een duister licht. Diens heldenverhaal verandert in ordinaire genocide, niet anders dan die op de Balkan of in Rwanda. Tegelijk stelt Ishiguro vragen over hoe relaties tussen geliefden kunnen lijden onder transgressies. Als Querig ten dode is opgeschreven, wat is dan het lot van de nu vredig samenlevende Britten en Saksen? En wat is het lot van dit ogenschijnlijk gelukkige echtpaar?

Met Vergeten reus toont Ishiguro andermaal zijn durf. Steeds weer daagt de in Japan geboren, maar in Engeland opgegroeide auteur zichzelf uit een radicaal ander boek te schrijven. Mogelijk doordat hij tussen twee culturen opgroeide, reist hij onbevreesd tussen genres die vaak als afgebakende werelden worden gezien. Hij schreef over een Japanse schilder (An Artist of the Floating World ), een Britse butler (The Remains of the Day); hij schreef een sciencefiction-roman over kinderen waarvan op latere leeftijd de organen geoogst zullen worden (Never Let Me Go ). En nu dus een fantasy-roman. Dat maakt zijn oeuvre intrigerend, maar ook wel eens gekmakend, want de bedoelingen komen niet altijd uit de verf. Vergeten reus is een schoolvoorbeeld van zo’n gewaagde mislukking.

Dat genregrenzen poreus worden, is een goede zaak, maar literaire auteurs moeten genre-elementen niet te lichtvaardig opvatten. Literaire meerwaarde – in stijl en psychologie – neemt niet weg dat je het ingezette genre even goed moet beheersen als beoefenaars van dat genre. Dan pas kun je er geloofwaardig mee spelen en de conventies oprekken. Beheers je de fijne kneepjes niet, dan lazer je in de valkuil van de pastiche – en Ishiguro heeft een veel te ernstig boek willen schrijven om pastiche te rechtvaardigen.

Desolaat land

Toch is het daar wel op uitgedraaid. Zeker in de eerste helft van het boek kreeg ik vooral het gevoel vrij ongeïnspireerde fantasy onder de neus te hebben. Dat heeft deels te maken met de eenvormige, gedragen en wijdlopige manier van spreken, deels met de geringe schwung waarmee Ishiguro dit desolate land oproept. Het proza is zintuiglijk simpelweg te weinig evocatief. Waardoor ik me als lezer met een zekere moedeloze gang door de pagina’s sleepte, tot de draadjes van het plot een beetje bij elkaar begonnen te komen, en eindelijk wat urgentie ontstond. Liever had ik gezien dat de taal en de personages me al vanaf het begin hadden betoverd.

Het belangrijkste bezwaar tegen Vergeten reus is echter dat de boodschap kan worden teruggebracht tot een tegeltjeswijsheid: soms, in leven en liefde, is het beter te vergeten. Natuurlijk, vergeten heeft ook in Ishiguro’s romanwerkelijkheid een keerzijde – het is vervelend dingen niet terug te kunnen halen – maar écht op scherp wordt dit thema niet gezet, zoals dat wél gebeurde in het leven van die vrouw in Rwanda, voor wie vergeten niet écht vergeten was, maar een pijnlijke wilsdaad. Bij Ishiguro ontbreekt het aan echte verdieping, aan ambiguïteit, aan subtiliteit die schuurt. En dat is toch wel mager voor een kleine vierhonderd pagina’s, hoe dapper van opzet ook.