‘Zal ik even uitpraten? Fijn.’ De accountants bijten terug

Rechtszaak

EY en PwC halen voor de rechter hard uit naar wijze waarop toezichthouder Autoriteit Financiële Markten haar werk doet.

Accountantskantoren EY en PwC namen Zuidas-advocaten in de arm en vochten hun AFM-boete aan. Foto Olaf Kraak/ANP

Al jaren geeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) accountants er flink van langs. De ‘kwaliteitscultuur’ bij accountantsorganisaties zou niet deugen, om over de kwaliteit van hun werk maar niet te spreken. Hun kerntaak, het controleren van jaarrekeningen, zouden de Nederlandse ‘big four’ zo slecht doen dat hun goedkeurende verklaring in een aanzienlijk deel van de onderzochte gevallen ongefundeerd is.

Woensdag beten twee van die vier grote accountantskantoren voor de Rotterdamse bestuursrechter hard terug. EY en PwC gingen er in beroep tegen de respectievelijk 2,2 miljoen en 845.000 euro boete die de toezichthouder ze vorig jaar oplegde vanwege het verzaken van hun ‘zorgplicht’.

De AFM controleerde hoe de grote accountantskantoren jaarrekeningen van hun klanten in 2011 en 2012 controleerden en van een krabbel voorzagen en stuitte op „ernstige tekortkomingen”. Bij drie (EY) en vier (PwC) van de tien gecontroleerde jaarrekeningen van klanten was de goedkeurende verklaring die ze afgaven niet gerechtvaardigd omdat ze niet voldoende controleerden. Dat is in strijd met de Wet toezicht accountantsorganisaties.

Lees ook dit interview met AFM-bestuurder Gerben Everts : ‘Voorthobbelen’ door accountants kan nu echt niet meer

Bij Deloitte en KPMG werden dezelfde tekortkomingen geconstateerd, maar zij accepteerden hun boetes. EY en PwC namen gerenommeerde Zuidas-advocaten in de arm en kozen de vlucht naar voren.

Strengste toezichthouder

Woensdag betoogden zij, een dag lang, dat de AFM de boetes nooit op had mogen leggen en dat de toezichthouder de wet verkeerd uitlegt. In een volle rechtszaal ging het er soms kribbig aan toe. „Onjuist”, beet het ene kamp het andere toe. Om terug te krijgen: „Zal ik even uitpraten? Fijn.”

De kern van de zaak is volgens EY en PwC dat de AFM niet uit een steekproef met dossiers met fouten mag concluderen dat de accountantsorganisaties zélf tekortschoten en dus hun zorgplicht schonden. „Je moet een relatie leggen tussen de fouten en de inrichting van de organisatie. Dan pas heb je mogelijk bewijs van de overtreding van de zorgplicht”, bracht advocaat Tom Barkhuysen in namens EY.

Naast de kernvraag of de AFM dergelijke conclusies mag trekken, kaarten de accountants een breder probleem aan: ze vinden dat ze het in de ogen van de AFM eigenlijk niet goed kunnen doen. „Fouten zullen nooit helemaal voorkomen kunnen worden en dat is wel de maatstaf die de AFM neemt”, benadrukte advocaat Peter Eijsvoogel namens PwC. De toezichthouder ontkent dat accountants foutloos moeten zijn.

Boekhoudfouten, een bestuursbenoeming voor een falende accountant, en een topman die nieuwe regels wilde „ontlopen”. Lees ook deze inkijk in de beloofde cultuurverandering bij EY: De calculerende rekenmeesters van EY

„Nederland heeft zo’n beetje de strengste toezichthouder ter wereld; de AFM”, vulde Barkhuysen aan. „In 2012 was EY een van de beste van de klas. In een van de beste landen van Europa en misschien wel van de wereld.”

Volgens Eijsvoogel doen de accountantsorganisaties „hun stinkende best”. Daarnaast is het volgens hem onduidelijk wat de AFM nou wil want de toezichthouder geeft niet aan hoe de accountants hun organisatie moeten verbeteren om géén boete meer te krijgen. Hij vond het ook nogal merkwaardig dat de AFM na iedere controle steeds maar weer boetes oplegt. Op PwC na in 2010 „heeft verder iedereen altijd een boete gekregen”.

Wie de advocaten zo hoorde praten zou bijna vergeten hoe vaak de accountantssector, inclusief EY en PwC, de afgelopen jaren negatief in het nieuws kwam, onder meer vanwege ondermaatste controles waardoor fraude en de slechte financiële staat van bedrijven onopgemerkt bleef.

Dat het vertrouwen in accountants momenteel niet optimaal is, gaf ook Ad van Gils, voorzitter van de accountants van PwC, toe in een slotverklaring. Hij vindt dat ook de AFM daarin een rol heeft: „Er is ons veel aan gelegen om het publieke vertrouwen in onze sector te vergroten. De AFM spreekt diezelfde wens uit, maar we constateren dat haar huidige handhavingsbeleid daar niet aan bijdraagt.”

De uitspraak volgt binnen zes weken.